Verenigde Staten blijven jagen op Iraanse tanker

Een bemanningslid schildert de nieuwe naam op de romp van de tanker, die na zes weken aan de ketting in Gibraltar weer is uitgevaren. Beeld REUTERS

Met lede ogen moest Washington toezien hoe een Iraanse tanker maandag weer uitvoer. De VS zet alles op alles om het nergens aan te laten meren. Wie het schip de helpende hand reikt, heeft een probleem.

De Iraanse staatstelevisie zond het maandag ­bijna integraal uit: het hijsen van de rood-groen-witte vlag aan boord van het schip dat op 4 juli door Britse mariniers aan de ketting was gelegd in het overzeese gebiedsdeel Gibraltar. Miljoenen Iraniërs konden meekijken hoe de Adrian Darya-1 – het schip heette daarvoor Grace 1 – uitvoer, in de televisie-uitzending begeleid door bombastische, patriottische muziek. Het middelpunt van de ‘tankeroorlog’ van een paar weken geleden is vrij om te gaan, en wie daar nu nog verandering in probeert te brengen, krijgt met ‘serieuze consequenties’ van Iran te maken.

Het heenzenden van de tanker wordt door het regime in Teheran gevierd als overwinning op het Westen. De afgelopen weken is in Londen onderhandeld en dat het hooggerechtshof van Gibraltar de Adrian Darya nu laat gaan, moeten de Iraniërs zien als teken dat hun regering bestand is tegen druk van Londen en Washington.

Griekenland plots partij

De Amerikaanse minister van Buitenlandse ­Zaken Mike Pompeo is not amused. In een interview met Fox News noemde de hoogste diplomaat van de regering-Trump het spijtig dat het schip de kans kreeg uit te varen.

Vorige week probeerden de Verenigde Staten nog in beroep te gaan tegen het vonnis op Gibraltar en af te dwingen dat de olietanker aan de ketting zou blijven liggen. Dat verzoek werd afgewezen, en dus gooit Washington het nu over een andere boeg: wie dat schip helpt, krijgt met ons te maken. Zo is Navo-bondgenoot Griekenland plots tegen wil en dank partij geworden – Athene kreeg vanuit Washington alvast een waarschuwing. Uit data die nautische sites verzamelen, is op te maken dat het schip een route volgt met de Griekse havenstad Kalamáta als eerstvolgende bestemming.

Als de nieuwe premier Kyriakos Mitsotakis de tanker niet weert, riskeert hij dat Griekenland in de Verenigde Staten als helper van terrorisme te boek komt te staan. Hij heeft nog tot en met zondag om iets te bedenken, als de Adrian Darya-1 naar verwachting Kalamáta bereikt.

Revolutionaire Garde

Het schip was begin juli in beslag genomen omdat de VS en het Verenigd Koninkrijk ervan overtuigd waren dat het voor 130 miljoen dollar aan ruwe olie naar Syrië vervoerde, tegen EU-sancties in. Het geld dat met de oliehandel werd verdiend, zou opgestreken worden door de Iraanse Revolutionaire Garde.

Dat elitekorps van het Iraanse leger is in de ogen van Washington een terroristische organisatie en wordt gezien als het brein achter meerdere incidenten met westerse tankers die de straat van Hormuz passeerden – als het ware de voortuin van Iran.

De vraag is wat het Verenigd Koninkrijk gaat doen. Dat zit in tegenstelling tot de Verenigde Staten nog wel in het internationale nucleaire akkoord met Iran, maar heeft met Boris Johnson een Trumpgezinde premier op Downing Street 10 wonen.

Die weet echter ook dat de Britse tanker Stena Impero met personeel en al nog in de haven van Bandar Abbas ligt, nadat de Revolutionaire Garde die op 19 juli had geconfisqueerd.

Wat het Iraanse parlementslid Heshmatollah Falahatpisheh betreft, blijft dat ook zo. “De Britten zijn hoofdverantwoordelijk voor deze tankercrisis,” zei hij tegen persbureau Isna. “Tot ons schip zijn eindbestemming bereikt, gaat de Stena Impero geen kant op.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden