Plus Reportage

Vrede in Oost-Oekraïne? De bewoners hebben er een hard hoofd in

Bij het stadje Dokuchayevsk waren de gevechten vorige maand nog in volle gang. Deze soldaat van het Oekraïense leger beschiet separatisten. Beeld AFP

De nieuwe Oekraïense president Volodymyr Zelensky wil voor alles een eind aan de oorlog in het oosten van zijn land. De bewoners van de streek zijn sceptisch.

Aan de gemeentegrens van het stadje Stsjastje (‘geluk’) ligt de laatste controlepost van het Oekraïense leger, voor de Volksrepubliek Loehansk (LNR) begint. Er staat iets te gebeuren. De LNR draagt vandaag gevangenen over aan Oekraïne: geen krijgsgevangenen, maar burgers. Ze zaten al in de cel toen de LNR zich in 2014 onafhankelijk van Oekraïne verklaarde. “We hebben 64 mensen opgehaald,” vertelt Ljoedmila Denisova, gevolmachtigde voor de mensenrechten in het Oekraïense parlement. “Ze worden nog onderzocht, maar ze hebben wel behandeling nodig.”

Het is het een gebaar van goede wil tussen de rege­ring in Kiev en de opstandelingen van de afvallige Oekraïense provincie. Beide kanten in het conflict, dat begon in de lente van 2014 toen rebellen in de regio’s Loehansk en Donetsk met steun van het Russische leger een afscheidingsoorlog begonnen, zijn het vechten moe. Ze wantrouwen elkaar nog altijd hartgrondig.

De in april met overmacht tot nieuwe president van Oekraïne gekozen Volodymyr Zelensky heeft als prioriteit dat de oorlog in de Donbass moet stoppen. Hij heeft zijn Russische collega Vladimir Poetin al rechtstreekse onderhandelingen voorgesteld, samen met Frankrijk, Duitsland en de Verenigde Staten. Net op de dag dat Zelensky’s partij een absolute meerderheid verwierf bij de parlementsverkiezingen, werd een staakt-het-vuren van kracht, dat beide kanten tot op heden handhaven. Het lijkt een stapje in de goede richting.

Staakt-het-vuren

Een ander mogelijk begin van de weg naar vrede ligt ruim vijftig kilometer verderop, bij de nederzetting Stanytsja Loehanska. Daar spraken LNR-rebellen en het Oekraïense leger af de troepen een kilometer van de demarcatielijn terug te trekken. Het stadje is in de oorlog zwaar beschadigd. Overal staan gehavende woningen en gebouwen. Misschien nog wel erger is dat de opstandelingen in 2015 de brug over de rivier Severnyj Donetsk opbliezen, zodat het Oekraïense leger geen materieel meer kon aanvoeren.

Nadien is er een houten noodconstructie gemaakt. De burgers van Stanytsja Loehanska kunnen daardoor nog steeds naar de LNR oversteken en vice versa. Maar het was de afgelopen jaren een van de gevaarlijkste locaties van Oekraïne.

“Kijk daar,” zegt een jonge overste van het Oekraïense leger, die niet met zijn naam in de krant wil. Hij wijst naar de heuvel aan de andere kant van de rivier. “Dat witte huis, met die twee grote zwarte ramen, daarvandaan schoten sluipschutters op onze militairen. Hoeveel er zijn gesneuveld, weet ik niet precies, maar we hebben een monumentje opgericht. Vlak naast de mijnenvelden aan weerskanten van de weg,” waarmee de overste nog een gevaar aanstipt.

President Zelensky heeft beloofd de brug te herbouwen. “Het geld is er. En vanochtend arriveerde een groep Oekraïense ingenieurs voor de voorbereidende werkzaamheden, maar de LNR heeft hen niet toegelaten. Ze willen de brug zelf bouwen,” snuift de overste bozig.

Over de gedemilitariseerde bufferzone is hij al even ontevreden. “Wij hebben onze troepen tot achthonderd meter teruggetrokken. De LNR net tien meter. Ze willen gewoon geen vrede.”

Struikelen

Opnieuw kijkt de jonge militair richting rivier. “Daar staan LNR-mensen de hele dag met verrekijkers naar ons te loeren. Soms beschieten ze ons, waarbij ook burgers gewond raken. Hun paspoorten ken ik niet, maar hun uniformen wel: die zijn Russisch.”

Ook aalmoezenier Vasilj Ivanjoek, afkomstig uit de West-Oekraïense regio Lviv, heeft weinig fiducie in een vredesregeling. “Ten koste van wat?” vraagt hij zich af. “Als we concessies moeten doen, of zelfs een nederlaag lijden, dan hoef ik die vrede niet. De mensen met wie we een akkoord moeten sluiten, zullen niet rusten voor ze Charkov en Odessa hebben ingenomen.” Met ‘mensen’ bedoelt Ivanjoek Rusland. En daarom kiest de aalmoezenier er liever voor de status quo te laten voortduren.

Bij de controlepost voor de brug staan honderden mensen. Per dag passeren hier zo’n tienduizend burgers, in beide richtingen. Soms moeten ze wel vier uur lang wachten, soms in de brandende zon. Af en toe kunnen ze een paar meter vooruit. Ze slepen grote tassen met zich mee. Sommigen struikelen, waardoor anderen half over hen heen vallen. Het leidt tot zichtbare irritatie. Er zijn al doden gevallen.

De schoolvrienden uit Loehansk Nazar (30) en Stepan (29) wachten gelaten tot ze de oversteek kunnen maken. Veel vertrouwen in brug of vredesregeling hebben ze niet. “We zijn allang blij dat het schieten is gestopt,” verzucht Nazar. “De vorige president heeft het ook allemaal beloofd, en het is er nog steeds niet van gekomen.”

Stepan vindt het vreselijk om een paar keer per week te moeten oversteken. “Aan de Oekraïense kant zitten mensen uit het westen van het land, aan de LNR-kant Russen. Beiden vragen telkens: wat kom je hier doen en wat heb je daar gedaan? Het voelt heel vernederend.”

In de rij wachtenden schuifelt ook Raisa Vasi­liëvna (79). Ze gaat eens per maand naar Loehansk, voor behandeling op de goede oncologische afdeling daar. Gelooft zij in een spoedige vrede? “Ach jongen,” zegt ze vriendelijk, “ik ben bijna tachtig en er is me misschien maar twee maanden gegeven. Het zal mijn tijd wel duren.”

Beeld Laura Van Der Bijl
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden