Plus

Vluchtelingen organisaties in Moria: ze wilden helpen, maar nu maken ze ruzie

Ze zijn tegen het Europese asielbeleid, maar over hoe vluchtelingen op Lesbos wél geholpen zijn, blijken Nederlandse hulporganisaties hopeloos verdeeld. Voorlopig dieptepunt: een wc-pot vol poep.

null Beeld AFP
Beeld AFP

Het is net kerst geweest. In de Amsterdamse Czaar Peterstraat staat een wc-pot met poep. De ramen van het kantoor van hulporganisatie Because we Carry, actief in de vluchtelingenkampen op Lesbos, zijn behangen met posters. De boodschap: blijf weg uit Griekenland! Afzender: ‘Amsterdammers voor Vluchtelingen’.

De schrik zit er goed in. Because we Carry ­ontstond in 2015, toen voormalig fotomodel en eigenaar van een yogastudio Steffi de Pous de beelden uit Lesbos niet meer kon aanzien. ‘We zijn gegaan, gewoon gegaan, met duizenden ­babydragers,’ staat in het jaarverslag 2019. ‘We stonden in het water, droegen kinderen en troostten moeders. We smeerden duizenden boterhammen met pindakaas en jam.’

Because we Carry is een organisatie die yogamatjes en warme jassen naar Moria brengt en, in eigen woorden, schoonheid en een glimlach. ‘Het prikkeldraad mocht niet weg van het kampmanagement en dus zijn we de hekken gaan versieren. We hebben de huizen groen en oudroze geverfd. Het verzacht de ogen en dus de ziel.’

Wat kan daar in vredesnaam mis mee zijn?

Het incident in de Czaar Peterstraat heeft er stevig ingehakt, zegt Adil Izemrane. Hij is de partner van De Pous en vader van hun twee kinderen, maar ook head of mission van Movement on the Ground, een andere hulporganisatie. Het stel heeft elkaar op Lesbos ontmoet. “De politie is tussen kerst en nieuwjaar drie keer bij ons thuis geweest om te checken of alles oké was. Dit lijkt misschien onschuldig, maar je weet niet waar het eindigt.”

Het rommelt al een tijd in het wereldje van hulpverleners en activisten. Sinds 23 april 2020 staan partijen met de koppen tegen elkaar. Het is de dag waarop in NRC Handelsblad een ­paginagrote advertentie verschijnt op initiatief van Vluchtelingenwerk, Defence for Children en Stichting Vluchteling. Een oproep aan het kabinet om eindelijk eens 500 minderjarige vluchtelingen uit Griekenland op te nemen.

De petitie is ondertekend door een ongekend aantal prominenten, wetenschappers, artsen en kerken. Zelfs politici van CDA- en VVD-huize spreken hun steun uit. Tal van gemeenten, waaronder Amsterdam, verklaren: stuur die kinderen maar naar ons.

Opvallende afwezigen: Because we Carry en Movement on the Ground. Diezelfde middag maakt de site van Nieuwsuur bekend dat staatssecretaris Ankie Broekers-Knol kinderen op het Griekse vasteland wil opvangen. Ze heeft de hulp ingeroepen van Movement on the Ground. De organisatie krijgt er, samen met The Home Project, 3,5 miljoen euro voor.

Verdeel en heers. De verontwaardiging is nog altijd tastbaar. Tineke Ceelen, directeur van Stichting Vluchteling, een van de grote Nederlandse organisaties die op Lesbos actief zijn: “Doordat Movement dat akkoord sloot, kon Broekers-Knol zeggen: kijk eens wat ik doe, ik heb een structurele oplossing gevonden voor die kinderen. Dat is veel beter dan ze naar ­Nederland te halen.”

Niet te luxe

“Het is belangrijk dat er mensen zijn die spel­letjes doen, dansen en spullen uitdelen,” zegt theoloog en activist Rikko Voorberg, bekend van de actiegroep ‘We gaan ze halen’. “Maar het wordt wel heel pijnlijk als je het daarbij houdt. Als je niet tegelijkertijd protesteert voor wat er echt moet veranderen, smeer je de wielen van het systeem.”

Dit is waar het wringt. De kampen op de Griekse eilanden mogen niet te luxe lijken, en zeker niet te permanent, zegt Eduard Nazarski, oud-directeur van Amnesty International en veteraan in het vluchtelingenwerk. Europa, Griekenland voorop, wil dat de situatie afschuwelijk blijft om nieuwe vluchtelingen te ontmoedigen de oversteek te wagen.

Professionele hulporganisaties kiezen er bewust voor zo min mogelijk binnen de kampen te werken. De mensen die zich er nog wel roeren, zijn minder transparant en afhankelijker van de anderen in het kamp – zoals de Grieken. Voorberg: “Wie staan er, als de professionele hulp­organisaties niet voldoende kunnen of willen doen? Individuen die zo geraakt zijn dat ze zeggen: we beginnen gewoon! Dat kan natuurlijk niet lang goed gaan.”

Levensgroot dilemma

Ruim een week voor het wc-potincident in de Czaar Peterstraat stond in Het Parool een interview met De Pous waarin zij haar verwondering uitsprak dat een hulporganisatie op Lesbos driehonderd dixi’s had neergezet, zonder zich af te vragen of de mensen daarvan gebruik willen maken. Het was haar opgevallen dat vooral Afghaanse vluchtelingen de voorkeur gaven aan poepen op een naburige berg. “Die mensen moesten leren hoe ze een wc konden gebruiken. Maar Steffi, zeiden mensen, je gaat toch geen shitworkshop geven? Nou, wel dus. Als dat is wat nodig is.”

Nog diezelfde dag verschijnt op de Facebookpagina van het Moria Corona Awareness Team een open brief van ‘de Afghanen’ in Moria, die later ook op het raam van het kantoor van De Pous wordt geplakt: ‘Je praat zoals de fascisten in Europa, die ook zeggen dat wij vies, dom en lui zijn. We zien een foto van jou in je mooie, ­dure kleding, met je gezonde kinderen, en we vragen ons af: wat zou er gebeuren als jij thuis zulke toiletten hebt en geen andere keus? Dan zou je zeker je mooie grote tuin of je mooie grote huis gebruiken om te poepen en te plassen.’

Ernaast hangt een verklaring van ‘Amsterdammers voor Vluchtelingen’: ‘Because we Carry is een organisatie die valse solidariteit toont met migranten. Ze nemen ruimte in met hun retoriek van white saviourism en schilderen vluchtelingen af als onbeschaafd en onhygiënisch.’

“De Pous doet waar wij niet aan toekomen,” zegt Ceelen van Stichting Vluchteling. “Kleur geven aan het leven van vluchtelingen. Ik ben daar altijd van gecharmeerd geweest. Zo’n persoonlijke aanval is ook wel het laatste wat Steffi heeft verdiend, maar het is pijnlijk: denken dat je Afghanen wel even kunt leren poepen. Dat is niet best.”

De actie legt de vinger op een gevoelige plek: wat doen al die vrijwilligers daar op Lesbos? Wat is hun motivatie en wat willen ze bereiken? Zitten ze elkaar niet vreselijk in de weg en vooral: richten ze met al hun goede bedoelingen niet meer schade aan dan dat ze goed doen?

Het is een levensgroot dilemma, zegt Ceelen. “Als je meewerkt, is dat lekker makkelijk voor de autoriteiten. Zij maken er een pestbende van en jij maakt het mogelijk dat ze mensen opsluiten. Wij helpen vluchtelingen in principe alleen buiten het kamp. Maar dat is niet in beton gegoten. Er is vaker brand geweest in Moria, vooral in de winter als mensen vuurtjes stoken. Laat je ze dan in de kou zitten? Nee dus. Wij leverden grote tenten, maar we haalden wel ons logo eraf.”

Voorberg: “De menselijke reflex op ellende is: helpen. Zoals in een relatie: heb je een probleem? Hier heb je de oplossing, kunnen we nu gaan netflixen? Het is veel lastiger om je af te vragen: wat is hier echt aan de hand?”

null Beeld AFP
Beeld AFP

Politiek geworden

Sinds de grote brand in vluchtelingenkamp ­Moria, begin september vorig jaar, is Voorberg elke week aan het zoomen met vluchtelingen

in Griekenland. Gewoon op zaterdagmiddag. Soms wil iemand stoom afblazen, anderen willen alleen even praten of elkaar een hart onder de riem steken. “Het is koud,” zegt iemand. Op de Griekse eilanden is de winter genadeloos ingevallen. De elektriciteit in de kampen draait op halve kracht, de Grieken leveren te weinig diesel voor de generatoren. De kinderen hebben niet genoeg kleren.

De vluchtelingen zijn bang voor de kamp­politie. Er is een avondklok, de boetes voor het overtreden zijn inmiddels 500 euro. Iemand zegt: “Ik ben niet bang. Ik weet alleen niet wanneer ik zal sterven, of wanneer ik word gearresteerd.”

Het is ingewikkeld, zeggen de vluchtelingen. “Movement on the Ground helpt, maar they don’t speak up. Als we tegen Movement zeggen dat de diesel op is, verwijzen ze ons door naar het leger. Ze kunnen niets zonder toestemming van het leger.”

Movement on the Ground is in 2015 opgericht door tv-persoonlijkheid Johnny de Mol en vier van zijn Amsterdamse vrienden, die niet langer werkeloos wilden toekijken. Aanpakkers, die nergens hun hand voor omdraaien en, vinden ze zelf, al helemaal niet voor het organiseren van een betere en efficiëntere noodopvang. Hun filosofie: ‘From camp to campus’.

“Op het moment dat er op straat mensen liggen te creperen, ga je toch gewoon helpen,” zegt De Mol. “We hebben op Lesbos heel politiek Nederland over de vloer gehad. Er zat geen millimeter beweging in. Wij zijn niet tegen het halen van die kinderen naar Nederland, maar het is gewoon niet reëel om te denken dat dat lukt.”

Pragmatisme tegen de klippen op? Sinds een jaar is De Mol niet meer actief betrokken bij de organisatie. “Het werd behoorlijk politiek,” zegt hij. “Ik wil in de toekomst iets meer Zwitserland zijn. Het is eigenlijk best wel links wat ik op Lesbos heb gedaan. Gek dat we nu juist door links worden bekritiseerd.”

Ongelukkige timing

Movement on the Ground, zegt head of mission Izemrane, was al langer bezig met een plan om kinderen op te vangen op het Griekse platteland. “Eind 2019 vroeg de Griekse regering of Europa 2500 alleenreizende kinderen wilde opnemen, omdat ze er geen raad mee wisten. Niemand reageerde, en de winter kwam eraan. Dat konden we niet meer aanzien. Op een gegeven moment lag ons plan bij de Nederlandse ambassade en zo ook bij de Nederlandse regering.”

En precies op 23 april, toen hulpverlenend en actievoerend Nederland eindelijk zijn lobby op de rails had en de druk op het kabinet op een hoogtepunt was, kwam dat plan uit de hoge hoed. Izemrane: “Die timing was ongelukkig, ja. Er waren verkennende gesprekken gehouden. Als het twee maanden voor of na die petitie naar buiten was gekomen, waren mensen niet zo verontwaardigd geweest.”

Twee van de drie tehuizen draaien nu, zegt hij, het derde heeft door de lockdown in Nederland én in Griekenland vertraging opgelopen. In de huizen wonen zestien kinderen, onder wie drie tienermoeders met kinderen. Eén meisje is herenigd met haar familie. Movement zou graag zien dat er meer tehuizen komen. Izemrane: “Als politici op bezoek kwamen, hebben we ze altijd ontvangen om te laten zien hoe slecht het er gaat. En om te laten zien hoe we het beter kunnen maken. Wij richten ons vooral tot de EU. Daar moet de verandering vandaan komen.”

Is dat protesteren? “Misschien niet zichtbaar genoeg voor de rest,” zegt Izemrane. “Wij hebben veel respect voor activisme, maar we zijn er gewoon niet goed in. Waar wij goed in zijn, is helpen ter plaatse. On the ground.”

Vlak na kerst werden de ramen van het kantoor van Because we Carry beplakt en een wc-pot met poep voor de deur gezet. Beeld -
Vlak na kerst werden de ramen van het kantoor van Because we Carry beplakt en een wc-pot met poep voor de deur gezet.Beeld -

Murw geslagen

Half januari biedt De Pous op Facebook de Afghanen op Moria haar excuses aan. ‘We hebben voor het eerst pittige kritiek gekregen. Wat wij en andere ngo’s in het kamp mogen doen is niet genoeg. Lees goed: mogen, dat is wat anders dan willen en kunnen doen. Dat er niet genoeg ­gebeurt in het kamp is een feit. Dat vinden de mensen die er leven, dat vinden wij, en dat ­vinden veel meer mensen.’ Over de beschul­digingen schrijft ze: ‘De kritiek was vaak respectloos, soms vol feitelijke onjuistheden en zelfs ook behoorlijk bedreigend.’

En zo zit de hulpverlening klem. We hadden Movement en Because we Carry er wat meer bij moeten houden, zegt Ceelen schuldbewust. Voorberg: “Wij hebben steeds de samenwerking gezocht, maar dat wilde Movement niet. Dat was te politiek.” Because we Carry heeft in oktober wel een petitie ondertekend waarin Europa wordt opgeroepen de vluchtelingen te verdelen over de lidstaten.

We zitten allemaal aan dezelfde kant van het verhaal, zegt Izemrane. “We zijn allemaal tegen dit Europese vluchtelingenbeleid. Maar er zijn zo veel momenten geweest, zo veel winters, waarin niets is gebeurd. Wij zijn murw geslagen door de Europese politieke onwil. Zelfs na het afbranden van het grootste vluchtelingenkamp van Europa krijgen wij het niet voor elkaar om mensen snel in veiligere omstandigheden te brengen.”

Na de grote brand in Moria kwam er dan toch nog een kleine belofte: er mochten honderd vluchtelingen naar Nederland komen, onder wie vijftig alleenstaande kinderen. Het is, bleek deze week, bij twee gebleven. Intussen is het op Lesbos gaan sneeuwen.

Moria

Moria is het grootste vluchtelingenkamp van Europa. Het ontstond in 2013 op een voormalige militaire basis op het Griekse eiland Lesbos. In die tijd probeerden veel mensen, op de vlucht voor geweld in Syrië en Afghanistan, via zee naar de EU te komen. Het kamp is ingericht voor 3000 mensen, maar herbergt er zeker vier keer zo veel. 

In september 2020 brandde het bijna geheel af. Binnen twee weken werd een nieuw kamp uit de grond gestampt. Het is effectief een detentiekamp: vluchtelingen mogen er in ­principe niet uit. Er zijn ook ­andere, betere, kampen, maar die vallen niet onder de EU en worden gesloten. 

Ook op andere Griekse eilanden zitten vluchtelingen. Artsen Zonder Grenzen meldde in oktober dat er in totaal ruim 18.000 mensen worden opgevangen. Ongeveer een derde van hen is minderjarig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden