PlusAchtergrond

Soedan is verlost van de dictator, maar het moorden gaat door

De val van dictator Omar al-Bashir wekte in Soedan vorig jaar hoop op vrede in Darfoer. Maar geweld laait op in de regio, die al bijna twintig jaar wordt verscheurd door oorlog.

Protesten in de hoofdstad Khartoem, begin juli, na een aanval in Darfoer waarbij drie boeren werden gedood.Beeld AFP / Ashraf Shazly

Op kamelen, paarden en motorfietsen stormden tientallen leden van een Arabische militie Fata Bornu in de West-Soedanese regio Darfoer binnen. Ze schoten wild om zich heen, plunderden huizen, stalen vee en vernielden watertanks. Bewoners van het afgelegen dorp renden voor hun leven en alarmeerden militairen van de VN-vredesmacht, die zich meteen naar het dorp spoedden. Maar de weg was bezaaid met obstakels, daar neergelegd door de militie.

Met hun auto’s was er geen doorkomen aan, de VN-militairen moesten te voet verder. Toen ze eindelijk ter plaatse kwamen, na 2,5 uur, was het te laat. Ten minste negen mensen lagen dood op straat, onder wie een 15-jarige jongen, een twintigtal inwoners raakte ernstig gewond.

De aanval op het dorp van zo’n 4000 inwoners doet terugdenken aan de gruwelijkste periode van het conflict in Darfoer, maar speelde zich vorige maand af, meer dan een jaar nadat in Soedan een enthousiaste protestbeweging de gehate dictator Omar al-Bashir ten val had gebracht. Onder zijn regime vonden in Darfoer tal van gruweldaden plaats, ernstig genoeg voor een onderzoek door het Internationaal Strafhof in Den Haag. De nieuwe machthebbers in Khartoem overwegen zijn uitlevering.

Arabische nomaden

Maar voorlopig zit al-Bashir nog in Soedan gevangen en wordt het land bestuurd door een regering van burgers en militairen die democratische hervormingen heeft doorgevoerd en zegt de oorlog in Darfoer te willen beëindigen.

Het is zeker waar dat de revolutie voor veranderingen heeft gezorgd in Soedanese steden, maar dat geldt niet voor Darfoer. Daar legt niemand de beruchte Janjaweed – milities van Arabische nomaden – iets in de weg.

De zwaarbewapende bendes moorden, plunderen en hanteren de tactiek van de verschroeide aarde zoals in de donkerste dagen van al-Bashirs regime. Het Soedanese leger wordt beticht van nalatigheid, zoals in Fata Bornu, of zelfs van medeplichtigheid. “Ze kijken werkeloos toe als de Janjaweed tekeergaan, ze doen niets,” zegt Adam Mohamed namens mensen die in Darfoer op de vlucht zijn geslagen.

Het geweld is de afgelopen weken toegenomen, waarbij op een dag zestig burgers werden vermoord door ongeveer vijfhonderd Arabische militieleden. Het was volgens VN-waarnemers in de regio veruit de dodelijkste aanval in maanden. Twee dagen eerder werden volgens plaatselijke journalisten in een ander deel van Darfoer vijftien mensen gedood.

Na de ernstigste moordpartij, in het dorp Masteri in het westen van Darfoer, beloofde Soedans burgerpremier Abdalla Hamdok extra eenheden van leger en politie naar het gebied te sturen ‘om de burgers en de boeren te beschermen’. Volgens mensenrechtengroeperingen koesteren de bewoners van Darfoer echter een diep wantrouwen jegens de veiligheidstroepen, die berucht zijn om het opstoken van etnisch geweld, als ze zich er niet zelf schuldig aan maken.

“Zulke aanvallen op burgers maken duidelijk dat er sinds de revolutie in feite weinig is veranderd,” zegt de Amerikaanse Soedanexpert Cameron Hudson, die werkte bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington en nu is verbonden aan het Africa Center van de Atlantic Council, een internationale denktank.

Soedans vroegere dictator mag dan in de gevangenis zuchten, zijn erfenis blijkt lastig te ontmantelen en de overgang naar een democratisch stelsel stuit op obstakels. Zo is er nog steeds geen voorlopig parlement gekozen en is het eenheidsfront tegen al-Bashir uiteengevallen. De overgangsregering wordt geplaagd door tegenstellingen tussen burgers en militairen. Soms doen geruchten de ronde over een staatsgreep.

Jongeren uit Darfoer streden vorig jaar in de voorhoede van de opstand. Sommigen werden gemarteld. Ze dachten dat hun succes zou helpen vrede te brengen in Darfoer, maar daar kwam niets van terecht.

De oorlog in Darfoer brak uit in 2003, toen rebellen in opstand kwamen tegen het regime in Khartoem. Ze waren de discriminatie van de niet-Arabische bevolking beu. De rebellen zagen kans de strijdkrachten van het regime aanzienlijke slagen toe te brengen. Al-Bashir sloeg terug door de Janjaweed gul te voorzien van wapens. Op het hoogtepunt van het conflict doodden deze milities duizenden burgers per maand, wat het Internationaal Strafhof aanmerkte als genocide. Volgens schattingen van de VN zijn minstens 300.000 mensen omgekomen in een conflict dat de laatste jaren in intensiteit afnam, maar nooit helemaal stopte.

Al-Bashir werd in april vorig jaar afgezet, maar een van de machtigste figuren in het nieuwe bewind is een generaal die in Darfoer een snelle-interventiemacht leidde die volgens inwoners gruweldaden beging. Generaal Mohammad Hamdan doet mee aan de onderhandelingen tussen de nieuwe regering en twee Darfoerse rebellengroepen. Veel Darfoerezen zien hierin vooral een pr-exercitie, omdat de grootste rebellenorganisatie deelname afwijst.

Voedselhulp

Het heroplaaien van het geweld valt samen met een afname van de internationale belangstelling voor Soedan. Naar verwachting houdt eind dit jaar de VN-vredesmacht, actief sinds 2007, op te bestaan. Ook hebben westerse regeringen hun hulp aan Soedan teruggeschroefd, net nu de coronapandemie het land steeds dieper in de armoede stort. Ongeveer 9,6 miljoen Soedanezen hebben dringend voedselhulp nodig, volgens de VN een hoger aantal dan ooit.

Buitenlandse diplomaten vinden het belangrijk Soedans wankele overgang naar een democratisch stelsel te steunen en geven niet graag de door onenigheid ondermijnde regering de schuld telkens wanneer in Darfoer gruwelen worden begaan.

Na de aanval op Fata Bornu, op 13 juli, deed de VN-vredesmissie, die hierin samenwerkt met de Afrikaanse Unie, het geweld af als een conflict dat nu eenmaal elk jaargetijde losbarst tussen veehoeders en landbouwers. De topfunctionaris voor Afrika van het Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Tibor Nagy, prees een dag later zelfs de samenwerking tussen de Soedanese strijdkrachten en de VN-vredesmacht in Darfoer.

Interne VN-rapportages en gesprekken met stamleiders in Darfoer en VN-functionarissen schetsen echter een heel ander beeld, zoals de totale afwezigheid van Soedanese militairen in Fata Bornu toen het dorp werd aangevallen. Wel bezocht een regeringsdelegatie het dorp na het bloedbad en beloofde ze een onderzoek.

Moderniseringen

Ashraf Eissa, een woordvoerder van de VN-macht, bezwoer dat de vredesmilitairen hun ­uiterste best doen burgers te beschermen. Wel is zijn missie, zegt hij, ‘op weg naar de uitgang’. Sinds 2018 zijn overal in Darfoer VN-bases ­gesloten. Van de oorspronkelijke 19.500 militairen zijn er 6500 over. Velen van hen komen uit Senegal.

De revolutie in Khartoem heeft elders in het land aanzienlijke veranderingen teweeggebracht. Al-Bashirs ooit machtige Islamitische Partij is ontbonden en premier Hamdok, een vriendelijke technocraat, heeft nogal wat moderniseringen op zijn naam staan. Zo is vrouwelijke genitale verminking verboden. Vrouwen kunnen niet meer worden gearresteerd voor het dragen van ‘onbescheiden’ kleding en het toedienen van zweepslagen aan alle wetsovertreders is afgeschaft, net als de straf op afvalligheid van de islam. Christenen mogen alcohol drinken en burgers hebben niet langer een visum nodig als ze Soedan willen verlaten. Op homoseks staat niet meer de doodstraf, maar zeven jaar.

Oud-dictator al-Bashir (76) werd in december veroordeeld tot twee jaar celstraf wegens corruptie. Vorige maand verscheen hij opnieuw in een rechtszaal, nu om zich te verantwoorden voor de militaire coup waarmee hij in 1989 aan de macht kwam. Hij kan de doodstraf krijgen.

Op 30 juni gingen overal in het land weer massa’s mensen de straat op, ditmaal uit protest tegen het langzame tempo van de hervormingen. ‘Vrijheid, vrede, gerechtigheid,’ riepen ze, net als tijdens de opstand tegen al-Bashir.

Ook in Fata Bornu werd gedemonstreerd. Maar veel andere mensen uit Darfoer geloven niet meer in verandering en zijn naar Libië gevlucht voor de gevaarlijke overtocht naar Europa, of zijn blijven steken in vluchtelingenkampen in het buurland Tsjaad.

Voor politieke en andere leiders in Darfoer is het van cruciaal belang dat daar een nieuwe vredesmacht aantreedt als de VN-missie eind dit jaar vertrekt. “We moeten de levens van deze mensen beschermen,” aldus El Sadig Hassan van de Orde van Advocaten in de regio. “Anders gaat de crisis door.”

© The New York TimesVertaling: René ter Steege.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden