Plus Interview

Srebrenica-overlevende: ‘Als ik naar water kijk, zie ik bloed’

Hasan Hasanovic verloor zijn vader en broer bij de genocide in Srebrenica. In het boek Srebrenica overleven vertelt hij zijn verhaal. ‘Alles wat ik me herinner doet pijn.’

Een vrouw bidt tussen de grafstenen van de slachtoffers van Srebrenica. Beeld Getty Images

Hij neemt wel eens mensen mee naar het dorpje Sulice waar hij opgroeide – of wat daarvan rest. “Als ik dan mijn ogen sluit hoor ik de stemmen van de mensen die in de velden aan het werk zijn, van mijn grootmoeder die iets roept naar een van mijn tantes. Maar als ik mijn ogen open, zie ik alleen geblakerde ruïnes.”

De huizen waren door Serviërs gebrandschat, de mosliminwoners gevlucht naar het door de Verenigde Naties als ’safe haven’ aangemerkte Srebrenica. Waar ze niet veilig waren, toen de troepen van het Bosnisch-Servische leger onder leiding van Ratko Mladic in juli 1995 binnenvielen en er een genocide begon die meer dan 8000 moslimmannen het leven kostte.

Hasan Hasanovic was 19 toen de Serviërs de aanval inzetten, en hij kwam met zijn vader en tweelingbroer Husein terecht in wat de geschiedenis zou ingaan als de ‘colonne’ van 15.000 jongens en mannen die door de bossen en bergen naar Tuzla probeerden te vluchten.

Hij overleefde de dodenmars, maar raakte zijn vader en broer kwijt. Hun resten begroef hij, nadat ze waren gevonden in een van de vele massagraven, in 2003 en 2005 op de begraafplaats van Srebrenicaslachtoffers in Potocari – eindeloze rijen witte stenen tegenover de voormalige Dutchbatbasis waar nu het Srebrenica-Potocari Memorial Centre is gevestigd.

Open wond

De angstdromen over soldaten die hem achtervolgen heeft hij nu niet meer. “In mijn slaap krijg ik eindelijk rust. Maar voor mij voelt het nog altijd of het gisteren is gebeurd – van het moment dat ik opsta tot ik naar bed ga. Er zijn momenten dat ik mijn geheugen zou willen resetten alsof je een computer reset. Want alles wat ik me herinner doet pijn, het is trauma, een open wond die nooit zal genezen.”

Schrijver Hasan Hasanovic. Beeld Kristian Skeie

Nooit meer zal hij zwemmen in de Drina, de grensrivier tussen Bosnië en Servië die in de oorlogsjaren zoveel lichamen kreeg af te voeren. “Als ik naar het water kijk, zie ik bloed.” Toch heeft hij – getrouwd, dochtertje van negen – ervoor gekozen in het nu overwegend Servische Srebrenica te gaan wonen, waar hij zich als tweederangsburger behandeld voelt. Om als gids en curator te werken in het Memorial Centre, waar een moment van vergetelheid al helemaal onmogelijk is.

Geen werk, maar een missie

“In het jaar dat we mijn vader gingen begraven werden we eerst tegenhouden door de Servische politie, we werden uitgejouwd door Serviërs. Toen heb ik besloten dat ik mijn stem moest verheffen, voor mijn vader, voor mijn broer, voor iedereen uit mijn dorp die is vermoord. Het is geen werk, het is een missie. Het is een zwaar bestaan, maar ik denk dat dit is wat mijn vader en broer zouden hebben gewild.”

Maar hoe vaak hij zijn verhaal ook doet, bij rondleidingen in Potocari of optredens op universiteiten en internationale conferenties, hij heeft het gevoel dat het nooit genoeg zal zijn. Met de veroordelingen van Mladic en de Bosnisch-Servische oud-president Karadzic en andere betrokkenen door het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag kan het boek voor hem echt nog lang niet dicht.

“De ideologie van het Groot-Servië leeft nog steeds, het gedachtegoed van de Servische oud-president Slobodan Milosevic wordt gekoesterd en de extremisten zijn weer in opkomst. Daarom is educatie zo belangrijk. Ik woon in Srebrenica met Servische buren die in totale ontkenning van de genocide leven. Die ontkenning is als een muur tussen ons en als niemand die muur omver haalt, kan het allemaal zo weer gebeuren.”

Verhalen om mensen wakker te maken

De vraag is, zegt Hasanovic: heeft Europa, heeft de wereld wel lering getrokkenuit Srebrenica? “Nee, dat denk ik niet. Daarom zijn verhalen als het mijne zo belangrijk, om de mensen wakker te maken. Het recht heeft niet gezegevierd, en bijna 25 jaar later is het helemaal niet ondenkbaar dat de geschiedenis zich herhaalt.”

In Potocari wordt hij ook elke dag herinnerd aan het Nederlandse VN-bataljon; 25.000 moslims zochten bescherming op en rond de Dutchbat-compound. Hasanovic verheft zijn stem als hij praat over overste Karremans die zich – ‘disgraceful, shameful’ – door Mladic met een fles slivovitsj en een lamp voor mevrouw Karremans naar huis liet sturen.

Hasanovic is ervan overtuigd dat er veel van wat er die julidagen in Srebrenica bij Dutchbat misging, in de doofpot is gestopt. “Het moorden werd niet gestopt, het verkrachten niet, het geweld niet, het scheiden van de mannen en vrouwen niet. Ze deden niets – en dat is zwak uitgedrukt.”

Maar, nuanceert hij dan: het is niet eerlijk Dutchbat te veroordelen zonder die internationale context, zonder de besluitvorming binnen de VN die de genocide mogelijk heeft gemaakt. “En nu ligt er in Potocari die enorme begraafplaats. Als de lelijkste spiegel op Europese bodem – en ik vind dat iedereen in die spiegel moet kijken.”

Hasan Hasanovic, Srebrenica overleven; vertaald door Freddy Cloet, Polis, €20, 177 blz.

Meer Srebrenica: ‘Op zoek naar Karadzic’

Hij had nooit over de oorlog gedroomd, antwoordde Radovan Karadzic op 26 augustus 2015 op schriftelijke vragen van de Nederlands-Servische journaliste Zvezdana Vukojevic. Het was haar tweede interview met de nu door het Joegoslaviëtribunaal tot levenslang veroordeelde oud-president van de zelfuitgeroepen Republika Srpska in Bosnië. Ze heeft lang geaarzeld of ze het zou publiceren, schrijft ze in haar onlangs verschenen boek Op zoek naar Karadzic (Nieuw Amsterdam). Uiteindelijk wordt het het slotstuk van een verhaal dat begint op 10 september 2008, als zij – dan werkzaam voor Nieuwe Revu – door Karadzic wordt ­gebeld vanuit de VN-strafgevangenis in Scheveningen. Zij heeft vlak na zijn arrestatie op 21 juli 2008 zijn vrouw en dochter geïnterviewd – en nu wil hij het woord.

Na veel juridisch getouwtrek met het tribunaal mag ze in 2009 haar vragen schriftelijk indienen – maar van de 45 beantwoordt hij er dan slechts 2. Omdat nu ook andere journalisten tot Karadzic kunnen doordringen, verliest ze haar ‘primeur’.

Als ze in 2015 bij een nieuwe poging wel uitgebreide antwoorden van Karadzic ontvangt, klikt ze de mail weg; die dag moet ze bevallen van haar levenloze eerste zoon.

Lang duurt het daarna voor ze terugkeert naar haar project-Karadzic, met een hard hoofd ook. ‘Niemand zit op een boek over Karadzic te wachten,’ schrijft ze, ‘24 jaar later zijn de Nederlandse media en het Nederlandse publiek Srebrenica-moe.’ Maar de weerslag van haar zoektocht rondom de persoon Karadzic maakt dat het boek over veel meer gaat dan de man alleen. Ze spreekt met betrokkenen bij het Joegoslaviëtribunaal, interviewt mensen uit zijn directe omgeving en beschrijft zittingsdagen in Den Haag – het VN-hof is een wereld op zich.

Ze eindigt met zelfreflectie: liet ze zichzelf in de race naar een exclusief interview voor een karretje spannen, was haar Servische achtergrond een grotere factor dan ze had gedacht, was haar prijswinnende interview met moeder en dochter Karadzic niet veel te gemakzuchtig geweest? En had het wat uitgemaakt als ze Karadzic in levenden lijve had gesproken? ‘Hij was een poppetje. Een speling van het lot waardoor een dichtende psychiater, die rijk en beroemd wilde worden, oorlogspresident, en uiteindelijk zelfs een veroordeeld oorlogsmisdadiger werd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden