PlusAchtergrond

Wat kunnen we van Zweden leren over groepsimmuniteit?

Jongeren vermaken zich bij Park Somerlust op een warme zaterdag avond in Amsterdam. Ondanks het Coronavirus is het vaak (te) druk in de stad.Beeld Joris van Gennip

Als gunstige bijvangst van de tweede coronagolf raken meer mensen immuun voor het virus. Met zijn relatief losse beleid is Zweden volgens sommigen al hard op weg naar groepsimmuniteit. Wat kan Nederland daarvan leren? 

ZWEDEN GIDSLAND?

Gaat het de Zweden lukken? Drukken zij de coronapandemie de kop in zónder lockdown? Waar Nederland en omringende landen met angst en beven de tweede golf ­beleven, kent Zweden al relatief lang weinig ­besmettingen en ziekenhuisopnames. Scholen en horeca zijn open ­gebleven. In het relatief ­dunbevolkte land mag het virus gecontroleerd circuleren onder het weerbare deel van de ­bevolking om immuniteit op te bouwen, bepaalde staatsepidemioloog Anders Tegnell. Hij wil de Zweden niet van lockdown naar lockdown slepen.

Aanvankelijk oogstte Zweden hoon. Mede door slecht beschermde verpleeghuizen was het dodental fors hoger dan in de Scandinavische landen die wel in lockdown gingen. Maar de strategie moet zich bewijzen op de lange termijn, waarbij de veerkracht van maatschappij en economie ook een rol spelen, aldus Johan Giesecke, voorganger van Tegnell.

Adem inhouden

De Zweedse autoriteiten sluiten een tweede golf niet uit. Maar sommige deskundigen zien het er niet meer van komen. “Er zijn aanwijzingen dat de Zweden een mate van immuniteit hebben bereikt die, in combinatie met andere maatregelen, genoeg is om de ziekte onder ­controle te houden,” zei de Deense hoogleraar biocomplexiteit Kim Sneppen afgelopen week in de krant Politiken. Hoeveel Zweden nu ­immuun zijn, is echter niet bekend.

Oud-staatsepidemioloog Giesecke is voorzichtig. “Iedereen houdt zijn adem in. Sinds half juli zijn de cijfers goed geweest. De laatste drie weken is er een lichte stijging. De vraag is: welke kant gaat het op?”

De gangbare opvatting onder epidemiologen is dat zeker 60 procent van de bevolking Covid-19 moet hebben doorgemaakt om groepsimmuniteit te bereiken. Maar volgens een recente Zweedse studie kan een dikke 40 procent ­genoeg zijn en kom je al ver bij 20 procent, ervan uitgaande dat de meest kwetsbare en sociaal ­actieve mensen bij de eerste golf de ziekte al hebben doorgemaakt.

DE KANSEN

Zijn hier voor Nederland lessen uit te trekken? Afgaande op de antistoffen die bloedbank Sanquin terugvindt onder donoren, is Nederland nog ver verwijderd van groepsimmuniteit. ­Ervan uitgaande dat ex-coronapatiënten drie maanden tot een jaar immuun zijn – dat denken veel virologen – gaat het om een miljoen mensen; zo’n 5 procent van de bevolking.

Hans Zaaijer, arts-microbioloog bij Amsterdam UMC en onderzoeker bij Sanquin, verwacht dat het virus nu met name onder jongvolwassenen ‘explodeert’. “Ik hou m’n hart vast voor de ic-capaciteit.” Maar, zegt hij, het kan ook gunstig zijn, gezien de rol van twintigers en dertigers bij de virusverspreiding. “Het is een lange weg naar groepsimmuniteit. Maar als zij immuun zijn, ben je verlost van een voorname schakel in de besmettingsketen.”

“Ik ben optimistisch over de duur van de ­immuniteit. Bij 400 donors met antistoffen ­tegen het coronavirus werden de antistoffen tot nu toe bij slechts 2 procent weer negatief. ­Bovendien kan je ook zonder antistoffen ­immuun zijn.”

Hysterie

Vanwege hun rol bij de verspreiding vindt Kees Brinkman (internist-infectioloog in het OLVG) het ‘eigenlijk niet erg’ als jongeren corona krijgen, mits ze uit de buurt van ouderen blijven. “Ze worden niet of nauwelijks ziek en kunnen daarna geen anderen meer besmetten.”

Jacco Wallinga, die bij het RIVM de reken­modellen voor virusverspreiding maakt, tempert de verwachtingen. “In de leeftijdscategorie 20 tot 25 jaar is hooguit 15 procent immuun, het effect hiervan is niet goed meetbaar.”

Brinkman erkent de ernst van de voortdurende groei van het aantal besmettingen. Het leidt tot meer ziekenhuisopnamen en uiteindelijk raakt de zorg overbelast. Toch is hij verbaasd over ‘de hysterie rond elke nieuwe infectie, vooral bij jongeren’.

Tijdens de eerste golf zag Brinkman op de verpleegafdeling van het OLVG wat corona kan aanrichten. “Maar het merendeel van de ­besmette mensen heeft milde klachten. Dat zeg ik desgevraagd ook tegen mijn chronische ­patiënten met hiv en diabetes: als je het op mocht lopen is de kans dat het goed afloopt vele keren groter dan dat het verkeerd gaat.”

Brinkman en Zaaijer zien voordelen in apart beleid voor de ongeveer 1 miljoen Nederlanders die Covid-19 opliepen en met wie het goed kwam. Maak voor hen minder strenge regels, vinden ze, want zwaar ziek zullen zij niet meer worden en ze dragen het virus niet of nauwelijks over.

DE RISICO’S

Viroloog Menno de Jong (Amsterdam UMC) is gefocust op het oplopend aantal besmettingen. Als lid van het OMT adviseert hij het kabinet over al dan niet ingrijpen. “Het virus bereikt nu ook oudere leeftijdsgroepen; de ziekenhuis­opnamen stijgen. Ik ben bezorgd. We moeten niet terug naar de situatie van maart en april.”

Er is discussie onder wetenschappers of de tweede golf milder uitpakt in landen met meer immuniteit onder de bevolking. Leidt het tot minder opnamen en sterfte? Is het (gefaseerd) nastreven van groepsimmuniteit daarom een heilzame strategie voor de lange termijn?

Patricia Bruijning (kinderarts-epidemioloog van het UMC Utrecht) is er huiverig voor. “Ik zou het aandurven bij jonge mensen, zeg onder de 25 of 30, maar nog nergens ter wereld is het goed mogelijk gebleken groepen te scheiden. Dat maakt het risicovol.”

Ook ontbreekt absolute zekerheid dat iemand na besmetting twee tot drie jaar immuun is, stelt Bruijning, en voor een langetermijnstrategie acht ze dat wel noodzakelijk.

Bovendien lijkt het erop dat het immuun­systeem bij een deel van de dertigplussers ‘een enorme opdoffer’ krijgt van het virus, waardoor mensen maanden kampen met vermoeidheid en andere lichamelijke klachten. ­Bruijning, veertiger, zou vanwege de mogelijke nasleep niet geïnfecteerd willen raken. “We weten niet hoe groot die groep is en of de klachten tijdelijk zijn, maar bij groepsimmuniteit gaat het altijd om grote aantallen. Ter illustratie: 1 procent van 5 miljoen, dat zijn 50.000 mensen.”

Kees Brinkman (OLVG) en Menno de Jong (Amsterdam UMC) doen onderzoek naar het wel en wee van ex-covidpatiënten. Vooruitlopend op de uitkomsten zegt Brinkman: “In z’n algemeenheid zien we vermoeide mensen langzaam maar gestaag opknappen.”

Illusie

Het Nederlandse beleid accepteert een zekere mate van virustransmissie, zolang kwetsbare groepen en het zorgstelsel er niet door worden geraakt. Een bepaalde mate van immuniteit onder de bevolking zorgt immers voor enige weerbaarheid, is de gedachte. “Nul besmettingen is niet het doel,” aldus OMT-lid De Jong.

Brinkman (OLVG) onderschrijft dat. “Streven naar nul besmettingen is een heilloze weg. Wanneer kun je de beperkende maatregelen veilig opheffen? Alleen als er een vaccin is. Stel dat dat lang op zich laat wachten of niet goed werkt? Dan ben je tot het einde der dagen bezig.”

Toch pleit RedTeam – een groep onafhankelijke deskundigen – al maanden voor volledige indamming. Amrish Baidjoe, veldepidemioloog en lid van RedTeam, noemt het ‘een illusie’ dat je het virus in een dichtbevolkt land als Nederland gecontroleerd kunt laten rondgaan onder minder kwetsbare groepen. “Het is alsof je een gaatje in de dijk beheert en denkt dat je precies weet hoeveel water je kunt doorlaten om de planten achter de dijk te bewateren, maar uiteindelijk stroomt het land onder water.”

Wat is groepsimmuniteit?

Het grote publiek hoorde er voor het eerst over in Ruttes tv-toespraak op 16 maart: Nederland ging kwetsbaren tegen corona beschermen door het ‘gecontroleerd opbouwen van groepsimmuniteit’.

Dat riep vragen op. Want volgens deskundigen ontstaat groepsimmuniteit pas als zo’n tweederde van de bevolking – 11 miljoen mensen – besmet is geraakt met het virus. Zelfs bij een ziekte met lage sterftecijfers leidt dat tot veel doden. Stel dat 0,5 procent aan Covid-19 overlijdt, dan gaat het om 55.000 mensen.

Na de ophef verlegden Rutte en RIVM-voorman Jaap van Dissel de focus naar het beschermen van kwetsbare groepen en het voorkomen van overspoeling van de zorg.

Groepsimmuniteit is een strategie om een infectieziekte uit te doven. Uitgangspunt is dat iemand die een infectie of vaccinatie heeft gehad niet snel opnieuw besmet raakt; zo iemand is immuun. Hoe meer mensen dat zijn, hoe minder makkelijk een infectieziekte overspringt van de ene mens op de andere.

Iemand die immuun is heet in de epidemiologie een ‘dead-end’; daar eindigt de virustransmissie. Als er meer ‘dead-ends’ zijn dan te infecteren mensen, krimpt het virus. Uiteindelijk wordt het zo klein dat het nauwelijks nog een gevaar vormt voor niet-immunen. De immuniteit van de groep beschermt hen dan tegen het virus: groepsimmuniteit.

Welk deel van de bevolking immuun moet zijn voordat groepsimmuniteit ontstaat, verschilt per ziekte. Iemand die be­smet is met de mazelen infecteert gemiddeld 16 tot 18 anderen. Bij het coronavirus ligt dat reproductiegetal op 2 tot 3. Hoe hoger het reproductiegetal, hoe groter het bevolkingsdeel dat immuun moet zijn voordat groepsimmuniteit is 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden