PlusExclusief

Situatie Syrische vluchtelingen in Libanon is uitzichtloos: ‘Ik ben bang om dromen te hebben’

Libanon verkeert in economische crisis, driekwart van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Voor de anderhalf miljoen Syriërs is de situatie uitzichtloos.

Joost Scheffers
In Barelias, op zo’n vijftien kilometer van de grens met Syrië, leven Syrische vluchtelingen in krakkemikkige hutten en tenten.  Beeld ANP / EPA
In Barelias, op zo’n vijftien kilometer van de grens met Syrië, leven Syrische vluchtelingen in krakkemikkige hutten en tenten.Beeld ANP / EPA

Het idyllische landschap van de Bekaavallei wordt op veel plaatsen verstoord door de nasleep van de Syrische burgeroorlog. Zo staan op een stukje niemandsland in Barelias op zo’n vijftien kilometer van de grens met Syrië ongeveer twintig hutten en tenten, de ene nog krakkemikkiger dan de andere.

Er staan nauwelijks bomen en alleen de frisse wind uit de bergen zorgt voor wat verkoeling. Gras heeft na tien jaar bewoning door Syrische vluchtelingen op veel plekken plaatsgemaakt voor grind. Al acht jaar bivakkeert een Syrisch gezin met twee dochters in zo’n krakkemikkige hut; in de hoek poogt een vaas met oude plastic bloemen hun leefsituatie een beetje kleur geven.

Overal in Libanon zijn dit soort kleine kampen te zien, die veelal zijn gebouwd met allerlei materiaal dat de vluchtelingen van boeren in de buurt kregen. In het begin van de oorlog in Syrië, nu tien jaar geleden, hadden zij nog weinig tegen de Syrische vluchtelingen die ze vaak in dienst namen als goedkope arbeidskracht.

400 procent prijsstijging

Inmiddels is het werkaanbod door de diepe economische crisis waarin Libanon verzeild is geraakt, flink gedaald. “Vroeger kon ik nog werken en konden we ons meer veroorloven,” zegt vader Adam, terwijl hij naar de televisie in de hoek wijst. Sinds hij rugklachten heeft, beweegt hij moeizaam en moet het gezin van veel minder geld rondkomen. Daar kwamen de coronacrisis en een lockdown nog overheen.

Ze betalen huur voor de grond aan de eigenaar van het land, die zijn terrein verhuurt aan de vluchtelingen. De afgelopen jaren is de prijs omhoog geschoten, tegelijk met de enorm stijgende prijzen - voedsel is 400 procent duurder geworden. “We hebben geluk gehad dat de eigenaar van de grond aardig is, want we lopen een jaar achter met de huur.”

Deze vluchtelingen horen niet bij de rijkere groepen uit Syrië, die eerder wel de financiële mogelijkheden hadden om de oversteek naar Europa te maken. Volgens de Verenigde Naties (VN) leven negen van de tien Syrische vluchtelingen in Libanon in extreme armoede. Vóór de economische crisis en de pandemie was dit nog 55 procent.

Vrijwel alle vluchtelingen zijn afhankelijk van hulporganisaties, die met toestemming van de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, toegang krijgen tot de vluchtelingenkampen in Libanon. Ook Salma en Adam verblijven met hun kinderen in zo’n kamp, dat financiële hulp van Save the Children krijgt.

Buiten deze ‘officiële kampen’ is het lastiger voor organisaties om de vluchtelingen te bereiken. Meer dan 80 procent van de vluchtelingen in Libanon is niet geregistreerd bij de VN, omdat Libanon dat sinds 2015 niet meer toestaat. Zo is het voor de hulporganisaties ingewikkeld iedereen in kaart te brengen.

Folteringen

Dochters Maya (20) en Farah (15) zitten er tijdens het gesprek gelaten bij, hun vader voert het woord. Al zes jaar zijn ze niet naar school geweest. Die is ver weg en het vervoer erheen is te duur geworden voor de familie. Voor de crisis ging 58 procent van de Syrische vluchtelingenkinderen al niet naar school, nu is dat aantal alleen maar toegenomen. Contact met leeftijdsgenoten hebben Maya en Farah niet.

“Ik ben bang om toekomstdromen te hebben,” zegt Farah. “Wat als morgen alles weg is? Ik probeer alles zo rationeel mogelijk te benaderen.” Haar zus Maya kon via een hulporganisatie wat cursussen kon volgen. “Ik wil graag in de verpleging werken, contact hebben met anderen. Dat was altijd mijn droom en die is sinds de oorlog alleen maar sterker geworden.”

Tijdens het interview zit moeder Salma onophoudelijk te snikken. Haar dochters en man kijken niet op van het tafereel, alsof ze eraan gewend zijn. Contact met anderen op het terrein heeft Salma nauwelijks, ze komt maar zelden buiten de tent. Het is tekenend voor de situatie in de vluchtelingenkampen: bewoners vertrouwen elkaar niet, uit angst voor wat er mogelijk wordt doorgegeven aan het Syrische regime.

Een terugkeer naar hun thuisland Syrië nu de burgeroorlog ten einde lijkt en president Assad aan de macht blijft, is onbespreekbaar. De medewerker van Save the Children fluistert dat vluchtelingen die nog familie in Syrië hebben, niets kunnen loslaten. Human Rights Watch bracht vorige maand een rapport uit over de folteringen door Syrische veiligheidsdiensten waar vluchtelingen mee te maken krijgen als ze terugkeren. Zelfs na het ondertekenen van ‘verzoeningsdocumenten’ worden teruggekeerde vluchtelingen niet met rust gelaten.

Hoop op een betere toekomst hebben Salma en Adam voor zichzelf al opgegeven. “Mijn grootste angst is de toekomst,” zegt Adam. De enige hoop die nog rest, is een betere toekomst voor hun dochters. “Mijn gemiste schooljaren wil ik heel graag inhalen,” vertelt Maya. “En een eigen huis hebben, op een veilige plek.”

De namen van Salma, Adam, Maya en Farah zijn op verzoek van Save the Children uit veiligheidsoverwegingen gefingeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden