PlusExclusief

Ze moest overleven in Izjoem, maar wordt nu gezien als collaborateur

Het Oost-Oekraïense stadje Izjoem werd in september bevrijd, maar het is er nog steeds overleven. Viktoria Roeblovska en haar zoon doorstonden de bezetting, maar de onderwijzeres wordt nu als ‘kolaborant’ beschouwd.

Michiel Driebergen
Viktoria Roeblovska en haar zoon Timofej (9). Beeld Michiel Driebergen
Viktoria Roeblovska en haar zoon Timofej (9).Beeld Michiel Driebergen

Timofej (9) zit met grote nieuwsgierige ogen op een kruk in de hoek van de keuken. Hij glimlacht, maar zwijgt. Hij is bang om te gaan slapen, zegt zijn moeder, Viktoria Roeblovska. Als hij naar bed gaat, moet het licht aanblijven. “Hij trilt bij elk hard geluid en heeft voortdurend nachtmerries.”

Izjoem, een stad met zo’n 50.000 inwoners in de regio Charkov, werd in september bevrijd door het Oekraïense leger. Voor de bewoners is het echter nog steeds overleven. Veel huizen hebben geen ramen meer, in delen van de stad is geen elektriciteit en hoewel de winkeltjes en de apotheek open zijn, functioneert het openbare leven amper.

De zoon van Roeblovska – een alleenstaande moeder – had de oorlog juist zo goed doorstaan. “Mama, alles komt goed,” had hij troostend gezegd, telkens als de mortieren over het huis vlogen. “Ik maakte me zorgen. Het is niet normaal dat hij zo kalm is. Andere kinderen schreeuwden en huilden. Timofej niet.”

‘Duik op de grond’

Al op de vierde dag na de invasie, op 27 februari, verwoestten Russische bommenwerpers een naburige wijk: kraters en puin resteren. Op 6 maart werd het stadhuis geëvacueerd. “Ze lieten ons in de steek en vluchtten,” aldus Roeblovska over de lokale autoriteiten. De volgende dag reed een colonne Russische tanks door de naburige straat. Evacueren ging niet meer: de bussen vertrokken vanuit het centrum, maar de bruggen over de rivier waren opgeblazen.

Roeblovska sprak met haar zoon een aantal regels af. “Zodra je een explosie of een vliegtuig hoort, duik je op de grond en kruip je naar de meest nabije schuilplaats. Als ik geraakt word en niet meer reageer, blijf je liggen en wacht je tot de beschietingen voorbij zijn. Pas als het stil is loop je voorzichtig naar oma, zonder ergens op te trappen.”

Haar oude moeder woont vier huizen verderop. De zeventiger weigerde Izjoem te verlaten. De oudere broer van Roeblovska lijdt aan een ernstige vorm van diabetes en wilde ook niet weg. “Als hij ziek wordt, wie zal hem helpen?” zo redeneerde ze. Het was ook een principezaak. “Waarom zou ik mijn huis en mijn stad verlaten? Ik ben hier geboren en houd van deze plaats.”

Opgepotte groente

De bezetting betekende overleven. Haar salaris als onderwijzer Oekraïense taal en cultuur op een basisschool werd niet uitbetaald. De eerste maanden waren de winkels gesloten: er was geen brood, geen water, geen gas en geen elektriciteit. De Russen wierpen af en toe humanitaire hulp vanaf tanks in de menigte: “Zoals voor honden.” Je moest geluk hebben een pakket te vangen.

In vrijstaande huisjes, zoals dat van Roeblovska, was het mogelijk te overleven. Het gezin leefde van de eigen tuin, de opgepotte groente van vorig jaar en water uit een naburige put. Ze kookten op een open vuur in de tuin. “We brandden voortdurend onze handen,” herinnert ze zich, tot haar broer een oventje van bakstenen bouwde. “We hadden foto’s van de Tweede Wereldoorlog gezien. In die foto’s zagen we nu onszelf terug.”

Het huis van Roeblovska werd twee maal geraakt door artillerievuur. De ramen sprongen, de muren werden met scherven doorkliefd. Ondertussen nestelden de Russen zich in de stad – voor altijd, zo leek. Ze brachten reeksen landmijnen aan rond de stad, ze introduceerden de Russische roebel en verspreidden hun eigen krant en televisienieuws. Ze groeven zelfs de doden op – omgekomen burgers die vanwege de vele beschietingen in de stadstuinen waren begraven – en brachten hen naar een massagraf.

Russische school

In augustus, na een half jaar overleven, besloot ze tot het voorheen ondenkbare: werken op de Russische school die de bezetters wilden opzetten – met een Russisch onderwijsprogramma. “Het dak is kapot, ik moet ramen kopen, mijn kind is jong en je moet ergens voor leven,” redeneerde ze. Ze meldde zich aan als directeur.

In haar school hadden Russische soldaten gelegerd gezeten. Het gebouw moest eerst worden gereinigd. “Er lag munitie en alles was smerig. Maar we hoopten betaald te krijgen.” Ouders stonden niet te springen om hun kind naar de Russische school te sturen, maar meldden zich toch mondjesmaat aan – en dat begrijpt Roeblovska. “Dit gaat niet om Rusland of Oekraïne. De kinderen zaten sinds februari thuis. Veel van hen brachten lange tijd in de schuilkelder door. Ze hadden dit nodig.”

Nieuwe start

Haar baan in bezet gebied duurde een dag of tien. Toen vluchtten de Russen, nadat het Oekraïense leger onverwacht snel was komen oprukken. Moeder, grootmoeder en zoon waren blij. Maar enkele dagen na de bevrijding had ze een tweetal van de SBOe, de Oekraïense Veiligheidsdienst, op bezoek. “Ik word gezien als kolaborant,” concludeert Roeblovska. De mannen vroegen hoe ze het had aangedurfd te solliciteren en nog wel als onderwijzer Oekraïens. “Als de Russen dat hadden geweten, had ik hier niet gezeten,” zegt ze. De rechercheurs lieten haar gaan.

Een baan in het bevrijde Izjoem lijkt desondanks onmogelijk. Het onderwijsdepartement van de gemeente heeft als stelregels dat iedereen die voor de bezetter werkte – zoals schoonmakers, puinruimers, elektriciens, postbeambten – voorlopig niet aan de slag mag. “Mijn liefde voor Oekraïne is onveranderd, maar deze situatie beroofde me van de wens ooit nog op een school te werken,” zegt Roeblovska. Na alles wat haar en Timofej overkwam, overweegt ze een nieuwe start in de regionale hoofdstad Charkov.

Izjoem. Beeld Mustafa Ciftci/Getty Images
Izjoem.Beeld Mustafa Ciftci/Getty Images

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden