PlusAchtergrond

Traditie voorop: Trump lijkt zich te mengen in architectuurstrijd

Moeten nieuwe overheidsgebouwen in Washington de bouwstijl van het Witte Huis hebben? Dat classicistische ideaal klinkt wel door in de nieuwe architectuurrichtlijnen van de regering-Trump. 

‘In zekere zin hebben zulke gebouwen tot doel de gewone burger te tonen hoe rijk de eigenaar is.’Beeld Getty Images

‘Making Federal Buildings Beautiful Again’ is de titel van een pakket voorstellen voor de toekomst van de Amerikaanse overheidsarchitectuur. De regeringsplannen zijn een pleidooi voor een neoklassieke stijl, geïnspireerd door Griekse en Romeinse architectuur, als nieuwe norm voor gebouwen van de Amerikaanse overheid. Moderne stijlen dienen vooral te worden ontmoedigd.

Het document (ingezien door The New York Times) ademt de geest van de National Civic Art Society (NCAS), een non-profitorganisatie die zich met hand en tand bewapent tegen de hedendaagse architectuur. ‘Die heeft een door de mens gevormde omgeving geschapen die verdorven en dehumaniserend is,’ oordeelt de beweging. De mening van de NCAS weegt zwaar voor de regering-Trump, die de regels wil herschrijven voor het ontwerp en de bouw van kantoren, gerechts­gebouwen en ander overheidsprojecten die meer dan 50 miljoen dollar kosten.

‘Te lang heeft een elite van architecten en bureaucraten ideeën over schoonheid belachelijk gemaakt,’ schreef NCAS-voorzitter Marion Smith eens. ‘Daarbij negeren ze schaamteloos de publieke opinie over zaken als stijl en wordt onverstoorbaar belastinggeld uitgegeven aan lelijke, dure en inefficiënte gebouwen.’

Marion Smith – is niet verrassend – zeer te spreken over de architectuurrichtlijnen waarover het Witte Huis zich buigt. ‘Die geven een stem aan 99 procent van de bevolking. Gewone Amerikanen die niet houden van wat onze regeringen door de jaren heen hebben gebouwd.’

Absurd

Ook niet verrassend is dat de plannen van de regering stuiten op felle kritiek. Zo zijn er experts die vrezen dat elk debat over architectuur erdoor zal worden gesmoord en dat Trump en zijn opvolgers bovendien een te grote invloed krijgen op zaken waarvan in elk geval het huidige staatshoofd geen benul zou hebben.

Architect Roger K. Lewis, emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Maryland: “De suggestie dat het Witte Huis beschikt over voldoende expertise, kennis en begrip van architectuur om te bepalen dat alle federale gebouwen in klassieke stijl dienen te worden gebouwd, is absurd.”

Lewis’ tegenstanders van de NCAS hopen op hun beurt dat president Trump zich volgende maand positief uitspreekt over de architecturale alternatieven.

Die kans is groot, want hij heeft al duidelijk laten blijken dat hij ideologisch op dezelfde lijn zit. Zo zijn de traditionalisten niet zo te spreken over enkele staaltjes van modernistische architectuur, bijvoorbeeld het FBI-kantoor aan Pennsylvania Avenue. Ook Trump heeft zich kritisch uitgelaten over dat staaltje ‘brutalisme’, een stroming in de architectuur die wordt gekenmerkt door het gebruik van kaal beton.

De National Civic Art Society legt de lat hoog voor elk project waar een andere dan klassieke bouwstijl voor wordt voorgesteld. Een presidentieel ‘comité voor het herstel van de schoonheid’ moet wat hen betreft zijn mening geven. Het oordeel van het Witte Huis is ten alle tijden doorslaggevend.

Kwaadaardig

Benjamin Forgey, die voor The Washington Post over architectuur schreef, noemt de nieuwe richtlijnen ‘uiterst kwaadaardig’. Ze beletten architecten volgens hem om bij regerings­opdrachten rekening te houden met hedendaagse ontwikkelingen.

De National Gallery of Art in Washington is volgens Forgey een goed voorbeeld van een wisselwerking tussen moderne en klassieke opvattingen die wél werkt. Voor de westvleugel, ontworpen door architect John Russell Pope en afgebouwd in 1940, stond het Pantheon in ­Rome model. De oostelijke vleugel, een ontwerp van de Chinees-Amerikaanse architect I.M. Pei, werd in 1978 opgeleverd met een driehoekvorm die recht doet aan modernistische opvattingen over architectuur.

Volgens Forgey komen zulke ‘conversaties’ tussen oude en nieuwe denkbeelden in gevaar als conservatieve opvattingen de norm worden voor overheidsgebouwen.

Forgey’s tegenstanders hopen op hun beurt echter dat weldra een eind komt ‘aan de tijd dat de regering ophield mooie gebouwen op te richten waarnaar het Amerikaanse volk wil kijken of waarin het wil werken’. Het is een van de vele opvattingen die de NCAS met vuur verdedigt, tot in het Witte Huis toe.

De verlichte art-nouveaugevel van het Witte Huis in Washington. Als het aan Trump ligt, ziet straks de hele hoofdstad er zo uit.Beeld Getty Images

Culturele verfijning

Amale Andraos van de Columbia Graduate School of Architecture vindt dat de Amerikaanse overheid op het gebied van architectuur juist ‘verschillende stijlen en denkbeelden heeft laten bloeien’. Als de plannen van de regering-Trump doorgang vinden, vreest zij dat die bloeiperiode zijn einde nadert. ‘Een tijdperk waarin de bouwplannen van de regering uitblonken in culturele verfijning die recht deed aan de complexiteit en de rijkdom van Amerika’s diversiteit.’

Andraos merkt op dat in de Amerikaanse architectuur nooit een ‘van boven opgelegde stijl’ de boventoon voerde. Ondanks de bemoeienissen van de overheid. ‘De ideeën moeten door architecten worden voorgelegd aan de regering, niet andersom,’ schrijft ze in een mail.

De kennelijk door Trump toegejuichte hervormingsplannen suggereren een ruwe ommezwaai. Er staat bijvoorbeeld: ‘Klassieke en traditionele architectuurstijlen hebben in de loop der tijd bewezen dat ze aanzetten tot respect voor ons systeem van zelfbestuur. Hun gebruik zou moeten worden aangemoedigd.’

Architecten en andere burgers vrezen dat presidenten een soort volmacht krijgen om te bepalen hoe overheidsgebouwen eruit moeten zien. Het Witte Huis weigerde commentaar op de nieuwe richtlijnen.

Sinds Trump is aangetreden als president kijken de meeste architecten toch al met enig wantrouwen naar de voormalige projectontwikkelaar uit New York. Vaststaat dat de president het luxe onroerend goed dat zijn familie bezit scherp in de gaten houdt. In zijn privé onder­komens is een voorkeur te zien voor verguld meubilair, marmeren vloeren en een inrichting in de stijl van Lodewijk XIV. Maar modernistische invloeden bepalen twee van zijn bekendste zakelijke projecten, de Trump Towers in New York en Chicago.

Schrijver Peter Yorke noteerde in 2017 over Trumps stijl: ‘In zekere zin hebben zulke gebouwen tot doel de gewone burgers te tonen hoe rijk de eigenaar is, een rijkdom waarvan zij alleen maar kunnen dromen. Als ik Trumps stijl in esthetische zin zou moeten omschrijven, komt het woord ‘dictatoriaal’ als eerst bij me op.’

Eensluidende stijlvoorwaarden

Kort na Trumps verkiezingswinst in 2016 bood het Amerikaanse Instituut voor Architecten (AIA) hem hulp aan bij bepaalde infrastructuurprojecten. Het Instituut trok dat aanbod na negatieve reacties uit Trumps omgeving snel weer in en dringt nu bij de leden aan een petitie te ondertekenen tegen de voorgestelde ‘nieuwe’ normen in de architectuur. De petitie moet een dezer dagen op Trumps bureau belanden.

Het instituut kondigde eerder verzet aan tegen ‘het opleggen van eensluidende stijlvoorwaarden waaraan overheidsarchitectuur moet voldoen.’ Het AIA vindt dat Amerika’s ‘diversiteit, cultuur, idealen en klimaten’ tot uiting moeten komen in de architectuur.

Namens de NCAS zijn architectuurexperts al maanden aan het lobbyen in hoge regeringskringen. Zij vinden dat ze een missie hebben om de klassieke stijl terug te brengen als de norm in de Amerikaanse overheidsarchitectuur. De voorzitter van de Society, Justin Shubow, is tevens bestuurslid van de United States Commission of Fine Arts, een overheidsorganisatie.

Zal president Trump het straks aandurven om partij te kiezen in de architectenstrijd, en zich daarbij vierkant opstellen achter de traditionalisten? De meeste architecten beschouwen dat als een gevaarlijk en zelfs cynisch precedent, met mogelijke gevolgen voor de esthetische toekomst.

Architect Thom Mayne, die ook opdrachten heeft uitgevoerd voor de overheid, schreef in een reactie: ‘Wij zijn een maatschappij die openstaat voor verschillende denkbeelden en de toekomst met optimisme en vertrouwen tegemoet treedt. Dat is ook nodig in een wereld die constant onderhevig is aan verandering. De architectuur is verplicht de blik op de toekomst gericht te houden.’

© The New York Times
Vertaling René ter Steege

In Trumps privé­onderkomens is een voorkeur voor verguld meubilair en marmer te zien.Beeld Getty Images

Van de Houthavens tot Holland Park

Een regering die verordonneert dat overheidsgebouwen alleen nog in Grieks-Romeinse stijl mogen worden opgetrokken: niets nieuws onder de zon. Nog niet zo lang geleden bracht de dictator van Noord-Macedonië een soortgelijk dictaat uit door de hoofdstad Skopje te bevrijden van modernistische, futuristische bouwwerken. Skopje veranderde in een tamelijk bespottelijke vertoning van classicistische paleizen. Decorstukken eigenlijk.

Classicisme is in Amsterdam geen gemeengoed. Maar retro-architectuur is er volop, als reactie op de Nieuwe Zakelijkheid van de jaren vijftig en zestig. De Houthavens staat er vol mee. Holland Park in Diemen-Zuid ook. Met politiek heeft dat niets te maken, wel met een hang naar nostalgie en het bezit van kapitaal. Wie vermogen heeft en zich wil manifesteren in vastgoed, doet dat liever in een conservatieve stijl. Voor Amsterdam zijn de referenties dan Berlage, de Amsterdamse school en natuurlijk de grachtenhuizen.

Aan het Damrak zijn de winkels van C&A en Primark door de Amerikaanse architect Robert Stern in het idioom van de 19de-eeuwse warenhuizen gedompeld. Niemand herinnert zich meer het DDR-achtig betonnen blok dat hier sinds de jaren zestig stond. V-vormige erkers, spekbanden, ramen met natuurstenen omlijsting, torentjes: wie goed kijkt ziet de voorbeelden elders in het centrum, op de hoeken van de Leidsestraat of op sommige grachten. De passage speelt ook al leentjebuur. Hier ontmoet Tuschinski de Moskouse metro.

De Houthavens zijn waarschijnlijk het grootste vertoon van retro-architectuur. Ge­kopieerde pakhuizen op het Viborg-eiland, de jaren dertig revisited op het Stettin-eiland en als schrikwekkendste van alles Hotel Boat&Co dat knipoogt naar het Scheepvaarthuis of Hotel New York. Het interieur lijkt op een Beierse skihut. Maar de architect, Hans Kolhoff, is dan ook een liefhebber van de traditionele Chicago-school. Neoclassicisme is in Amsterdam ver te zoeken, maar slaafse kopieerdrift des te meer.

Niet vanuit machtsvertoon, maar om te tonen dat de opdrachtgever geld heeft.

En de consument heeft het ervoor over.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden