Plus Achtergrond

Waarom het publieke debat in Duitsland ongekend hard is

Duitsland worstelt met de nasleep van een politieke moord, de opvang van een miljoen vluchtelingen en oprukkend rechts. Bij komende deelstaatverkiezingen kan de AfD de grootste worden.

Een gesluierde vrouw passeert in een buitenwijk van Duisburg een verkiezingsposter van AfD. Beeld REUTERS

De steen is nog niet geplaatst, dus vooralsnog heeft Walter Lübcke een eenvoudig graf. Midden op de lieflijk groene begraafplaats in het dorpje Wolfhagen-Istha staat een smal houten kruis, met een ovalen plaatje: dr. Walter Lübcke, 22.08.1953 – 02.06.2019. Je zou dit graf zo voorbij lopen, zonder door te hebben dat hier het lichaam ligt van een politicus die op het terras voor zijn huis werd neergeschoten, even na middernacht. Op dat moment was in Istha het jaarlijkse dorpsfeest aan de gang. Rechts-extremist Stephan E. kon net na middernacht zonder op te vallen de woning van CDU’er Lübcke naderen.

Met een pistoolschot in het hoofd, van dichtbij, werd E. verantwoordelijk voor de eerste politieke moord in Duitsland sinds de jaren 80, toen de links-extremistische terreurgroep Rote Armee Fraktion (RAF) dood en verderf zaaide. De eerste politieke moord sinds de val van de Berlijnse Muur, en daarmee ook de eerste in het Duitsland na ‘Wir schaffen das’ (“Het lukt ons wel”), de inmiddels historische uitspraak van bondskanselier Angela Merkel op 31 augustus 2015, op het hoogtepunt van de Europese vluchtelingencrisis.

Zivilcourage

Thomas Bockelmann (64) kende Lübcke goed. Hij is al veertien jaar artistiek leider van het stadstheater in Kassel, de stad waar Lübcke politiek actief was. De twee ‘hadden gewoon een goede klik’. “Hij was een humoristische, toegewijde, nuchtere man,” vertelt Bockelmann tijdens een wandeling door zijn geliefde Kassel. “Ik mocht hem enorm graag. Als we tegelijk op een bijeenkomst of borrel waren, vroeg Walter vaak: ‘Even roken?’ Of we dronken samen wat. Walter hield van het goede leven. Toen ik hoorde dat hij dood was, dacht ik: die heeft een hartaanval gehad. Maar ik had het mis.”

Lübcke, zegt Bockelmann, had Zivilcourage, wat zoiets betekent als burgermoed of morele moed. “Een belangrijk begrip.” Een van de momenten dat de CDU-politicus zich geroepen voelde om een stevig standpunt in te nemen was in oktober 2015 tijdens een bijeenkomst over de opvang van vluchtelingen in een dorp bij Kassel. Beschimpt en geprovoceerd door leden van Kagida, de Kasselse afdeling van anti-islambeweging Pegida, zei Lübcke: “Wie deze waarden (van een open samenleving, red.) niet deelt, kan dit land op elk moment verlaten, als hij het er niet mee eens is. Dat is de vrijheid van iedere Duitser.”

De uitspraak, die op sociale media talloze keren werd gedeeld, kwam Lübcke op tientallen bedreigingen te staan, sommige met de dood. Daarna werd het stil, tot een voormalige CDU-politica die nu de rechts-populistische Alternative für Deutschland (AfD) steunt, het citaat afgelopen februari via Twitter en Facebook opnieuw de wereld in slingerde. “Ze wekte de indruk dat het een actuele uitlating van Lübcke was. Zonder die tweet had hij nog geleefd, daar ben ik van overtuigd.”

Haat en wantrouwen

De moord op Lübcke was een belangrijke, maar lang niet de enige gebeurtenis in Duitsland die deze zomer voor beroering zorgde. In Wächtersbach bij Frankfurt werd een Eritreeër in het hoofd geschoten door een man met vermoedelijk racistische motieven. In Stuttgart doodde een Syriër zijn voormalige huisgenoot, een Duitser van Kazachse afkomst, op straat met een ‘zwaardachtig voorwerp’. Dan was er nog het ijzingwekkende drama op het station in Frankfurt, waar een in Zwitserland woonachtige Eritreeër een 8-jarig jongetje voor de trein duwde.

Het zijn op zichzelf staande gebeurtenissen die één ding gemeen hebben: sinds de toestroom van zo’n 1 miljoen vluchtelingen vanaf 2015, is elk incident voer voor een ongekend hard debat. Dat het bij onze oosterburen sinds de hereniging in 1989 op basis van de misdaadstatistieken nooit veiliger was dan nu, krijgt veel minder aandacht.

Politiek gezien is het vooral anti-immigratiepartij AfD die de vruchten plukt van de maatschappelijke onrust. De in 2013 opgerichte partij is vooral in voormalig Oost-Duitsland populair. Bij de regionale verkiezingen in de oostelijke deelstaten Saksen en Brandenburg (1 september) en Thüringen (27 oktober) maakt de AfD kans de grootste partij te worden. Een kwart van de kiezers zegt op ze te gaan stemmen.

De dood van Lübcke lijkt de rechts-populisten niet te hebben geschaad, terwijl heel wat publicisten en hoogleraren de AfD op zijn minst medeverantwoordelijk achten voor de moord. Zij stellen dat de partij een klimaat heeft gecreëerd waarin vluchtelingen openlijk worden gehaat, de politiek gewantrouwd en de pers weggezet als Lügenpresse (liegende pers).

AfD-kopstukken doen geregeld uitspraken die de rest van het land schokken. Björn Höcke, leider van de AfD in Thüringen, ging vorig jaar los op het Holocaustmonument in Berlijn, volgens hem een ‘monument van schande’ in het hart van de hoofdstad. Het maakt elke plek die ­Höcke bezoekt in de verkiezingscampagne er een van spanning en dreigend geweld. Vorige week besmeurden linkse activisten het stadhuis in Grimma, waar Höcke een bijeenkomst van zijn partijgenoten in buurdeelstaat Saksen zou bijwonen, met poep.

“Een criminele en immorele actie,” zegt de burgemeester van het stadje, Matthias Berger (51), zittend aan de grote tafel in zijn werkkamer. “De AfD had keurig een ruimte gehuurd. Als partijen al geen politieke bijeenkomsten meer mogen organiseren, in wat voor land leven we dan? Wat is de volgende stap?”

Het nog steenloze graf van CDU’er Walter Lübcke, die twee maanden geleden werd doodgeschoten. Beeld Chris van Mersbergen

Begrijp Berger niet verkeerd: met de ideeën van de AfD heeft hij weinig op. Sommige vertegenwoordigers, zoals Höcke, noemt hij zelfs ­‘extreem gevaarlijk’, maar hij stelt ook: de partij negeren werkt averechts. “Ik ken de AfD-stemmers. Dat zijn meestal geen mensen met extreemrechtse ideeën. Het zijn teleurgestelde mensen, die al sinds het vallen van de Muur tevergeefs wachten op daden van de deelstaatregering die hun leven beter maken. Dan maar AfD, denken ze. Wat je moet doen: met die kiezers praten. Kijken wat je als overheid béter voor ze kunt doen, ze het idee geven dat ze invloed hebben.”

Berger is partijloos burgemeester. Hij bekijkt de politieke staat waarin Saksen en de rest van Oost-Duitsland verkeren met afgrijzen. Hij ziet de ‘oude’ partijen CDU en SPD, die steeds minder een verhaal hebben dat kiezers aanspreekt, links- en rechts-radicalen, die elkaar met geweld bestrijden. Aanslagen op partijkantoren en huizen van politici komen in de voormalige DDR geregeld voor. Onlangs werd de vakantiewoning waarin een AfD-politicus lag te slapen in brand gestoken.

Asgrauw oorlogsverleden

In dat ontvlambare politieke klimaat zou de AfD er dus zomaar eens met de verkiezingszege vandoor kunnen gaan. “Wat er dan gebeurt? Ik heb geen idee, ik ben echt radeloos,” zegt Berger.

“Niemand wil met de AfD regeren. Je krijgt een minderheidsregering met de CDU, of een vlees-noch-viscoalitie. Dat speelt de AfD alleen maar in de kaart. Misschien behalen ze bij de verkiezingen over vijf jaar wel een absolute meerderheid. Dan krijg je een soort dictatuur in Saksen. Ik maak me grote, grote zorgen.”

Een partij die tekeer gaat tegen buitenlanders als winnaar van de verkiezingen: hoe is dat, gezien het asgrauwe oorlogsverleden van het land, toch mogelijk? Het idee doet veel Duitsers gruwen. “Ik geloof ook niet dat de AfD uiteindelijk zo groot blijft,” zegt Thomas Bockelmann. “Vooral ouderen stemmen erop. Jongeren willen een positief verhaal horen dat toekomst heeft.”

Hoe verder je vanaf Grimma naar het oosten rijdt, hoe beter de AfD er in de peilingen voor staat. Dicht bij de Poolse grens vind je bijvoorbeeld Bautzen. In dat stadje viel een groep van tachtig jongeren in 2016 een groep jonge asielzoekers aan, waarna een massale vechtpartij ontstond. Een invloedrijke bouwondernemer – ook gul donateur van de AfD – sponsort er de beweging Wir Sind Deutschland. Die geeft het lokale tijdschrift Denkste mit?! uit, waarin complottheorieën vrij baan krijgen.

Wij nemen de afslag Dresden, de stad waar anti-islambeweging Pegida sinds 2014 elke maandagavond een demonstratie houdt op de Alte Markt in het centrum. Dresden is daarmee symbool van (extreem-)rechts geworden, moet Susann Rinke tot haar spijt erkennen. De twintiger, die actief is in het welzijnswerk, ziet haar stad veranderen. “Er is meer openlijk racisme. Veel mensen met een buitenlandse achtergrond zijn bang, dat merk ik echt.”

Om te laten zien dat lang niet iedereen in Dresden Pegida en de AfD steunt, organiseert Rinke vandaag, een week voor de verkiezingen, met anderen de grote demonstratie, Unteilbar (ondeelbaar). “We hebben al 25.000 aanmeldingen. Allemaal mensen die het niet eens zijn met wat er gebeurt.”

De wekelijkse samenkomst van Pegida trekt de avond van ons bezoek zo’n vijfhonderd mensen. Vooral mannen, vooral 50-plus. Ook hier veel AfD. Demonstranten dragen borden die oproepen op de partij te stemmen, zodat ‘recht en orde terugkeert’. Halverwege de bijeenkomst krijgt een parlementslid van de partij het woord. ‘AfD! AfD!’ scandeert het plein.

‘Pers is hier taboe, ga weg!’

Matthias Berger. burgemeester van Grimma. Onlangs besmeurden linkse activisten er het stadhuis met poep. ‘Een criminele en immorele actie.’ Beeld Privebeeld

De demonstranten hebben daarvoor al een stortvloed aan xenofobe teksten over zich heen gekregen. “De omvolking is in volle gang!,” buldert Pegida-aanvoerder Lutz Bachmann, als hij memoreert dat moslims in Duitsland meer kinderen krijgen dan de autochtone Duitser. De aanwezigen joelen zo hard ze kunnen.

De Pegida-aanhangers worden omringd door eigen ordehandhavers, stevige mannen met om de meestal imposante biceps een witte band met daarop het woord Ordner. Een ouder echtpaar – ze willen hun naam niet geven – zegt hier te zijn ‘om op te komen voor de toekomst van hun kleinkinderen’. “Maar we zijn geen fascisten.” Een andere man wil geen vragen van de pers beantwoorden – het advies dat demonstranten van Pegida standaard krijgen. “Pers is hier taboe,” zegt hij. “Je bent niet welkom, ga weg!”

In Kassel voert het stadstheater vanaf september een stuk op over tien moorden die tussen 2000 en 2007 zijn gepleegd door de neonazistische terreurgroep NSU. “Ik sta zelf op het podium,” zegt Thomas Bockelmann. Met angst? “Nee. Ik weiger bang te zijn. Ik wil geen beveiliging voor de deur. Ik wil daar staan in de geest van Walter: met Zivilcourage. Het is mijn plicht op te staan voor een vrije samenleving en tegen racisme. Nu Walter er niet meer is, moeten wij nóg een stukje moediger zijn.”

Rechts geweld

Een rechts-extremistische politieke moord mag een unicum zijn, geweld van rechterzijde is dat in Duitsland zeker niet. Volgens Duitse media zijn de laatste dertig jaar 169 mensen door rechts-extremisten om het leven ­gebracht; de overheid houdt het op 83. Doden door links-extremistisch geweld zijn sinds de opheffing van de Rote Armee Fraktion (die 34 moorden op haar geweten heeft) vrij zeldzaam. De laatste jaren zijn meer dan duizend rechts-extremistische gewelddadigheden per jaar geteld, met een dieptepunt in 2016 (1600). In 2017 woonden er 24.000 rechts-extremisten in Duitsland, volgens cijfers van de regering. Een meerderheid van hen (12.700) verklaarde zich bereid geweld te gebruiken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden