Plus Punt voor punt

Uitstervende soorten: is het tij nog te keren?

Van de naar schatting acht miljoen plant- en dier-soorten op aarde, worden er circa een miljoen met uitsterven bedreigd. Dat kan volgens de VN in veel gevallen al binnen enkele tientallen jaren gebeuren.

Een krab zit gevangen in een plastic bekertje bij de Filipijnen. Daar worden dagelijks 163 miljoen plastic voorwerpen , die slechts 1 keer zijn gebruikt, gedumpt. Beeld EPA

1. Hoe gezaghebbend is het rapport?

Het maandag gepubliceerde rapport van VN-natuurorganisatie IPBES wordt beschouwd als hét nieuwe wetenschappelijke naslagwerk voor de staat van de natuur. Er hebben 150 wetenschappers uit vijftig landen drie jaar aan het 1800 pagina’s tellende document gewerkt. Daarvoor analyseerden zij 15.000 bronnen. 

“Voor het eerst is systematisch uitgezocht hoe het in de hele wereld met heel veel verschillende soorten gaat. Zoogdieren, amfibieën, vogels, insecten, planten: alle categorieën,” legt Rob Alkemade uit. Hij is hoogleraar Mondiale Biodiversiteit en een van de vier Nederlandse wetenschappers die meewerkten aan het rapport. “Voorheen ging het vaak om schattingen, nu om waarnemingen.”

Het rapport is meer dan een encyclopedisch boekwerk: de 132 lidstaten van het Intergouvernementeel Platform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten (IPBES), waaronder Nederland, hebben het goedgekeurd. “Dat betekent dat zij de conclusies omarmen,” zegt hoogleraar Environmental governance en politics Ingrid Visseren-Hamakers, die ook meewerkte.

2. Een miljoen soorten bedreigd, dat klinkt behoorlijk beangstigend?

Ja, de natuur gaat achteruit in een tempo dat we nooit eerder in de menselijke geschiedenis hebben gezien. En die teloorgang gaat almaar sneller. IPBES-voorzitter Robert Watson noemt deze ontwikkeling ‘onheilspellend’. Hij wijst erop dat wij mensen op tal van cruciale gebieden afhankelijk zijn van de natuur die we nu in rap tempo om zeep helpen: voor drinkwater, energie en schone lucht. Voor medicijnen, voor voedsel. “We zijn de funderingen van onze economieën, van ons bestaan, van onze kwaliteit van leven aan het afbreken.”

Als veel soorten verdwijnen, heeft dat ingrijpende gevolgen voor natuurlijke ecosystemen. “Vergelijk ze met een Jenga-toren,” zegt Alkemade. “Als je één blokje weghaalt, blijft de toren nog wel staan. Zo overleven we ook het uitsterven van één soort wel. Maar als je een heleboel blokjes weghaalt, stort de toren in elkaar.”

3. Wat zijn de oorzaken?

Dat zijn wij, mensen. Mensen ruïneren de biodiversiteit volgens het rapport hoofdzakelijk op vijf manieren. Ten eerste door bossen, graslanden en andere natuur om te zetten in akkers, steden en wegen, waardoor dieren en planten thuisloos raken. Ongeveer driekwart van het landoppervlakte, twee derde van de oceanen en 85 procent van de moerasgebieden zijn door menselijk toedoen al sterk veranderd. 

Overbevissing is oorzaak nummer twee: een derde van alle visbestanden staat onder druk door onze consumptiedrift. Ten derde: water- en landvervuiling. Jaarlijks worden 300 tot 400 miljoen ton zware metalen, oplosmiddelen en giftige stoffen in de natuur gedumpt. De plasticvervuiling is sinds 1980 vertienvoudigd.

Klimaatverandering, als gevolg van de fossiele brandstoffen die wij verstoken, maakt de leefomgeving van sommige soorten te heet, te nat of te droog om te overleven. Bijna de helft van de landzoogdieren en een kwart van de vogels heeft daar volgens het rapport al last van. Ten slotte bedreigen invasieve exoten steeds meer planten en dieren die van nature in gebieden leven. Zo maakt één invasieve bacterie momenteel het leven van bijna vierhonderd amfibieënsoorten zuur, aldus het IPBES.

4. Heeft natuurbescherming dan geen effect gehad?

Ja en nee. De conclusie dat het onrustbarend slecht gaat met de natuur, klonk ook al in de jaren zestig van de vorige eeuw. Het boek Silent Spring van Rachel Carson, de Club van Rome, het toen net opgerichte Wereld Natuur Fonds: ze verkondigden grofweg dezelfde boodschap als het IPBES nu dik vijftig jaar later doet. En er is sindsdien ook echt wel wat gebeurd op het gebied van natuurbescherming, zegt onderzoeker Marcel Kok van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), die ook meewerkte aan het rapport. 

“Zonder de klassieke bescherming van gebieden was de natuur nog veel verder achteruit gegaan. Maar zelfs in beschermde gebieden gaat de natuur achteruit door alles wat buiten die gebieden gebeurt. Zo zijn de insectenpopulaties in Duitse natuurgebieden in minder dan dertig jaar tijd met 76 procent afgenomen door het gebruik van stikstof, fosfaat en pesticiden in de landbouw eromheen.”

5. Valt het tij nog te keren?

Ja, stelt voorzitter Robert Watson van het IPBES. “Het is nog niet te laat, maar alleen als we nú actie ondernemen. Op elk niveau, van lokaal tot wereldwijd.” Wat er moet gebeuren? De actie die volgens het IPBES noodzakelijk is, omvat niet minder dan een totale omwenteling van ons economische systeem. “We moeten onze samenlevingen omvormen tot duurzame economieën,” aldus hoogleraar Visseren-Hamakers. “Dat betekent minder consumptie, andere vormen van landbouw, duurzame visserij.”

Die boodschap klinkt als een echo van het IPCC, het klimaatpanel van de VN. Dat verwierf afgelopen jaren grote invloed door wetenschappelijke inzichten te bundelen in rapporten, die vervolgens door zo veel mogelijk regeringen werden erkend. Het ‘natuurpanel’ IPBES hoopt dat zijn rapport de wereld op een vergelijkbare manier wakker schudt. Nu er wetenschappelijke consensus is over hoe beroerd het gaat met de natuur, is de politiek aan zet.

Het Wereld Natuur Fonds en andere milieuorganisaties hebben hun hoop gevestigd op een internationaal biodiversiteitsakkoord, vergelijkbaar met het Klimaatakkoord van Parijs. Dat zou in 2020 gesloten moeten worden op de VN-top over nieuwe biodiversiteitsdoelen in China.

6. Een Biodiversiteitsakkoord? Het Klimaatakkoord bezorgt landen al zo veel hoofdbrekens…

Die twee kunnen grotendeels hand in hand gaan, zegt Visseren-Hamakers. “Om de grote milieuproblemen – klimaatverandering, het verlies van biodiversiteit en vervuiling – op te lossen, zijn grotendeels dezelfde veranderingen nodig. We kunnen dit doen, als duurzaamheid niet de uitzondering wordt, maar de norm.” Zo kunnen we CO2 opslaan door nieuwe bossen aan te planten en op een slimme manier met bodems en veengebieden om te gaan, zegt Marcel Kok. “Meer groen in steden is niet alleen fijn voor dieren, maar bergt ook water bij hevige regenval en werkt afkoelend in hete zomers.”

De wetenschappers die meewerkten aan het IPBES-rapport, hebben goede hoop dat het niet in een la belandt. Zoals in feite is gebeurd met de vorige VN-biodiversiteitsdoelen. Van de twintig doelen uit 2010 zullen er volgend jaar, als ze aflopen, volgens het IPBES waarschijnlijk maar vier zijn bereikt. Visseren-Hamakers: “Het mooie is dat de 132 lidstaten – waaronder ook landen als de VS en China – onze wetenschappelijke conclusies al hebben omarmd. Er is nu echt momentum voor verandering.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden