PlusReconstructie

We hebben nog zeeën van tijd in Afghanistan, dacht het kabinet

Afghanen die willen vertrekken, komen het vliegveld van Kabul niet op. Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication
Afghanen die willen vertrekken, komen het vliegveld van Kabul niet op.Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

Al maanden drong de Tweede Kamer aan op haast bij het ophalen van Afghaanse tolken uit een steeds onveiliger land. Maar het kabinet ging aan de slag alsof het nog zeeën van tijd had. Tot het te laat was. Een reconstructie.

De stem van demissionair minister Sigrid Kaag van Buitenlandse Zaken klinkt woensdag in een Kamerdebat hard en stellig: “Er is chaos in Kaboel, maar er is geen chaos in de coördinatie tussen de verschillende ministeries.” Kamerleden – van oppositie én coalitie – krijgen in de afgelopen weken een heel ander beeld.

Als de Taliban op steeds meer plekken in Afghanistan de macht grijpen, slaan Kamerleden begin augustus vanaf hun vakantieadressen aan het bellen en appen met ambtenaren van de drie ministeries die Afghaanse defensietolken naar Nederland moeten halen. ‘Hebben jullie hier al aan gedacht?’, appt een coalitie-Kamerlid. ‘Waar zit nu het probleem dat het zo traag gaat?’, vraagt een ander.

Echt antwoord komt er nooit. “Iedereen wees naar elkaar,” zegt een oppositie-Kamerlid. “Buitenlandse Zaken verwees naar Justitie & Veiligheid, Justitie & Veiligheid verwees weer terug naar Buitenlandse Zaken. Het was om gek van te worden.” In een appgroep die de Kamerleden zijn begonnen om de situatie van de Afghaanse tolken te bespreken, wordt er schande van gesproken: wáár is de urgentie?

De regie lag bij Defensie, zegt een andere betrokkene. “Minister Ank Bijleveld zou dat ook in de ministerraad hebben geroepen. Maar ze nam de regie niet.” Toevallige tegenvallers kleuren het beeld van een gebrek aan crisisregie. Bijleveld ging zaterdagavond na een crisisberaad naar de bioscoop, waar ze de oorlogsfilm De slag om de Schelde keek. En de Nederlandse ambassadeur in Kabul was niet op haar standplaats toen het daar misging.

Opgelucht

Hoe anders was de stemming begin juni. Kamerleden leunden na afloop van een debat over de Afghaanse tolken opgelucht achterover. “We hadden echt een goed gevoel,” zegt een coalitie-Kamerlid. De motie waarin een Kamermeerderheid het kabinet opriep om ‘alle mogelijkheden te benutten’ om vóór de terugtrekking van de laatste Nederlandse militairen – eind juni – tolken naar Nederland te halen, werd omarmd door het kabinet. Er hoefde niet eens over gestemd te worden. Het kabinet zei: dat gaan we doen.

Wat is er vanaf dat moment gebeurd? Er is hard gewerkt, klinkt het in kabinetskringen, met ‘man en macht’, ‘goed gecoördineerd’ en ‘met een duidelijke taakverdeling’. De procedure is versneld, een aantal eisen geschrapt, er werden extra mensen ingezet – zowel in Den Haag als Kabul.

Critici stellen dat het om slechts twee extra mensen gaat: één bij Defensie en één op de ambassade. Defensie en Buitenlandse Zaken geven geen exacte aantallen. “Het is een netwerk van mensen, waar ook veel veteranen in zitten,” zegt een betrokkene. De veteranen worden ingeschakeld voor de identificatie: heeft Abdul/Hamid/Samir echt voor jullie vertaald?

De inspanningen werpen ook vruchten af. Tussen het Kamerdebat van begin juni en de val van Kabul kwamen 43 tolken met hun gezinnen naar Nederland, gewoon per lijnvlucht. Ter vergelijking: tussen 2014 en 1 juni 2021 kwamen 68 tolken plus gezinnen naar ons land. Maar in Afghanistan wachten nu nog zeker 67 tolken wier aanvraag al is goedgekeurd op hun vlucht naar Nederland.

Terwijl nog 700 Nederlanders en andere Afghaanse helpers als beveiligers en koks wachten op evacuatie, groeit ook de groep tolken nog steeds. Sinds Nederland in 2006 actief werd in de provincie Uruzgan, werden 273 tolkenpassen verstrekt door het ministerie van Defensie. Maar al vanaf 2002 waren er Nederlandse militairen in het land, die ook hulp kregen van Afghaanse vertalers. “Het aantal tolken is veel hoger,” zegt een Defensiebron. “De stapel wordt groter en groter.”

Veel van die tolken hadden ‘allang in Nederland kunnen zijn’, meent VluchtelingenWerk. Nee, zegt Defensie. Tot afgelopen zondag had Afghanistan een legitieme regering, die eisen stelde aan hoe Afghanen het land konden verlaten. “De Afghaanse regering eiste een paspoort om uit te reizen. Daar heb je mee te maken in een soeverein land,” zei Bijleveld in debatten. Nederland kon hen toch niet kidnappen?

Run op paspoorten

Achter de schermen werd gevraagd of de Afghaanse autoriteiten de tazkera, het Afghaanse ID-bewijs, wilden erkennen als uitreisbewijs. Toen bekend werd dat de internationale troepen het land zouden verlaten, ontstond er een run op paspoorten, waardoor de wachtlijst lang was. Nederland kon dan een laissez-passer regelen als inreisbewijs voor Nederland. “Daar wilden de Afghanen niet aan meewerken.”

Daarbij leek een klein aantal Afghaanse tolken zelf ook geen haast te hebben. Ze willen nog hun huis of auto verkopen, de bevalling van een familielid afwachten. Zij dachten: we hebben nog even tijd. Ook het kabinet leek lange tijd in die veronderstelling te verkeren. “Het lijkt nu net of we nog maar vier weken hebben, maar de ambassade van Nederland blijft gewoon open in Kabul,” bezwoer Bijleveld de Kamer op 2 juni. “Luchttransport blijft altijd een mogelijkheid.”

De werkelijkheid was weerbarstiger. De ambassade zit sinds zondag dicht. Commerciële vluchten werden ook geschrapt. Defensie regelde daarop twee chartervliegtuigen. Toen dat ook mislukte, werd ‘het militaire plan uit de kast getrokken’. “We zijn allemaal overrompeld.”

Evacuatieplan

Maar het kabinet moest toch een evacuatieplan klaar hebben liggen voor het geval lijndiensten geen optie meer zouden zijn? Dat was immers onderdeel van de motie waaraan het kabinet zich had gecommitteerd. Deze week bleek – tot verbijstering van de Kamer – dat zo’n plan pas vlak vóór afgelopen weekend is opgesteld. “Toen was het al te laat,” verzucht een Kamerlid. De Fransen en Britten blijken wel al maanden bezig met een luchtbrug om onder meer Afghaanse tolken weg te halen. “Bijleveld heeft nooit gezegd: dat lukt niet. Een motie van de Kamer dien je gewoon uit te voeren.”

De Kamer vraagt zich af of het kabinet zich verschuilt achter bureaucratie. “We hebben gezegd: doe echt álles wat je kunt. Is dat wel gebeurd?” Dat is ‘een terechte vraag’, vindt een ingewijde. “Is er genoeg gedaan, was de urgentie er voldoende?”

Nu de urgentie er wel is, zegt hij, is het onduidelijk of de tolken nog wel naar Nederland kunnen komen. “De taliban hebben checkpoints rond het vliegveld: je moet verdomd knap zijn om daar tussendoor te komen zonder controle.” Of hij denkt dat alle tolken veilig voet op Nederlandse bodem gaan zetten? “Het is wat dat betreft echt onzeker.”

Dit verhaal is tot stand gekomen na gesprekken met een tiental betrokkenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden