PlusAchtergrond

Zestig jaar Cubacrisis: hoe de wereld (mede dankzij een duikbootkapitein) ontsnapte aan een kernoorlog

Door president Kennedy gestuurde Amerikaanse marineschepen voor de kust van Cuba moesten voorkomen dat Rusland nieuwe raketten naar het eiland zou brengen.  Beeld Getty Images
Door president Kennedy gestuurde Amerikaanse marineschepen voor de kust van Cuba moesten voorkomen dat Rusland nieuwe raketten naar het eiland zou brengen.Beeld Getty Images

Zestig jaar geleden dreigde een atoomoorlog tussen de VS en de Sovjet-Unie. Het conflict spitste zich toe op Cuba, waar Russische kernraketten stonden. Voor president John F. Kennedy waren die reden over te gaan tot een blokkade van het eiland. De nucleaire arsenalen stonden op scherp. Een terugblik.

Bob van Huët

“Het was de enige tijd in mijn leven dat ik echt bang was voor een nucleaire ramp. Ik dacht echt, er komt een wereldoorlog, een nucleaire catastrofe. Moet ik niet meteen naar huis om dan bij mijn familie te zijn?” De wereldberoemde Britse historicus Ian Kershaw (79) – even in Nederland voor de promotie van zijn nieuwe boek over de sterke mannen van de vorige eeuw, Persoonlijkheid en macht – ging uiteindelijk niet naar huis. Angstig volgde hij het nieuws, de wereld kon immers ontploffen.

Maar na enkele zenuwslopende dagen was het voorbij. De opluchting was groot, herinnert Kershaw zich.

Generatiegenoot Ben Bot – een carrièrelang Nederlands topdiplomaat tijdens de Koude Oorlog en later minister van Buitenlandse Zaken – was 25 tijdens de beruchte Cubacrisis, zes jaar jonger dan Kershaw. Bot kan zich de spanning goed herinneren; hij kwam net terug van de universiteit van Harvard waar Henry Kissinger (de latere minister van Buitenlandse zaken van de Verenigde Staten) zijn leermeester was geweest.

“Dat gevoel van angst was er inderdaad,” zegt Bot. “Ik dacht: zo gek zullen ze toch niet zijn? Die Amerikanen zijn sterker dan de Russen, dus die winnen het wel. Maar er was wel degelijk angst in Nederland. Met mijn Amerikaanse vrouw vroegen we ons af: zitten we wel goed hier in Europa?’”

Op het randje van armageddon

De wereld leefde in oktober 1962 een paar weken op het randje van armageddon. Twee nucleaire machten – de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie – dreigden elkaar te vernietigen nadat de Amerikanen op 12 oktober 1962 hadden ontdekt dat de Sovjets aanvalsraketten hadden gestationeerd op Cuba. Dit eiland viel eerder in de Amerikaanse invloedssfeer, maar werd na een jarenlange guerrillastrijd in 1959 communistisch onder leiding van de Fidel Castro.

In die oktobermaand werd over en weer gedreigd en geïntimideerd. Op zaterdag 27 oktober kwam het – zoals tientallen jaren later duidelijk werd – daadwerkelijk bijna tot een kernoorlog. Zondag 28 oktober bleek een keerpunt in de crisis, toen Radio Moskou bekendmaakte dat de Sovjet-Unie gevolg zou geven aan de eisen van de VS.

Bot herinnert zich de opluchting ‘toen het karwei geklaard was’. “De bewondering voor president Kennedy steeg hemelhoog, hij was de grote held. Na de blokkade van Berlijn door de Russen (1948-1949) heerste er al een klimaat dat je erg moest oppassen. Het zal toch niet misgaan nu we na de Tweede Wereldoorlog eindelijk een periode van wat vrede ingaan... ja, dat was wel een breed gevoel. Veel Nederlanders emigreerden in die tijd ook naar landen als Canada en Australië.”

Russische duikbootkapitein

Wat Kershaw, Bot en alle anderen niet wisten, was dat het op 27 oktober 1962 echt kantje boord was geweest. De vingers hingen boven de atoomknop, de Russische duikbootkapitein Vasili Archipov werd een vergeten held. Want terwijl de spanning naar een kookpunt steeg, wist hij onder enorme druk zijn kalmte te bewaren en voorkwam hij de lancering van een of meer nucleaire torpedo’s. Hiermee werd vrijwel zeker een nucleaire oorlog voorkomen.

Bot: “Maar dat wisten we toen niet. We hoorden het later pas. Destijds was het gevoel vooral dat we dankzij het wijze beleid van Amerika aan de ramp waren ontsnapt. Dat verhaal van Archipov kwam pas veel later naar buiten. Er was trouwens ook een gevoel dat het werkte, als het Westen zijn tanden liet zien.”

1962 was achteraf gezien een korte, maar zeer hevige crisis. In latere tijden zou de angst voor een kernoorlog langer aanhouden, constateert Kershaw. “Begin jaren tachtig was ook een beangstigende tijd, met de installatie van Amerikaanse Pershingraketten in Europa tegenover de Russische SS-20. Maar ook dat was van een andere orde. Ik voelde toen persoonlijk geen angst, maar ik werkte in die tijd in Duitsland en veel van mijn studenten waren er erg mee bezig.”

Onverbiddelijke, onberekenbare man

Een verschil tussen 1962 en 1981 enerzijds en de situatie nu anderzijds, is dat Russen en Amerikanen beter van elkaar wisten hoe de ene andere supermacht op de andere zou gaan reageren, aldus Kershaw. “Nu is het onzekerder, je weet niet echt hoe Poetin en zijn regime denken. Het is veel onvoorspelbaarder.”

Ben Bot is er evenmin gerust op: “Ik heb twee keer tegenover Poetin gezeten. Hij is een onverbiddelijke, onberekenbare man. Ik durf er geen stuiver onder te verwedden of hij wel of geen kernwapens inzet. Als het schip echt aan het zinken is en hij ziet geen uitweg meer, dan kan hij denken: dan gaan we maar met z’n allen.” Maar natuurlijk heb je mensen in zijn entourage die zullen proberen te voorkomen dat het zover komt, denkt de oud-minister. “En gelukkig wordt er achter de schermen nog volop diplomatie bedreven.”

Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov en de Amerikaanse president John F. Kennedy in 1961. Beeld AFP
Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov en de Amerikaanse president John F. Kennedy in 1961.Beeld AFP

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden