Plus Achtergrond

Sociëteit van Suriname: patsers, uit op winst en aanzien

Meer dan een eeuw stuurde de Sociëteit van Suriname de voormalige kolonie aan. Karwan Fatah-Black schreef een boek over de regenten die het bedrijf Suriname runden.

Paramaribo in de tijd van de Sociëteit, afbeelding uit het boek Sociëteit van Suriname. Beeld -

Op 1 juli 2015 liet president Desi Bouterse het wapen van de Sociëteit van Suriname verwijderen van het presidentieel paleis in Paramaribo. Daarmee verdwenen ook de drie Amsterdamse andreaskruizen van het gebouw. Vijf jaar eerder had het bestuur van Amsterdam al de formele banden verbroken met de net verkozen president Bouterse vanwege diens aandeel in de Decembermoorden van 1982.

Over de eeuwenlange banden tussen Amsterdam en Suriname handelt het nieuwe boek van Karwan Fatah-Black. De Leidse historicus dook in de geschiedenis van de Sociëteit van Suriname, het gezelschap van Amsterdamse regenten die van 1683 tot 1795 vanuit de hoofdstad de kolonie aan de andere kant van de oceaan bestuurden en zo een groot stempel drukten op Suriname.

Ook in dit boek gaat Fatah-Black op zoek naar de consequenties van het koloniaal bestuur voor de gekoloniseerden. “De geschiedenis wordt vaak vanuit de machthebbers beschreven. Als het over Suriname gaat, is de invalshoek van handel en handelsgeest dominant. Maar voor de inheemsen en de tot slaaf gemaakten was de koloniale tijd een periode van uitbuiting, vernedering en onderdrukking met geweld.”

Particuliere onderneming

Fatah-Black beschrijft de besluitvorming binnen de Sociëteit, opgericht als particuliere onderneming van de stad Amsterdam, de West-Indische Compagnie en de familie Van Aerssen van Sommelsdijck. Suriname was overgenomen van Zeeland, dat de kolonie tientallen jaren eerder had veroverd op de Engelsen.

De Sociëteit had grote plannen met het wingewest en stimuleerde het opzetten van plantages voor de verbouw van suiker, koffie, cacao en katoen. Het voorbeeld was Nederlands-Brazilië, waar de Nederlanders in 1654 waren verdreven door de Portugezen. Fatah-Black: “Daar was nog steeds een zeker schuldgevoel over, zeker bij de Amsterdammers die de stekker uit de kolonie hadden getrokken. Suriname was hun revanche.”

Hoge heren 

In de ruim honderd jaar van het bestaan waren meer dan honderd directeuren werkzaam voor de Sociëteit van Suriname. Vanuit het West-Indisch Huis namen zij alle belangrijke beslissingen over de kolonie, zoals de uitgifte van land en het regelen van slaventransporten. 

Onder de bestuurders waren veel prominente Amsterdammers. Jacob Boreel, Cornelis Munter, Joachim Rendorp en Cornelis Valckenier bijvoorbeeld waren burgemeester van de stad, Ferdinand van Collen was schout, Frederik Berewout was kerkmeester van de Westerkerk en Jan Bernd Bicker was kapitein van de schutterij. Onder de directeuren ook enkele slavenhandelaren: Hendrick van Baerle en Albert Geelvinck.

Het bestuur van de kolonie was grotendeels in Amsterdamse handen. Alle drie de deelnemende partijen vaardigden vertegenwoordigers af voor het bestuur van de onderneming. Het was een baan die aanzien verschafte, dus beroemde regenten stonden in de rij om zitting te nemen. “De Sociëteit bood bestuurders de mogelijkheid van sociale stijging,” zegt Fatah-Black. “Ook een carrière die in het slop zat, kon daar worden vlotgetrokken.”

Hoofdgeld afdragen

Suriname werd bestuurd als een bedrijf. Er was weinig belan­gstelling voor infrastructuur of onderwijs. Alles stond in het teken van het maken van winst. Daarbij werd de lokale economie niet vergeten: de schepen die nodig waren om de kolonie te bevoorraden, werden in opdracht van de Sociëteit in Amsterdam gemaakt. De bewoners van Suriname, vrij of onvrij, moesten hoofdgeld afdragen, bij elkaar goed voor de helft van alle inkomsten van de Sociëteit.

Ingrijpend was het besluit van de bestuurders om Afrikaanse slaven naar Suriname te verschepen. Dat gebeurde zonder discussie, las Fatah-Black in de notulen. “Er was wel discussie, maar die ging over de vraag uit welk deel van Afrika de slaven moesten komen. Dat was bijzonder, want op dat moment was in Nederland wel degelijk discussie over slavenhandel en slavernij. Vooral uit de hoek van de kerken was er veel verzet. Binnen de Sociëteit was geen enkele twijfel.”

Kille cijfers

Een dramatische beslissing met dramatische gevolgen. Vanaf 1683 werden jaarlijks ongeveer duizend mannen, vrouwen en kinderen uit Afrika naar Suriname gebracht. De sterfte was groot, onderweg maar ook in het land van aankomst: in 1707 telde Suriname voor het eerst meer dan tienduizend tot slaaf gemaakten. Er waren op dat moment echter al 23.000 mensen aangevoerd. Achter die kille cijfers gaat een wereld van ellende schuil, zegt de historicus.

De bestuurders in Amsterdam waren perfect op de hoogte, zo blijkt uit de archieven die bewaard zijn gebleven. Toch is Fatah-Black niet op zoek gegaan naar de verantwoordelijken. “Ik wilde geen whodunit schrijven. Ik heb zeker geen natuurlijke sympathie voor de bestuurders van de Sociëteit. Het waren in mijn ogen vooral patsers, opscheppers en machtswellustelingen. Maar ze kunnen zich niet meer verdedigen. En: wat ze deden, was in hun tijd formeel ook niet strafbaar.”

Maar de vraag blijft interessant genoeg voor een vervolgonderzoek, voegt hij eraan toe. “De bestuurders van de Sociëteit deden wat ze deden, omdat ze zich op afstand zetten van de ellende. De meesten zijn nooit in Suriname geweest. Dat is moreel laakbaar, maar ook weer niet zo heel anders dan hoe wij tegenwoordig omgaan met bij voorbeeld het kopen van goedkope kleding die ver weg door kinderen wordt gemaakt. Ook wij plaatsen onszelf op afstand, als het ons uitkomt.”

Karwan Fatah-Black is universitair docent Koloniale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden en schreef een boek over de ­sociëteit die ­Suriname vanaf 1683 ­bestierde.

Sociëteit van Suriname 1683-1795, Karwan Fatah-Black, Uitgeverij Walburg Pers, € 29,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden