PlusAchtergrond

Tunesië 10 jaar na de Arabische Lente: vrij, maar met een lege maag

Tunesiërs verdreven 10 jaar geleden hun dictator – het begin van de Arabische Lente, die vrijheid en democratie bracht. Toch gaan woedende jongeren nu weer de straat op. ‘Het enige positieve van de revolutie was dat we nu de vrijheid hebben om te zeggen wat we willen.’

Confrontatie tussen demonstranten en veiligheids­troepen in Tunis. Beeld FETHI BELAID/AFP
Confrontatie tussen demonstranten en veiligheids­troepen in Tunis.Beeld FETHI BELAID/AFP

Het voelde alsof Tunesië weer in de greep was van de zich snel uitbreidende opstand van 10 jaar geleden. In tal van steden demonstreerden de laatste tijd woedende jongeren tegen de wijdverbreide corruptie en het gebrek aan banen. Meer dan 600 betogers werden opgepakt.

Het deed denken aan de rellen die uitbraken nadat in december 2010 een jonge groente-en-fruitverkoper in Sidi Bouzid zichzelf in brand had gestoken. De politie had de handelswaar op zijn kar in beslag genomen, Mohamed Bouazizi kon dat niet verkroppen.

Zijn dood leidde tot protesten tegen het dictatoriale regime van president Zine El Abidine Ben Ali, die in januari 2011 vluchtte naar Saoedi-Arabië. Hij was 23 jaar aan het bewind geweest.

Vanuit Tunesië verspreidden zich revoltes over grote delen van de Arabische wereld. De ene dictator na de andere wankelde tijdens wat de Arabische Lente ging heten, maar inmiddels zijn autoritaire regimes weer de norm. Met Tunesië als belangrijke uitzondering.

De democratie mag er niet perfect zijn, maar de Tunesiërs kunnen stemmen in vrije verkiezingen en koesteren het in de Arabische wereld uiterst zeldzame recht op vrije meningsuiting. Dus regent het er demonstraties, stakingen, sit-ins en felle debatten in en buiten het parlement.

Politieke impasse

De vrijheid zorgde echter niet voor het in goede banen leiden van de economie, die de instorting nabij is. Bijna een derde van de jongeren zit zonder werk, openbare diensten kwijnen weg en de corruptie dringt steeds verder door in het dagelijks leven. Voor de meeste Tunesiërs zijn de kansen op een behoorlijk bestaan inmiddels zo gering – vooral in ver van de kust afgelegen regio’s – dat alleen al vorig jaar ten minste 13.000 burgers hun leven waagden tijdens de oversteek per boot naar Italië. ‘Gerechtigheid en waardigheid,’ de revolutionaire leuze van tien jaar geleden, lijken ver weg.

Mohamed Bouazizi Beeld EPA
Mohamed BouaziziBeeld EPA

“Het enige positieve van de revolutie was dat we nu de vrijheid hebben om te zeggen wat we willen,” aldus de 24-jarige Ayman Fahri, student aan een handelshogeschool. Hij wil weg uit Tunesië, misschien naar Turkije. Over andere aspecten van de democratie zegt hij: “Misschien hebben we niet goed begrepen wat vrijheid betekent, want de laatste tien jaar zijn we er helemaal niet op vooruit gegaan.”

Het parlementaire stelsel van na de revolutie verkeert in een impasse. Mede daarom verslijt Tunesië gemiddeld één regering per jaar, de afgelopen twaalf maanden zelfs drie. Politieke partijen, waarin rijke zakenmannen de dienst uitmaken, zijn constant verwikkeld in een machtsspel, waarbij het soms in het parlement tot een handgemeen komt. Besluiten over economische hervormingen vallen er echter zelden. Met het geloof in ‘de politiek’ daalde ook de opkomst bij verkiezingen. De laatste tien jaar konden Tunesiërs zeven maal naar de stembus voor onder meer het parlement. In 2014 was de opkomst nog 68 procent, in 2019 slechts 42 procent.

‘Alleen maar erger’

“Waarom kwamen we in opstand? Alles is sindsdien alleen maar erger geworden,” aldus de 23-jarige sociologiestudent Ines Jebali. Net als Ayman Fahri noemt zij ongevraagd één uitzondering: “In elk geval hebben we nu vrijheid van meningsuiting.” Wel wordt die vrijheid nu en dan bedreigd door de politie. Agenten slaan nogal eens betogers in elkaar, terwijl openbaar aanklagers bloggers voor het gerecht slepen op beschuldiging van smaad tegen ambtenaren.

“Met de democratie hebben ze vandaag de dag misschien niet te eten, maar wel het recht om te vechten voor wat ze willen,” oordeelt Sihem Bensedrine. Deze activiste van het eerste uur staat aan het hoofd van de Nationale Commissie voor Waarheid en Waardigheid, die machtsmisbruik en corruptie onderzoekt.

Inwoners van Sidi Bouzid gingen in 2011 naar Tunis om te protesteren bij het huis van de premier.  Beeld FETHI BELAID/AFP
Inwoners van Sidi Bouzid gingen in 2011 naar Tunis om te protesteren bij het huis van de premier.Beeld FETHI BELAID/AFP

Verontwaardigde Tunesiërs beschikken over geen luidere megafoon dan Abir Moussi. Deze voormalige bestuurder van de partij van Ben Ali is een nieuwe en uiterst succesvolle loopbaan begonnen als politica. Ze vaart uit tegen de teloorgang van openbare diensten en belooft dat zij de welvaart zal herstellen die volgens haar bestond onder Ben Ali. Moussi ontkent glashard dat in haar land ooit zoiets plaatsvond als een revolutie.

Kort na de vlucht van Ben Ali, die in september vorig jaar in Saoedische ballingschap overleed, werd zijn regime dermate vervloekt dat Moussi aan haar haar werd getrokken toen ze hem in een rechtszaal verdedigde. Nu staat haar Parti Destourien Libre bovenaan in de peilingen. Moussi ontkent dat ze met haar populisme ­Tunesië terugvoert naar een autoritair regime, zoals sommigen vrezen.

“Wie ons bekritiseert, probeert daarmee het eigen falen te verbergen,” zegt ze. Ze wil juist meer controle op de functie van president. “De gemiddelde Tunesiër is nu slechter af dan toen.” Moussi is bijna dagelijks in het nieuws, onder meer door sit-ins tijdens debatten in het parlement, waarvan ze verslag doet op Facebook Live. Ze verkondigt complottheorieën die de revolutie afschilderen als een soort putsch van fanatieke moslims tegen Ben Ali. De belangrijke islamistische partij Ennahda probeert volgens haar Tunesië te onderwerpen aan een streng religieus bewind. Meestal komt ze niet met bewijzen, maar ze spreekt namens de vele Tunesiërs die destijds in opstand kwamen voor een beter leven, niet om af en toe te kunnen stemmen.

Smeergeld

De toekomst van Tunesië hangt misschien af van de vraag of jongeren hun geloof in de zwaarbevochten democratische rechten behouden, al garanderen die geen welvaart, of een autoritair regime prefereren dat banen en voedsel belooft.

De 31-jarige Haythem Dahdouh, afgestudeerd in de rechten, bracht laatst de middag door in een café in Zaghouan, een plaats in het binnenland, een uur rijden van de welvarender kuststreek. Hij had toch niets beters te doen. Vrienden hadden het volgens hem beter getroffen, hoewel niet veel. Een studiegenoot had een baan gevonden in een callcenter, voor een accountant was alleen werk in een fabriek. “Ik heb veel ervaring in werkloosheid,” zei hij bij wijze van grap.

Dahdouh had tien jaar geleden meegedaan aan de protesten tegen corruptie, maar nu is het leven van alledag er volgens hem nog steeds van vergeven. Smeergeld is nodig om een baan te krijgen, zelfs om aan doodgewone overheidspapieren te komen.

Wil hij terug naar een dictatuur?

“Geen sprake van. Nu kun je proberen de corruptie te bestrijden, onder het oude regime was dat uitgesloten.”

Volgens Dahdouh maakt slechts één organisatie daar serieus werk van: I-Watch, in de onstuimige dagen van de revolutie opgericht door een paar studenten en nog steeds een luis in de pels van de regering en de zakenelite.

I-Watch

In de begintijd was alles nog houtje-touwtje georganiseerd met wat billboards, graffiti en de ode van een rapper aan klokkenluiders met nooit meer dan 12.000 views op Facebook. Maar vorige maand behaalde I-Watch zijn grootste succes ooit met de arrestatie van de voormalige presidentskandidaat Nabil Karoui op beschuldiging van witwassen en belastingontduiking.

Karoui was zo kwaad op de onderzoekers van I-Watch dat hij er op zijn televisiezender een smaadcampagne tegen wilde beginnen. Hij smaalde over ‘vier kinderen, verraders, Amerikaanse spionnen’. Dat had binnenskamers moeten blijven, maar dankzij I-Watch lekte de geluidsopname uit. Volgens peilingen is inmiddels de helft van de Tunesiërs op de hoogte van de activiteiten van de organisatie.

Protesterende jongeren blokkeerden deze week een straat in een voorstad van Tunis. Beeld Fethi Belaid/AFP
Protesterende jongeren blokkeerden deze week een straat in een voorstad van Tunis.Beeld Fethi Belaid/AFP

Voor de oprichters is het onthullen van corruptie niet langer voldoende. Hun nieuwe streven is niet minder dan de hervorming van de hele Tunesische politieke cultuur.

“Ik hoop niet meer op de politieke elite,” aldus de 34-jarige Mouheb Garoui. “We moeten beginnen de jongeren politiek bewust te maken.” I-Watch komt met een eigen radiozender en benadert jonge influencers met miljoenen volgers om over zaken te spreken als politieke rechten en onderzoeksjournalistiek te promoten. I-Watch mijdt steeds vaker de traditionele media, die meestal in handen zijn van machtige zakenlieden die onwelgevallig nieuws weren.

De mensen achter I-Watch zijn inmiddels dertigers en beschouwen zich niet meer als jong. “Wij zijn nog steeds getraumatiseerd door de censuur,” zegt een van hen, “de jongeren trekken zich daar niets van aan.”

© The New York Times
Vertaling René ter Steege

Opstand in de Arabische wereld

Tunesië was lang niet zo’n wrede dictatuur als Egypte of Syrië, maar juist daar brak eind 2010/ begin 2011 een opstand uit die razendsnel overwaaide naar bijna alle Arabische landen. De Arabische Lente bleek van korte duur. De ‘Jasmijnrevolutie’ deed eerst Egypte aan, waar dictator Moebarak na dertig jaar het veld ruimde. Na een chaotische periode, vol van de roep om vrijheid, kwam de kandidaat van de Moslim Broederschap aan de macht. Dat was nauwelijks een verbetering en inmiddels is Egypte weer een dictatuur. 

De val van Moeammar Khadafi stortte Libië in een periode van gewelddadige chaos die nog steeds voortduurt. In Syrië groeide een protest van scholieren tegen dictator Assad in maart 2011 uit tot een burgeroorlog, waarin buitenlandse mogendheden zich mengden. Ook in Jemen leidden in januari 2011 protesten tegen de dictatuur tot een voort­etterende burgeroorlog met buitenlandse inmenging. In de Golfstaat Bahrein drukte Saoedi-Arabië een opstand de kop in. Algerije en Marokko wisten met wat concessies aan betogers democratische revoltes te temmen, maar vooral in Algiers smeult het verzet nog steeds.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden