PlusAchtergrond

White lives matter in dit kleine dorpje in Zuid-Afrika

Terwijl de rest van wereld in de ban is van #BlackLivesMatter, werkt een klein dorpje in het overwegend zwarte Zuid-Afrika juist aan het behoud van de witte Afrikaner cultuur. Is er sprake van ‘een witte crisis’ in het land?

Op een heuvel aan de rand van Orania staat een rij beelden van vroegere Afrikaner leiders en wappert de vlag van Orania. Uiterst rechts is de beeltenis van 'de architect van apartheid' Hendrik Verwoerd te zien.Beeld Bram Lammers

In café De Boer in het Zuid-Afrikaanse dorp Orania hangt sinds kort een Amerikaanse confederatievlag aan de muur: het symbool van slavernij en racisme dat in de VS onder druk van de #BlackLivesMatter-protesten op veel plekken wordt verbannen. Kroegeigenaar Quintin Diederichs (38) grijnst achter de bar. Hij is een grote man, een voormalig rugbyspeler, zijn haren al vroeg grijs. “Ik ben niet racistisch hoor,” verzekert hij. “Maar als je maar vaak genoeg tegen mij zegt dat ik zo’n vlag niet mag ophangen, dan krijg ik de neiging dat juist wél te doen.”

Toch maakt de vlag hem wel een tikje ongemakkelijk. Hij wil liever niet dat er foto’s worden genomen in zijn kroeg: een schuur met hoge muren van hardboard, een pooltafel en een hoek waar mannen handjedrukken. “Zulke foto’s gaan een eigen leven leiden,” zegt hij. “Zo gaat dat vaak met Orania.”

Orania is het meest omstreden dorp van Zuid-Afrika, want alle inwoners zijn er wit. Veel zwarte en liberale witte Zuid-Afrikanen zien de plek als een hernieuwde Afrikaner afwijzing van het multiraciale ideaal van de ‘regenboognatie’. Afrikaners zijn de witte afstammelingen van Nederlandse, Duitse en Franse protestanten die de VOC vanaf 1652 naar Zuid-Afrika bracht toen zij het gebied rond Kaap de Goede Hoop koloniseerde. Zij voerden in 1948 de apartheid in.

Joost Strydom (27) zit op een kruk aan de andere kant van de toog. Hij is hoofd van de Orania Beweging in het dorp in de Karoo, de semiwoestijn in Zuid-Afrika’s hart. Hij gaat onberispelijk gekleed, als een doorsnee jongeman in de kerk op zondag. “Veel mensen in Orania willen niet meer met journalisten praten,” waarschuwde hij eerder al via e-mail. “Wij zijn zo vaak verkeerd begrepen, onderschat en vernederd. Mensen noemen Orania ‘het laatste apartheidsbastion’ of ‘een bolwerk van witte suprematie’. Maar dat klopt niet.”

‘Een bijna perfect wit dorp’

Wie Orania binnenrijdt, moet onder twee openstaande slagbomen door. Het dorp daarachter oogt bijna te perfect: gazonnen keurig gemaaid, containers voor gescheiden afval, egaal asfalt, zelfs borden die waarschuwen voor op straat spelende kinderen. Maar dus nergens een zwarte Zuid-Afrikaan.

Dat is mogelijk doordat Orania op private grond is gebouwd. In de jaren zestig verrees aan de oever van de Oranjerivier een verzameling prefabhuizen voor arbeiders van het waterdepartement. Die dienden in de kurkdroge regio een irrigatiesysteem aan te leggen. Toen zij in 1983 wegtrokken, veranderde de plek in een spookdorp. Het stuk land met kromtrekkende panden werd in 1991 te koop aangeboden. De Afrikaner Vrijheidsstichting – de voorloper van de Orania Beweging – kocht het op.

Strydom rijdt door het dorp. “Iemand die in Orania wil wonen moet ‘verblijfsrecht’ aanvragen. De nieuwkomer wordt door drie dorpsbewoners ondervraagd over zijn Afrikaner nationalisme, religieuze opvattingen en Orania’s kernwaarden. Want alleen wie die onderschrijft én Afrikaans spreekt, kan naar het private dorp komen. Engels is er geen voertaal.”

“Wij proberen hier een thuis voor het Afrikaner volk te creëren,” legt Strydom uit. Hij tuft een heuvel op aan de rand van het dorp. Vanaf de top kijkt een rij beelden van vroegere Afrikaner leiders uit over de huizen. Nee, in Orania geen Beeldenstorm in het kader van #BlackLivesMatter. Hier verzamelt men juist alle bustes die na de apartheid elders in Zuid-Afrika zijn verwijderd. “We hebben vooral veel Hendrik Verwoerd,” zegt Strydom. “Hij wordt in het huidige Zuid-Afrika echt nergens meer getolereerd.” De in 1901 in Nederland geboren en in 1966 vermoorde Verwoerd geldt als ‘de architect van de apartheid’. Maar middenin Orania staat er voor hem juist een heus museum.

“Een ‘Afrikanertuiste’ is nodig om onze cultuur, taal, geschiedenis en geloof te behouden,” aldus Strydom. Hij loopt langs de Afrikaner beeldengalerij. “En deze leiders, goed of fout, zijn onderdeel van onze geschiedenis. Ze staan hier niet puur om hen te eren, maar omdat wij niet willen dat onze historie wordt vernietigd.”

Hij legt uit dat het Afrikaner volk na de afschaffing van de apartheid in de verdrukking is geraakt. Zij omvat nog geen 5 procent van de 58 miljoen Zuid-Afrikanen. Tijdens de apartheid wist de kleine Afrikaner minderheid de macht te houden door de zwarte meerderheid te onderdrukken. En met hulp van Engelssprekende witte Zuid-Afrikanen (circa 3 procent van de bevolking) buitte zij de zwarte bevolking bovendien economisch hevig uit. Dat veranderde pas toen verzetsbeweging ANC na 1990 niet langer verboden was en zij met Nelson Mandela in 1994 de eerste algemene democratische verkiezingen in het land won.

Terwijl de rest van de wereld in de ban is van #BlackLivesMatter, werkt het kleine dorpje Orania in het overwegend zwarte Zuid-Afrika juist aan het behoud van de witte Afrikaner cultuur. Het dorp groeit met 10 procent per jaar.Beeld Bram Lammers

Strydom kijkt uit over het dorp aan de Oranjerivier, omringd door boerderijen en pecanboomgaarden. “De idee van Orania is dat Afrikaners zich hier op één plek verenigen en hun eigen instellingen bouwen, zoals scholen en banken, om zelfstandig te worden. Cruciaal is dat wij daarbij alleen gebruikmaken van eigen arbeid. Sinds de Nederlander Jan van Riebeeck in 1652 Kaapstad stichtte, is de witte bevolking van Zuid-Afrika er aan gewend geraakt dat slaven en goedkope zwarte arbeidskrachten het werk voor hen doen. Met die uitbuiting breken wij in Orania. Elk toilet hier wordt schoongemaakt door een Afrikaner. En al het werk op de boerderijen doen wij zelf.”

Groeiende populariteit

Het hoofd van de Orania Beweging rijdt de heuvel af, naar het scholingscentrum voor technische beroepen. Dat leidt 46 Afrikaner jongeren van buiten het dorp op tot loodgieters, bouwkundigen en elektriciens. Want die zijn hard nodig. Orania, met zo’n 2000 inwoners, groeit al jaren met 10 procent per jaar. Er wordt druk gebouwd. Maar uiteraard alleen door witte bouwvakkers. Daardoor zit er een maximumsnelheid aan de groei van het dorp. “Er bestaat een wachtlijst voor wie hierheen wil verhuizen,” zegt Strydom. “Maar over tien jaar hopen we minstens op 10.000 inwoners te zitten.”

De groeiende populariteit van Orania past in een trend. Want steeds meer Afrikaners voelen zich in Zuid-Afrika gemarginaliseerd. Hun taal verdwijnt van universiteiten, klagen zij. Zwarte Zuid-Afrikanen krijgen voorrang op de arbeidsmarkt, om zo hun historische achterstelling te compenseren. Boerderijen van Afrikaners worden vaak op gewelddadige wijze overvallen. Zij vinden dat hun cultuur wordt bedreigd.

Zwarte Zuid-Afrikanen zeggen: onzin. Het werkloosheidspercentage onder witte Zuid-Afrikanen is – ondanks alle positieve discriminatie voor zwarten op de arbeidsmarkt – nog altijd vijf keer lager dan dat onder de zwarte bevolking. Afrikaner literatuur en muziek zijn springlevend. Het aantal mensen dat Afrikaans spreekt groeit. En boerderijaanvallen zijn inderdaad talrijk, maar vormen simpelweg een onderdeel van een breder, reusachtig criminaliteitsprobleem waarmee héél Zuid-Afrika kampt. Gewelddadige criminaliteit treft Afrikaners niet vaker dan andere bevolkingsgroepen.

Terecht of niet, hun gevoel van marginalisatie maakt dat Afrikaners zich de laatste jaren weer sterker verenigen. Zo telt de Afrikaner lobbygroep AfriForum inmiddels 235.000 leden: bijna een op elke tien Afrikaners. De Afrikaner partij Vryheidsfront Plus kreeg bij de verkiezingen vorig jaar 415.000 stemmen, drie keer zoveel als vijf jaar eerder. En zelfs de witte voorzitter van de meer gematigde DA, de grootste oppositiepartij van het land, twitterde onlangs dat er door alle positieve discriminatie ‘nu meer racistische wetten in Zuid-Afrika bestaan dan tijdens de apartheid’. Feitelijk onjuist overigens.

Erfgoed Hendrik Verwoerd

“Je hoeft alleen maar te kunnen tellen om te weten dat dit nonsens is,” schreef de prominente witte journalist Adriaan Basson. Maar hij gaf wel toe dat de tweet een onmiskenbare uiting vormde van een ‘witte crisis’ in Zuid-Afrika: het gevoel dat regeringspartij ANC zich niet bekommert om witte Zuid-Afrikanen.

Strydom parkeert intussen in een nieuwbouwwijk van Orania voor het kantoor van Carel Boshoff junior: de zoon van de inmiddels overleden stichter van het dorp, de kleinzoon van Verwoerd. Hij zit aan een bureau voor een volle boekenkast. De 57-jarige Boshoff legt uit dat Orania feitelijk een omgekeerde invulling is van de ‘thuislandenideologie’ van zijn grootvader.

“Verwoerd besefte in de jaren vijftig dat Zuid-Afrika (inclusief het destijds geannexeerde Zuidwest-Afrika – nu Namibië, red.) qua oppervlakte bijna net zo groot was als West-Europa en dat er ongeveer evenveel verschillende taalgroepen bestonden. Het leek hem logisch om Zuid-Afrika, net als West-Europa, in verschillende landen op te splitsen.

Dat plan maakte de segregatie tijdens de apartheid radicaler dan waar ook ter wereld. Want Verwoerds landopdeling moest plaatsvinden langs raciale lijnen. De zwarte ‘thuislanden’ zouden samen slechts 13 procent van Zuid-Afrika’s huidige oppervlak omvatten, hoewel zwarte Zuid-Afrikanen toen al veruit in de meerderheid waren.

De rest, inclusief alle steden en lucratieve mijnen, was voor de Afrikaners. Het doel was om zwarte Zuid-Afrikanen buitenlanders te maken in wit Zuid-Afrika en hen slechts nog als rech-tenarme gastarbeiders toe te laten. Miljoenen zwarte Zuid-Afrikanen zijn in dit kader uit hun huizen en van hun land verdreven en naar de voor hen aangewezen thuislanden ‘verplaatst’.

Afrikaner Volksstaat

“Mijn vader wenste Verwoerds principe om te draaien,” vertelt Boshoff. “Hij wilde juist een thuisland scheppen voor witte Afrikaners binnen het nieuwe zwarte Zuid-Afrika. Hij vermoedde terecht dat het ANC en de Afrikaners na 1994 niet tot een stelsel van gedeelde waarden zouden komen. Hij voorzag dat het ANC puur zou gaan handelen in het belang van de eigen zwarte achterban.”

Orania is in die visie dus het begin van een onafhankelijke Afrikaner Volksstaat. De plek is bewust gekozen, omdat die in dunbevolkt gebied ligt: een onaantrekkelijke regio waar verder toch niemand wil wonen. “Het gaat echt niet om raszuiverheid,” benadrukt Boshoff. “Wij zijn zelf niet eens raszuiver. Als je alle stambomen in Orania uitpluist, zul je versteld staan van wat je tegenkomt. Ons doel is slechts: Afrikaner zelfbeschikking en behoud van onze cultuur.”

In café De Boer vergelijkt barman Diederichs Orania daarom graag met de Catalaanse afscheidingsbeweging in Spanje. Goed, in de jaren negentig woonden er in Orania inderdaad veel racisten, geeft hij toe. In artikelen uit die tijd praten bewoners nog over hoe de Bijbel hen opdraagt raszuiver te blijven.”

“Maar de laatste twee decennia is veel moeite gedaan om nieuw bloed binnen te brengen,” zegt hij. “Middenklassengezinnen, ondernemers, modernere mensen. De meerderheid in het dorp denkt heus niet meer zo als toen.”

Volgens Diederichs ligt de kern van Orania niet in een gevoel van witte superioriteit, maar in Afrikaner republikanisme. “En dat stamt uit Nederland,” lacht hij. “Daar kwam de prins van Oranje tijdens de tachtigjarige oorlog immers in opstand tegen de Spaanse koning en werd De Republiek gesticht. De Hollanders namen die drang naar vrijheid mee naar de Kaapstad, waar zij Afrikaners werden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden