PlusAchtergrond

Voor tot leven wekken bedreigde diersoort vanuit lichaamscel is straks geen diepvries meer nodig

Japanse onderzoekers zijn erin geslaagd om uit een gevriesdroogde lichaamscel een muis op te kweken. Beeld University of Yamanashi
Japanse onderzoekers zijn erin geslaagd om uit een gevriesdroogde lichaamscel een muis op te kweken.Beeld University of Yamanashi

Japanse onderzoekers zijn erin geslaagd een muis te kweken op basis van een gevriesdroogde lichaamscel. Dat zou een manier kunnen zijn om bedreigde diersoorten te bewaren en later weer tot leven te wekken, al zitten daar de nodige haken en ogen aan.

Bruno van Wayenburg

Het klinkt een tikje Frankensteinachtig als onderzoekers schrijven dat lichaamscellen uit kadavers opgekweekt kunnen worden tot nieuwe, levensvatbare muizen. Toch biedt de techniek nieuwe kansen voor het redden van bedreigde diersoorten, schrijven onderzoekers Sayaka Wakayama en collega’s in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications. Lichaamscellen van diersoorten die niet meer gefokt kunnen worden, zou je kunnen bewaren tot de omstandigheden gunstiger zijn. En gevriesdroogde cellen zijn gemakkelijker te bewaren dan gekoelde cellen.

Sinds in 1996 het schaap Dolly werd gekloond, maken biomoleculair deskundigen gestaag vorderingen met het kweken van dieren op allerlei onnatuurlijke manieren. Bevroren en daarna weer ontdooide spermacellen worden al jaren gebruikt om vrouwelijke dieren te bevruchten en in 2019 lukte het een muis te kweken op basis van een gevriesdroogde spermacel. Dat laatste werd gedaan door dezelfde groep onderzoekers als die welke het nu is gelukt een muis te kweken uit een gevriesdroogde lichaamscel.

Minder gevoelig

Vriesdrogen, bekend uit de voedingsindustrie, is een methode waarbij het water door middel van vorst aan een weefsel wordt onttrokken, waarna het uitgedroogde overblijfsel bij kamertemperatuur bewaard kan worden. Gevriesdroogde cellen zijn dus gemakkelijker te bewaren dan gekoelde. Bovendien is deze bewaarmethode ook veel minder gevoelig voor storingen, natuurrampen of menselijke fouten. Daarnaast heb je er dus niet per se nog spermacellen voor nodig. Het verkrijgen daarvan kan bij bedreigde diersoorten lastig zijn, bijvoorbeeld wanneer er geen vruchtbare mannetjes meer leven.

Wakayama en zijn collega’s beschrijven hoe ze lichaamscellen uit de fibroblasten, een soort huidcellen, van muizen haalden en die vriesdroogden. Die gevriesdroogde cellen werden na negen maanden weer gehydrateerd. Vervolgens haalden ze de celkern eruit, en implanteerden die in een eicel, om daaruit een soort embryo te kweken.

“Het is wel indrukwekkend wat ze hebben gedaan, maar ze hebben daarvoor wel door veel hoepels moeten springen,” zegt Niels Geijsen, hoogleraar ontwikkelingsbiologie en regeneratieve geneeskunde aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

Normaal gesproken wordt bij klonen van dieren een embryo geïmplanteerd in een draagmoeder. “Maar in dit geval hebben ze eerst een stamcellijn gemaakt en die verder opgekweekt.”

Stamcellen zijn een soort flexibele basiscellen. Geijsen: “Daar halen ze dan opnieuw een kern uit, die wordt in een eicel ingebracht en geïmplanteerd in een vrouwtje.”

Klein succespercentage

Die omslachtige tussenstap is nodig vanwege de forse schade die het dna bij het vriesdrogen oploopt. Bij het opkweken van de stamcellen wordt de dna-schade deels gerepareerd en sterven de minder gelukte cellen af. “Het succespercentage is extreem klein: 0,02, maar dat het gelukt is is al opmerkelijk,” zegt Geijsen.

Wel is het de vraag hoe nuttig het is voor het behouden van diersoorten, zegt Alexandra van der Geer, evolutiebioloog bij Naturalis Biodiversity Center in Leiden. De onderzoeker die is gespecialiseerd in evolutie van (kleine groepen) zoogdieren op eilanden ziet er nog niet meteen een wondermiddel in. “Het is een eerste stap, en meer claimen de onderzoekers ook niet, maar er moet nog heel veel gebeuren.”

Zo zijn er bijvoorbeeld nog altijd eicellen en draagmoeders nodig. “Als je daar toch al over beschikte, wat ben je dan moeilijk aan het doen?’”

Bedreigd ecosysteem

Daarnaast is voor het overleven van een soort niet één exemplaar nodig, maar een hele populatie, voor de nodige genetische variatie. In het scenario waar er nog maar één of twee exemplaren van een diersoort zijn, eventueel zelfs al overleden, wordt dat lastig.

Misschien is het belangrijkste punt dat een diersoort in een ecosysteem leeft en dat juist het verdwijnen daarvan de belangrijkste reden voor uitsterven is. Van der Geer: “Eigenlijk moet je dat hele ecosysteem terugbrengen.”

Kortom: knappe prestatie, interessant onderzoek, maar er is een risico dat zo’n flitsende technologische oplossing alledaagsere maar moeilijker maatregelen in de weg zit, vanuit de gedachte dat we dat altijd later nog kunnen fixen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden