PlusAnalyse

Vuurwerk verwacht rond China op jaarvergadering WHO

De jaarvergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) belooft morgen een bijzonder evenement te worden. Niet alleen komen de 194 aangesloten landen voor het eerst twee dagen virtueel bijeen, maar er is veel spanning rond China.

Tedros Adhanom Ghebreyesus.Beeld AFP

Van een gesloten front van de wereld in de strijd tegen Covid-19 is al lang geen sprake. Donald Trump heeft de WHO reeds afgeschreven en veroordeeld als te zeer op de hand van China. Hij kondigde aan de Amerikaanse contributie aan de WHO te zullen korten; wat overigens inmiddels alweer lijkt te worden herzien. 

China tolereert in elk geval geen enkele kritiek op de handelswijze toen de corona-epidemie uitbrak. En het land waarvan wordt gezegd dat het misschien wel het meest efficiënt reageerde op Covid-19, Taiwan, zal zeer waarschijnlijk niet eens worden gehoord op de vergadering. 

De bijeenkomst is zeker nu van belang, want er is grote behoefte aan samenwerking om bijvoorbeeld een vaccin te vinden en er voor te zorgen dat ook arme landen daarover snel kunnen beschikken. De WHO is ’s werelds hoogste orgaan dat het gezondheidsbeleid bepaalt. De organisatie is samengesteld uit gezondheidsministers van de lidstaten.

Normaliter zou de WHO-vergadering in het Zwitserse Genève een redelijk formele aangelegenheid zijn waar budgetten en agenda’s worden goedgekeurd en links en rechts wat benoemingen worden bevestigd. Op de agenda die vorig jaar werd aangenomen stonden onderwerpen als de aanpak van tbc en polio. Maar ja, toen gebeurde er iets in Wuhan.

Geschoffeerd

Naar verwachting zullen er morgen ook pertinente vragen komen over de wijze waarop de WHO is omgegaan met de coronapandemie. Tedros Adhanom Ghebreyesus, de Ethiopische directeur-generaal van de organisatie, is al verweten dat hij te veel aan het handje van China zou hebben gelopen. De WHO was bepaald niet zuinig met complimenten voor de Chinese aanpak.

China zelf voelt zich niettemin enorm geschoffeerd, helemaal omdat een aantal landen, met voorop Australië en de grote EU-landen, een onafhankelijk onderzoek willen naar de oorsprong van de pandemie. En dus ook willen kijken naar hoe de Chinese regering écht handelde in de eerste cruciale weken. Daarover bestaan veel twijfels. Peking beschouwt zo’n onderzoek als een regelrechte belediging van de Chinese ‘openheid’ over de aanpak en ook van de vele offers die zijn gebracht door Chinese medici die voorop gingen in de strijd.

Spanningen

Het verzoek om een onderzoek heeft al tot grote diplomatieke spanningen geleid tussen de supermachten, maar ook tussen China en Australië. Dat laatste land heeft zich tot spreekbuis gemaakt van de vele, vooral westerse landen, die willen dat onafhankelijke specialisten mogen gaan kijken in Wuhan. Australië heeft gemerkt dat China daarover ziedend is. De Aussies hangt een Chinese boycot boven het hoofd; vlees uit vier Australische verwerkingsfabrieken is plots geweigerd. Deze vleeshandel heeft een exportwaarde van 3,5 miljard dollar per jaar, dus de economische belangen zijn groot. Officieel weigert China het vlees toevallig nu vanwege ‘technische redenen’. 

Waarnemers geloven daar weinig van en zien in de harde Chinese repliek een nieuw bewijs dat kritiek op Peking soms duur moet worden betaald. “Ik denk dat Australië, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en landen over de hele wereld graag willen weten wat er is gebeurd, omdat we niet willen dat het opnieuw gebeurt,” probeerde de Australische premier Scott Morrison het een week geleden nog eens. 

Maar China is duidelijk zeer gekrenkt. Er wordt gedreigd met extra exporttarieven op Australische gerst. Dinsdag zal China over dat laatste een besluit nemen, zo is aangekondigd. China heeft overigens wel vaker gedreigd en ook handelsrestricties ingezet om landen te raken die de Chinese communistische partij kennelijk irriteren. Zo werd de import van zalm uit Noorwegen opgeschort nadat de Nobelprijs voor de Vrede in 2010 was toegewezen aan de Chinese dissident Liu Xiaobo.

Taiwan

Minstens zo gevoelig op de jaarvergadering van de WHO wordt de vraag van min of meer dezelfde groep westerse landen waarom Taiwan de leden niet zou kunnen toespreken. Dat land boekte immers uitstekende resultaten in de strijd tegen het virus, wat er vooral op neerkwam dat Taiwan gewoon sneller reageerde op geruchten over een nieuw, Sars-achtig virus op het vasteland dan China zelf. Probleem is dat Taiwan geen lid meer is van de WHO en door de meeste landen ook niet wordt erkend als een onafhankelijke staat, omdat grootmacht China het eiland beschouwt als nationaal grondgebied.

Dat ‘één China-principe’ was lang geen groot diplomatiek probleem in de WHO, maar nu Taiwan zo uitblinkt - en dat zelf ook wil weten, door bijvoorbeeld wereldwijd mondkapjes uit te delen - is er veel interesse in het gevoerde beleid. Morgen wordt daarom eerst gestemd over de vraag of Taiwan mag meedoen. Gezien het grote blok dat China steunt - met bijna alle Afrikaanse landen - is de kans klein dat dat erdoor komt. “Taiwan aan het woord laten kan de voortgang van de conferentie alleen maar ernstig verstoren en de internationale samenwerking ondermijnen,” waarschuwde een Chinese regeringswoordvoerder deze week.

Volgens veel waarnemers is het allemaal diplomatiek touwtrekken in het grote machtsspel, waarin de Verenigde Staten en China met hun spierballen rollen, ook nu de wereld wel andere prioriteiten heeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden