In Zürich (circa 400.000 inwoners) zijn bijna 7000 schuilkelders, waarvan veruit de meeste privé zijn, onder woningen en appartementencomplexen, plus nog 110 grote, publieke kelders.

PlusWereldstad

Zürich heeft genoeg nucleaire schuilplekken – maar heeft het zin?

In Zürich (circa 400.000 inwoners) zijn bijna 7000 schuilkelders, waarvan veruit de meeste privé zijn, onder woningen en appartementencomplexen, plus nog 110 grote, publieke kelders.Beeld Universal Images Group via Getty

Anders dan in Amsterdam, zijn er in het Zwitserse Zürich in principe schuilbunkers voor iedereen. Klaar voor een nucleaire ramp zijn die ruimtes echter lang niet meer allemaal. ‘Door je twee weken in een kelder op te sluiten red je het toch niet.’

Tom Kieft

Onder het appartementencomplex van Adrian Stefan (38) zit, zoals onder menig gebouw in Zürich, een atoomkelder. Op papier dan. Achter de vuistdikke metalen deur in de kelder zijn op een foto die hij toont vooral houten afscheidingen, tassen en dozen te ontwaren. De bewoners van het complex met zo’n dertig woningen gebruiken de ruimte als extra berging. In geval van nood kan die niet direct dienstdoen als bunker: “Het zou een halve dag of langer duren om alle spullen eruit te halen om plaats te maken voor mensen.”

Dus mocht de bom vallen, is het al te laat, wil hij maar zeggen.

Zwitserland is het enige land ter wereld dat voldoende nucleaire schuilplekken heeft voor al zijn inwoners. In de jaren zestig is in de wet verankerd dat er voor iedereen plek in een schuilkelder moet zijn. De Zwitserse neutraliteit, klonk het tijdens het hoogtepunt van de Koude Oorlog, biedt immers geen garantie tegen radioactiviteit.

Nieuwbouw

Alle huizen en appartementencomplexen kregen daarom in de jaren zestig en zeventig verplicht een bunker. Behalve met een luchtdichte, stalen deur werden die uitgerust met een ventilatiesysteem, een antigasfilter en genoeg planken om voor twee weken water, medicijnen en geconserveerd eten te bewaren.

Inmiddels is het bij nieuwbouwwoningen niet langer verplicht een eigen bunker te bouwen, maar nog altijd moet voor iedere bewoner een schuilkelder ‘op beloopbare afstand’ zijn. In totaal zijn er volgens het Federaal Bureau voor Civiele Bescherming zo’n 365.000 schuilkelders verspreid over het land – met genoeg plek voor alle 9 miljoen inwoners.

In Zürich (circa 400.000 inwoners) zijn bijna 7000 schuilkelders, waarvan veruit de meeste privé zijn, onder woningen en appartementencomplexen, plus nog 110 grote, publieke kelders, met name onder publieke gebouwen als scholen, parkeerplaatsen en kerken.

Opnamestudio

Net als bij Stefan zijn veel van de schuilkelders echter lang niet meer rampbestendig. Geregeld doen ze, ondanks het verbod blijvende ingrepen te doen, dienst als opslag, sportruimte of opnamestudio, zegt hoogleraar contemporaine geschiedenis Silvia Berger Ziauddin. Bij tests van publieke bunkers is vaker gebleken dat deuren door gebrekkig onderhoud bijvoorbeeld niet meer goed sluiten of ventilatiesystemen het niet doen.

“Toen men in de jaren tachtig de langetermijneffecten van kernbommen leerde kennen – alle gevolgen voor het klimaat, de nucleaire winter – drong het door dat je een all-out nucleaire oorlog helemaal niet kan overleven door je twee weken in een kelder op te sluiten,” zegt Berger Ziauddin, die veel onderzoek gedaan heeft naar de schuilkelders in Zwitserland. “Daardoor verdween de interesse in de bunkers en gingen mensen ze voor andere doeleinden gebruiken.”

Het is ook – mede – de reden waarom in Amsterdam inmiddels geen functionerende publieke atoomkelder meer te vinden is. Tijdens de Koude Oorlog werden ook hier een aantal bunkers gebouwd, met als grootste die bij metrostation Weesperplein, die voor zo’n 5000 mensen plek moest bieden. In 1988 stopte de gemeente echter met het onderhouden van de kelders. Het bleek onmogelijk om de langdurige bevoorrading voor zo veel mensen te organiseren. En bovendien, zo schreef het college van b. en w. in 2017 aan de gemeenteraad: tegen ‘een voltreffer’ bleken de bunkers toch niet bestand.

De oorlog in Oekraïne – en de dreigementen van de Russische president Poetin om het nucleaire arsenaal in te zetten – heeft echter ook in Zwitserland voor hernieuwde interesse voor bunkers gezorgd. Men klopt massaal aan bij het Federaal Bureau voor Civiele Bescherming en bij gemeenten met vragen over de schuilkelders. Waar ze zijn, hoe mensen zich kunnen voorbereiden en hoe ze te horen krijgen wanneer het zover is.

Het geloof in bunkers

“Mensen grijpen in paniek terug op wat ze kennen – en in Zwitserland zijn dat de bunkers,” aldus Berger Ziauddin. Dat heeft volgens de hoogleraar aan de universiteit van Bern te maken met de klassieke verdedigingsstrategie van Zwitserland. “Men was er door de Tweede Wereldoorlog van overtuigd geraakt dat we neutraal waren gebleven door de sterke verdedigingslinie: de talloze bunkers in de Alpen. In de Koude Oorlog werd deze mythische status van bunkers als het ware doorgetrokken, met schuilkelders voor iedereen.”

Het Federaal Bureau voor Civiele Bescherming benadrukt dat het vanwege de spanning in Oekraïne echter niet nodig is speciale maatregelen te treffen. De gevechten rond de Oekraïense kerncentrales bieden daar nog geen reden toe en ook een directe nucleaire aanval op Zwitserland wordt nog altijd als uiterst onwaarschijnlijk gezien, hoewel het land heeft gebroken met de traditionele neutraliteit door mee te doen aan de westerse sancties tegen Rusland.

Wel wordt Zwitsers aangeraden om de Notvorrat op peil te houden. Dat advies, onder meer om zeker 9 liter water per persoon en een keur aan blikvoer op voorraad te hebben, geldt echter altijd. Ook krijgen inwoners van Zürich al decennia jodiumpillen via de gemeente, voor het geval er iets gebeurt met een dicht bij de stad gelegen kernreactor.

Reden om zijn ‘berging’ rampklaar te maken ziet Stefan in elk geval niet. “Ik heb niet het idee dat ik persoonlijk gevaar loop door de oorlog in Oekraïne. Mijn angst voor de ineenstorting van de beschaving in het algemeen, internationale recessies en een nieuwe Koude Oorlog is veel groter.”

Serie

Er is geen stad als Amsterdam, maar veel zaken waar wij ons druk om maken, spelen ook elders in de wereld. In de serie Wereldstad onderzoeken we hoe andere steden daarmee omgaan.

Fietsenhokken

Overal in Stockholm en andere Zweedse steden zie je ze hangen: bordjes met een blauwe driehoek in een oranje vierkant met eronder het woord skyddsrum – schuilplaats. Na Zwitserland is Zweden het land met naar rato de meeste schuilplekken. Er zijn zo’n 650.000 bunkers, die plek moeten bieden voor 7 miljoen mensen (zo’n 80 procent van de bevolking).

Ook die bunkers zijn niet permanent klaar voor een nucleaire ramp. Vele zijn in vredestijd – nu dus – ingericht voor andere doeleinden en worden gebruikt als fietsenhok of opbergplek. Pas als de Zweedse overheid daartoe oproept, moet de eigenaar die ruimtes binnen 48 uur leegmaken.

Ook buurland Finland, dat net als Zweden sinds de Russische inval in Oekraïne sterk overweegt lid te worden van de Navo, heeft relatief veel schuilplekken, met name in de grote steden. Voor alle 640.000 inwoners van Helsinki is volgens het bestuur van de Finse hoofdstad genoeg ruimte in de vele atoombombestendige bunkers in de stad.

Buiten Europa zijn schuilkelders gebruikelijk in China, Zuid-Korea, Singapore en India, maar nergens is de dekking hoger dan 50 procent. In Israël zijn er schuilplaatsen voor twee derde van de bevolking. Die zijn veelal ingericht voor ‘gewone’ raketaanvallen: tegen een nucleaire aanval bieden de meeste geen bescherming.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden