PlusAchtergrond

Zijn de afgelopen 20 jaar aan westerse interventie in Afghanistan voor niets geweest?

Afghaanse families vluchten naar Kabul, weg van de Taliban, die steeds meer steden en gebieden innemen. Beeld Getty Images
Afghaanse families vluchten naar Kabul, weg van de Taliban, die steeds meer steden en gebieden innemen.Beeld Getty Images

In Afghanistan zijn de Taliban aan een ongekende opmars bezig, herovering van het land lijkt een kwestie van tijd. Wat blijft er over van twintig jaar westerse interventie?

Tom Kieft

Het doet pijn om te zien hoe snel het land afglijdt, zegt hoogleraar Martijn Kitzen. Hij is academisch docent irreguliere oorlogsvoering aan de Nederlandse Defensie Academie, maar diende voorheen tien jaar lang als militair, waaronder in Afghanistan. Kitzen: “Ieder leven dat we hebben kunnen redden is het waard geweest, maar ik had natuurlijk het liefst gezien dat we echt duurzaam resultaat hadden geboekt.”

Bijna op de kop af twintig jaar nadat de Verenigde Staten met bondgenoten Afghanistan binnenvielen om de Taliban te verdrijven, dreigt de macht weer in de handen te komen van de moslimfundamentalisten. De Taliban hebben zo’n 65 procent van het land in handen en in een krappe week de controle gekregen over 13 van de 34 regiohoofdsteden. Het Amerikaanse Pentagon zou er rekening mee houden dat het eerder een kwestie van weken dan maanden is tot hoofdstad Kabul valt – en daarmee ­vermoedelijk ook de regering van president Ashraf Ghani.

De snelle opmars van de Taliban gebeurt gelijktijdig met het vertrek van westerse troepen uit Afghanistan. De door de VS geleide westerse interventie begon in 2001 als vergelding voor de aanslagen van 9/11. Maar na de verdrijving van de Taliban bleven de Navo-troepen in Afghanistan om het veiligheidsapparaat, leger en politie verder op te bouwen, zodat de centrale overheid uiteindelijk op eigen benen zou kunnen staan.

Wreedheden

Dat het resultaat daarvan beperkt is, illustreren de snelle militaire successen van de Taliban. De afgelopen jaren is de beperkte slagkracht van de Afghaanse nationale veiligheidstroepen al veel vaker gebleken, hoewel dat leger met 180.000 troepen vier maal zo groot is als dat van de Taliban. Constant moest er westerse steun – met n­ame vanuit de lucht – aan te pas komen om aanvallen op steden door de Taliban neer te slaan.

“De Taliban zijn nou eenmaal erg sterk, maar het gebrek aan macht van de centrale regering speelt ook een belangrijke rol,” zegt hoogleraar Kitzen. “Er gaan verhalen rond dat Afghaanse militairen de wapens al neerleggen als ze horen dat de Taliban eraan komen. Afghaanse troepen lijken niet bereid te zijn hun leven te geven voor de regering, net als het geval was toen Irak werd belegerd door Islamitische Staat.”

Afghanen zoeken in een internetcafé in Kabul hulp bij het invullen van aanmeldings­formulieren voor een visum voor mensen die de afgelopen 20 jaar westerse landen hebben geholpen, bijvoorbeeld als tolk. Beeld Getty Images
Afghanen zoeken in een internetcafé in Kabul hulp bij het invullen van aanmeldings­formulieren voor een visum voor mensen die de afgelopen 20 jaar westerse landen hebben geholpen, bijvoorbeeld als tolk.Beeld Getty Images

Tijdens de westerse interventie in Afgha­nistan is veel veranderd op maatschappelijk ­gebied. Mede met hulp van ngo’s kregen Afghanen, waaronder vrouwen, steeds meer toegang tot onderwijs, werd infrastructuur aangelegd, gezondheidszorg verbeterd en zijn scholen en universiteiten opgericht. Die verworvenheden zijn veel Afghanen nu bang te verliezen.

Er wordt gevreesd voor een herhaling van de wreedheden van de donkere jaren negentig, toen moslimfundamentalisten met harde hand regeerden. De Taliban, die een strenge naleving van het islamitisch recht voorstaan, zeggen te zijn veranderd en mensenrechten te waar­borgen. Maar nu al doen verhalen de ronde over vrouwen en meisjes die in de nieuw bezette ­gebieden de toegang tot scholen wordt ontzegd of zelfs hun huis niet uit mogen.

Vrijere levensstijl

Niet voor niets heeft de opgelaaide strijd een nieuwe stroom vluchtende Afghanen ontketend. Veruit de meesten van hen zoeken veiliger oorden in Pakistan en Iran, maar velen wijken ook uit naar Europa. Sommigen vluchten uit angst voor het geweld zelf, anderen doen dat omdat zij vergelding van de Taliban vrezen voor hun samenwerking met de internationale ­bezetters. Behalve de veelbesproken tolken hielpen nog vele tienduizenden andere Afghanen Nederland en andere westerse landen en ngo’s, wat hen volgens de Taliban nu tot verraders maakt.

Afghanistanexpert Jorrit Kamminga is verre van optimistisch, maar gelooft niet dat Afgha­nistan twintig jaar terug in de tijd zal worden ­geworpen. De aan het Instituut Clingendael verbonden onderzoeker schreef over de interventie in Afghanistan het boek Je wordt bedankt, Bin Laden: 20 jaar Nederland in Afghanistan (2001-2021), dat op 11 september uitkomt. Hij wijst op twee decennia aan toegang tot kennis en informatie en de vrijere levensstijl waar ­honderdduizenden Afghanen aan gewend zijn geraakt.

“Die verworvenheden hebben in elk geval de mindset van vooral jonge Afghanen behoorlijk veranderd,” aldus Kamminga. “Op de korte termijn kan de Taliban daar met geweld nog wel veel tegenin brengen, maar dat is voor hen geen duurzame strategie. Voeren ze hun beleid te ver door, dan is een volgende revolutie of burgeroorlog niet ondenkbaar.”

Geen tv en muziek

Kitzen beaamt dat. “Als de Taliban aan de macht komen, willen ze ook blijven regeren. Dat zal ze niet lukken als ze willen terugkeren naar hoe het was, toen zoveel verboden werd,” aldus de hoogleraar. Aan het eind van de jaren negentig mochten Afghanen onder het regime van de Taliban bijvoorbeeld geen tv of islamkritische boeken bezitten, muziek luisteren of vliegeren. Mannen werd verboden hun baard te scheren en vrouwen konden niet zonder begeleiding de deur uit. Vooral in steden zal daar verzet tegen zijn, volgens Kitzen. “Ze zullen water bij de wijn moeten doen, al is dat met betrekking tot de ­Taliban misschien niet de juiste uitdrukking.”

Een Talibanstrijder in de stad Farah, 11 augustus 2021.  Beeld AP
Een Talibanstrijder in de stad Farah, 11 augustus 2021.Beeld AP

241.000 doden

De oorlog heeft de Navo-landen, en met name de Amerikanen, jaarlijks bakken met geld ­gekost. De Amerikanen hebben volgens pers­bureau AP in twintig jaar het astronomische ­bedrag van twee biljoen (duizend miljard) euro besteed aan de oorlog, die sinds 2001 aan ongeveer 241.000 mensen het leven gekost, van wie 71.000 burgers. Ook 25 Nederlandse militairen zijn bij de missies in Afghanistan overleden.

Vooral in de VS was daardoor de druk torenhoog om met deze ‘eindeloze oorlog’ te stoppen. Nadat president Donald Trump vorig jaar de terugtrekking had ingezet, was langer blijven ook voor president Joe Biden geen optie meer, aldus Kamminga. “Als Biden toch de troepen daar zou houden, zou hij bij wijze van spreken de weg vrijmaken voor de herverkiezing van Trump.”

De Navo-bondgenoten volgen de lijn van de Amerikanen, die zeggen eind volgende maand hun laatste troepen uit het land te halen. Het vertrek van de coalitie zat er volgens Kamminga vroeg of laat aan te komen. “Het was al jaren duidelijk dat de internationale aanwezigheid het vredesproces en de stabiliteit van Afghanistan geen steek vooruit hielp. De belangrijkste les die we uit twintig jaar Afghanistan kunnen trekken, is dat het niet mogelijk is om met een militaire aanpak duurzame veiligheid en stabiliteit te creëren. Daarvoor is een politieke oplossing nodig.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden