PlusAchtergrond

Wiskundestudent ontrukt schaakheld Max Euwe in een klap aan de vergetelheid

Wie was die Max Euwe van het Amsterdamse plein met dat schaakbord en het Hard Rock Café eigenlijk? Een sportheld en wetenschapper om nooit te vergeten, vindt Max Laboyrie.

Max Euwe in 1936, als wereldkampioen de te kloppen tegenstander op het toernooi van Nottingham. Beeld Getty Images
Max Euwe in 1936, als wereldkampioen de te kloppen tegenstander op het toernooi van Nottingham.Beeld Getty Images

Johan Cruijff, Fanny Blankers-Koen, Ruud Gullit, Max Euwe. Vier Amsterdamse sporthelden uit het verleden. Met twee aantekeningen: alleen Max Euwe werd wereldkampioen, in 1935 na een overwinning op de Russische schaaklegende Dr. Aleksandr Aljechin. Euwe was ook de enige academicus in het gezelschap. In 1923 behaalde hij cum laude zijn doctoraal examen wiskunde en drie jaar later promoveerde hij, alweer cum laude, op de differentiaalmeetkunde.

Dit jaar is het alweer 40 jaar geleden dat Max Euwe overleed. Hoewel het toeristenplein in hartje Amsterdam nog aan hem herinnert, dreigt hij langzaamaan in het vergeetboek te raken. Ten onrechte, want Euwe was meer dan een wereldkampioen schaken. Hij was daarnaast wiskundige, hoogleraar, nam deel aan het verzet in de Tweede Wereldoorlog, was een van de frontrunners in de informatica en bekleedde, als zeventiger, het voorzitterschap van wereldschaakbond Fide.

Alleskunner

Wiskundestudent Max Laboyrie (21) ontrukt in zijn briljante scriptie ‘Euwes intuïtionistische reflectie op het schaken’ de wereldkampioen in een klap aan de vergetelheid. In een melange van geschiedenis en wiskunde schetst hij een beeld van een alleskunner. Laboyrie heeft niet alleen zijn voornaam met Euwe gemeen, ook de liefde voor wiskunde en schaak. Hij ging met een 10 voor wiskunde A en een 8 voor Wiskunde B van de middelbare school.

Ook Laboyrie leerde op jonge leeftijd schaken, van zijn vader. “Maar daar is alles wel mee gezegd. Ik ben een eenvoudige huis-tuin-en-keukenschaker. Euwe liep volgens de overlevering al op vierjarige leeftijd de huiskamer binnen met de mededeling ‘De koning staat mat’.”

Euwe werd geboren in 1901 aan de Ringdijk in de Watergraafsmeer. Zijn moeder leerde hem schaken, op zijn zesde versloeg hij zijn beide ouders. In 1921 werd hij, als student wiskunde, voor het eerst Nederlands kampioen. Er zouden nog elf titels volgen.

Na de studie werd Euwe wiskundeleraar en begon hij, naast zijn promotie, naam te maken in het internationale schaakcircuit. In tegenstelling tot andere topspelers kon hij alleen meedoen aan toernooien die in de schoolvakanties vielen. Laboyrie: “Toen wereldkampioen Aljechin hem in 1933 uitdaagde voor een WK-match, reageerde hij daar in eerste instantie niet op. Zijn vriend, de Oostenrijkse schaker Hans Kmoch, moest hem in het café overtuigen van zijn talenten. Euwe was de eerste schaker die zich fysiek voorbereidde op de doorgaans slopende WK-match. Hij douchte elke dag ijskoud en deed aan gymnastiek, zwemmen en boksen. Vergelijk dat even met Aljechin, die rookte twee pakjes per dag en dronk als een tempelier.”

Genadeslag

De match over dertig partijen trok als een rondreizend circus door Nederland. Euwe werd aanvankelijk onder de voet gelopen; na zeven partijen stond hij al drie punten achter. In de 25ste partij kwam Euwe voor het eerst op voorsprong, om Aljechin in de volgende partij – bekend als ‘de parel van Zandvoort’ – de genadeslag toe te brengen. Laboyrie: “Zandvoort is echt een juweel van een partij. Euwe rekent hier af met een oude schaakwijsheid dat je nooit een stuk twee keer achter elkaar moet aanraken. Euwe presteerde het om in zeven achtereenvolgende zetten met zijn paard het bord over te steken.”

Op 15 december 1935 behaalde Euwe als enige Nederlander ooit de wereldtitel, ten overstaan van ruim tweeduizend uitzinnige toeschouwers in het Amsterdamse theater Bellevue. “Het prijzengeld, tienduizend gulden, ging naar Aljechin, die kennelijk beter kon onderhandelen dan schaken,” vertelt Laboyrie. “Euwe, de wiskundeleraar, kreeg helemaal niets. Toen hij het advies kreeg om na de match eens vakantie te nemen, antwoordde hij droogjes ‘Ik had niet eens het Centraal Station kunnen halen’.”

Twee jaar later verloor Euwe de titel weer aan kwelgeest Aljechin, die speciaal voor de match het roken en drinken eraan had gegeven. In 1947 zou Euwe nog gedurende twee uur wereldkampioen zijn, nadat de Fide hem de titel had geschonken nadat de regerend wereldkampioen Aljechin was overleden. Na bezwaar van de Russen werd er toch besloten tot een toernooi, waarin Euwe geen potten meer kon breken. Botwinnik werd kampioen en Euwe eindigde als laatste.

Over Euwes spel is Laboyrie lyrisch. “Tot Euwe werd er vooral geschaakt vanuit algemene principes. Veel partijen leken op elkaar. Het schaken zat echt op dood spoor. Euwe brak daarmee. Volgens hem vraagt elke zet om een reflectie over nog niet-begane paden. Hij was daarmee de protagonist onder de zogenoemde hypermodernisten in het toenmalige schaak.”

Prominent onderwerp in Laboyries scriptie is het wetenschappelijke artikel dat Euwe schreef in 1929: ‘Mengentheoretische Betrachtungen über das Schachspiel’.

Laboyrie daarover: “Euwe was ook een vernieuwer in de wiskunde. Hij gebruikte een pas in Amsterdam ontwikkelde, revolutionaire stroming, het intuïtionisme. Alle mogelijke zetten in een schaakpartij, dat zijn er ongeveer 1,5 triljoen triljoen biljard, een 1,5 met 51 nullen, ving hij in een wet. Op basis daarvan bewees hij dat elke willekeurige stelling in een partij gekarakteriseerd kon worden als ‘winnend’, ‘verliezend’, of ‘remise’. Daarnaast bewees hij dat er voor elke mogelijke stelling op het schaakbord een beste zet bestaat, die bij correct spel de winst zo snel mogelijk forceert, of het verlies zo lang mogelijk uitstelt. Ongeacht wat de tegenstander doet. Het intuïtionisme stelde Euwe in staat te bewijzen dat de beste zet altijd in een eindig aantal stappen te vinden is, een wiskundig baanbrekend resultaat. Wellicht kan een kwantumcomputer in de toekomst op basis van Euwes theorie daadwerkelijk in elke stelling berekenen in hoeveel zetten wit zwart of andersom, schaakmat kan zetten.”

Persoonsgegevens

Saillant is de prominente rol van Euwe in de opkomst van het computertijdperk in de jaren zestig. Laboyrie: “Euwe schreef al over de ethische kant van het opslaan van persoonsgegevens in een databank van de overheid. En betoogde in 1964 al dat een computer kan denken, voor zover het gaat om het ophalen van gegevens uit een geheugen. Alleen ontbrak bij de computer de intuïtie, het essentiële element van het schaken en de wiskunde, volgens Euwe. Hij was ervan overtuigd dat een computer nooit op grootmeesterniveau zou spelen. ‘Ik win van dat ding met mijn pink’ zei hij. Sinds de overwinning van Deep Blue op Gari Kasparov in 1997 kunnen we vaststellen dat de computer dankzij zijn algoritmes en rekenkracht de mens allang is voorbijgestreefd in het schaak.”

De laatste stelling in ‘De parel van Zandvoort’. Beeld
De laatste stelling in ‘De parel van Zandvoort’.

Max Laboyrie

Baarn, 11 december 1999
2011-2017Baarnsch Lyceum
2017-hedenWiskunde aan de Universiteit van ­Amsterdam
2021Scriptie: Euwes ­intuïtionistische ­reflectie op het schaken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden