PlusInterview

Waarom de tweede golf in Duitsland véél milder is: ‘Zij luisteren, wij discussiëren maar door’

Het eindeloze Nederlandse gediscussieer en gepolder over coronamaatregelen zorgt ervoor dat burgers zich minder goed aan de regels houden. Dat zegt Andreas Voss, hoogleraar infectiepreventie en lid van het Outbreak Management Team (OMT).

Andreas Voss (links) tijdens de uitreiking van de Ig Nobelprijs voor economie. Beeld AP

“Hier discussiëren we maar door. Ik denk dat we het draagvlak voor het coronabeleid in Nederland daardoor echt kapot kunnen praten. We moeten stoppen met twijfel zaaien,” stelt Voss in een interview met deze site, over de grote verschillen tussen de Nederlandse en Duitse besmettingscijfers. In Nederland raken op dit moment in verhouding zeven tot acht keer meer mensen besmet met corona dan bij de oosterburen.

Neem dinsdag: Duitsland (83 miljoen inwoners) telde op die dag ruim 2000 besmettingen, Nederland (17 miljoen inwoners) zo’n 3000. In Noordrijn-Westfalen (NRW), een deelstaat die qua inwoneraantal en bevolkingsdichtheid bijna perfect met ons land valt te vergelijken, waren er dinsdag 538 besmettingen. Het totaal aantal doden in NRW sinds februari: 1872. In Nederland: 6393.

Gezagsgetrouwer

Volgens Voss komt dat onder meer doordat Duitsers zich beter aan de basisregels houden. Enerzijds omdat ze van nature gezagsgetrouwer zijn dan Nederlanders. Maar de in Duitsland geboren en opgegroeide Voss, naast hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen ook arts-microbioloog bij het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis in dezelfde stad, wijst ook op het in Nederland ‘veel extremer gevoerde’ maatschappelijke debat, waarbij iedereen aan talkshowtafels en zelfs bij het kabinet zijn of haar zegje mag doen over het coronabeleid.

Zo wonnen zowel het kabinet als de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema voor het onderwerp mondkapjes advies in bij het Red Team, een niet aan de overheid verbonden club onafhankelijke experts. Premier Mark Rutte noemde het Red Team in de laatste coronapersconferentie van het kabinet ‘een club mensen die ons scherp houdt’.

“Daarmee geeft hij ze status, en creëer je een soort competitief adviesmodel. Dat helpt in mijn ogen niet om draagvlak te creëren bij de burger,” vindt Voss, die zelf dus lid is van het OMT, het officiële wetenschappelijke adviesorgaan van de overheid.

Het valt niet meer te ontkennen: Duitsland is beter in het bestrijden van het coronavirus dan Nederland. Met ongeveer hetzelfde maatregelenpakket - al kozen de Duitsers al maanden geleden voor het mondkapje - boeken onze oosterburen veel betere resultaten.

De Duitsers zijn beter in grootschalig testen. Ze doen al sinds het uitbreken van de pandemie aan uitgebreid bron- en contactonderzoek, en dat zonder veel capaciteitsproblemen. Ze hebben vier keer zoveel ic-bedden bedden als wij. En, dat is natuurlijk het belangrijkste: het dagelijks aantal besmettingen en sterfgevallen ligt er dus structureel (veel) lager dan in Nederland.

Andreas Voss is Duitser van geboorte, hoogleraar Infectiepreventie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen én lid van het OMT. Hij kent de situatie in beide landen dus goed.

Ze beginnen nu wel echt op te vallen, meneer Voss, die grote verschillen.

“Ja, daar kun je niet aan ontkomen. Duitsland doet het structureel erg goed. Ik zie daarvoor twee belangrijke factoren. Ten eerste: de testcapaciteit. In Duitsland heb je bulklaboratoria die gespecialiseerd zijn in het verwerken van grote aantallen tests. Nederland heeft heel goede labs, die heel snel kwalitatief goed werk kunnen leveren. Maar niet op die grote schaal. Een pandemie is echt een ander spel. Een aantal Duitse laboratoria is zo groot, dat ze de totale Nederlandse testvraag er zelfstandig bij hadden kunnen doen. Dat is de schaal waar je over praat. Met hun grote omzetten zijn die labs natuurlijk ook aantrekkelijk voor leveranciers van materialen.”

Wat is de tweede?

“Die tweede, en die vind ik op dit moment belangrijker, is de discipline van mensen. In Duitsland heb je ook groepen á la Viruswaarheid, er zijn ook veel meningen. Maar er is meer dan in Nederland een enorme discipline in het volgen van het landelijke beleid. Als ik over de grens ga tanken en ik zet bij het betalen mijn mondkapje niet op, dan zullen andere klanten me daarop wijzen. Een winkelier zal me terugsturen. Je hoort in Duitsland ook veel minder verhalen van feestende jeugd, of van familiefeesten die tot enorm veel besmettingen leiden. Ze zijn er natuurlijk wel, maar in verhouding blijkbaar veel minder.”

Hoe komt dat?

“Om te beginnen is er een cultuurverschil. Als je een Duitser zegt dat hij moet springen, dan zal hij je vragen: hoe hoog? Een Nederlander vraagt: waarom? Als er in een hotel een scherm van plexiglas voor de receptie staat en klanten moeten ook een mondkapje dragen, dan doet een Duitser dat gewoon. Een Nederlander zal zeggen: waarom moet ik met een mondkapje voor een glaswand gaan staan? En vervolgens gaat hij in discussie welke van de twee barrières er weg moet.”

De coronaregels zijn in Nederland en Duitsland zo’n beetje hetzelfde.

Ik denk ook dat er aan het Nederlandse beleid niets fout is. Maar het maatschappelijke debat wordt hier veel extremer gevoerd. Het land is klein en goed met elkaar verbonden, dus discussies worden al snel op nationaal niveau gevoerd. Daarbij heb je ontzettend veel opiniemakers, en de media vreten het. Of het nu Maurice de Hond is, of het Red Team (een niet aan de overheid verbonden club onafhankelijke experts, red.), of de influencers met #ikdoenietmeermee, noem ze maar op. Ze zitten aan alle talkshowtafels, worden overal geciteerd. En dan gaat premier Mark Rutte tijdens de laatste persconferentie ook nog zover dat hij het Red Team expliciet benoemt, waarmee hij ze status geeft. Daarmee creëer je een soort competitief adviesmodel. Dat helpt in mijn ogen niet om draagvlak te creëren bij de burger.”

Waarom niet?

“Het zorgt er alleen maar voor dat mensen massaal argumenten hebben tegen álles. En dat ze zich altijd wel gesteund voelen door één van de partijen die aan tafel zitten in een talkshow, of een opiniemaker in de sociale media. Hier discussiëren we maar door. Ik denk dat we het draagvlak voor het coronabeleid in Nederland daardoor echt kapot kunnen praten. Wat we nodig hebben, is één duidelijke richting en aanpak. We moeten stoppen met twijfel zaaien.”

Zie je dit in Duitsland niet gebeuren?

“Daar zijn ook grote protesten, en daar worden ook meningen uitgewisseld. Maar de regering draagt één standpunt uit, zonder veel ruimte te laten. Zo zijn Duitsers ook: het is A of B, er is veel minder grijs gebied. Hier is het allemaal wat minder directief. Ik doe daar overigens ook zelf aan mee hoor. Ik doe hier mijn werk ook anders dan ik het vroeger in Duitsland deed.”

De Amsterdamse burgemeester Halsema zei dat ze voor mondkapjesadvies te rade ging bij het Red Team. Gisteren schoven leden van het team aan voor een hoorzitting in de Tweede Kamer. Hoe voelt dat als OMT-lid?

“Ten eerste denk ik dat er in dat Red Team heel slimme mensen zitten. Feedback om te voorkomen dat je een tunnelvisie krijgt, is belangrijk. Maar het helpt niet als zo’n team via de media en andere kanalen opinie blijft maken en zelfs een soort tweede adviesorgaan wordt. Los van de kwaliteit van het advies, wordt de situatie zo extreem onduidelijk voor iedereen. Mensen gaan shoppen voor het advies dat ze het best uitkomt. Als OMT discussiëren wij intensief met elkaar, maar brengen vervolgens één advies uit aan de overheid. Natuurlijk zijn er ook leden die op bepaalde onderwerpen een afwijkend standpunt hebben. Maar dat ga je als OMT-lid niet uitgebreid in de media verkondigen. Dat is volgens mij ook volledig terecht, anders krijg je meteen discussie over een advies. Veel, zo niet alle standpunten die nu door anderen in de media worden geventileerd, zijn ook in het OMT langsgekomen. Soms voelt het dan niet goed om er niets over te kunnen zeggen, terwijl andere mensen een groot podium krijgen. Nu lijken de adviezen die die andere clubs geven totaal nieuw, en onbesproken in het OMT. Maar dat is natuurlijk niet zo.”

Op deze manier zullen wij geen coronakampioen worden, maar Duitsland wel?

“Nederland heeft het niet heel slecht gedaan. En je moet uitkijken dat je geen appels met peren gaat vergelijken. Pas in 2022, als de pandemie hopelijk achter de rug is, kun je echt goed beoordelen hoe landen gepresteerd hebben. Dan kun je beoordelen hoe groot de oversterfte is geweest, hoe de economie is geraakt en wat de langetermijn-impact van de crisis is. Maar laten we het zo zeggen: Duitsland maakt een goede kans.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden