Sibeth Ndiaye maakt in Frankrijk de tongen los met haar kledingkeuze.

Plus

Sibeth Ndiaye: ‘De kleding van de klassieke Parisienne past niet bij mij’

Sibeth Ndiaye maakt in Frankrijk de tongen los met haar kledingkeuze. Beeld Julien Mignot/The New York Times

Van het zwart-wit-beige uniform van de klassieke Parisienne wil Sibeth Ndiaye niets weten. Dat komt de woordvoerster van president Macron op zware kritiek te staan, ‘maar ik wil er niet uitzien als een kraai’.  

Als eerste zwarte woordvoerster van het Élysée, het presidentiële paleis in Parijs, weet Sibeth Ndiaye dat er extra op haar wordt gelet. Maar de in Senegal geboren Ndiaye gaat duidelijk niet gebukt onder de druk van het hoge ambt dat president Emmanuel Macron haar heeft toevertrouwd. Ze legt met groot gemak en razendsnel de ene verklaring na de andere af, al heeft ze daarvoor niet altijd woorden nodig.

Haar nonchalante stijl valt op in een land waar kleding nauw is verweven met de nationale identiteit, economie en geschiedenis. Een land waar ‘first lady’ Brigitte Macron wordt geprezen om haar ultraslank gesneden kokerrokken van Louis Vuitton, met bijpassende stilettohakken. Ndiaye wijkt met haar speelse en ontspannen stijl nogal af van de normen voor klassieke Franse elegantie, waarbij ze discussies uitlokt over ras, etnische afkomst en het vrouwelijk lichaam.

Teletubbie

“Ik draag graag kleding van niet erg bekende Franse merken die proberen recht te doen aan het lichaam van vrouwen, in plaats van ze te beperken tot een bepaalde stijl,” zegt ze tijdens een gesprek in een van haar favoriete Parijse boutiques, Make my Lemonade, aan het Canal Saint-Martin. “Ik wil dat vrouwen ophouden zich voor hun lichaam te schamen. Mijn manier van kleden is bijna een politiek statement.”

Ze draagt liever kleding in heldere kleuren dan het getailleerde zwart-wit-beige uniform van de klassieke Parisienne. Met haar bril, veelkleurige lakleren schoenen met gespen, metallic grijze Nat & Ninhandtas en het haar gevlochten of in een afrokapsel is zij in en buiten het Élysée niet onopgemerkt gebleven. 

Tot ongenoegen van sommige conservatieven. “Circuskleren,” oordeelde laatst de zeer rechtse Franse politica Nadine Morano, oud-minister en tegenwoordig lid van het Europees Parlement. “Mevrouw Ndiaye kleedt zich als een teletubbie,” vond Jordan Bardella, vicevoorzitter van het uiterst rechtse Rassemblement National, de nieuwe naam van Marine Le Pens Front National.

“Daar trek ik me niets van aan,” zei ze in een reactie. “Mijn kledingstijl geeft weer wat ik denk. Ik ben gek op explosies van kleuren, ik haat neutraal. Ik wil er niet uitzien als een kraai.”

Door haar kledingstijl valt Ndiaye op in een zee van blanke, mannelijke bureaucraten in hun sobere donkere pakken. In tegenstelling tot de meeste van hen ging zij niet naar de universiteiten en prestigieuze instituten voor Frankrijks bestuurlijke en politieke elites. Haar taalgebruik in gesprekken met journalisten is vaak weinig diplomatiek, met een vleugje straattaal. Haar kledingstijl accentueert de verschillen met haar voorgangers in die hoge functie.

Nadine Morano sprong uit haar vel nadat Ndiaye had gezegd dat ook kebabs, voor uiterst rechts ongewenste symbolen van de immigratie, populair zijn in de Franse cuisine. In een tweet herinnerde ze eraan dat Ndiaye pas drie jaar geleden Frans staatsburger was geworden. Morano: “Mevrouw Ndiaye moet nog heel veel leren over de Franse cultuur. Ze is haar functie in de regering onwaardig.”

Fantastisch rolmodel

Macrons politieke partij, La République en Marche (LRM), reageerde meteen. Marlène Schiappa, die strijdt voor gelijkheid tussen man en vrouw, prees Ndiaye als een fantastisch rolmodel voor jonge vrouwen en noemde het ‘mesjogge dat we het hebben over kleding of haarstijl, in plaats van over politiek’.

Gilles Le Gendre, fractievoorzitter van LRM in de Franse Tweede Kamer, noemde Morano’s opmerkingen ‘openlijk racistisch’. Hij maande haar ze terug te nemen en excuses te vragen, anders wachtte haar een aanklacht. Morano weigerde: “Mag je niets over haar zeggen omdat ze zwart is? Ze is een schande voor Senegal en voor Frankrijk.”

Ook Ndiaye vindt Morano’s opmerkingen racistisch: “Haar verwijzing naar mijn Franse naturalisatie betekende dat ik volgens haar niet een echte Française ben, alsof je afstand moet doen van je afkomst om er in Frankrijk bij te horen. Ik heb nooit enige twijfel laten bestaan over mijn culturele identiteit en mijn verhouding tot de Franse natie.”

Ndiaye is niet de eerste Franse politica die wordt aangevallen om wat ze draagt. In 1972 weigerde een bewaker de latere minister van Defensie en Buitenlandse Zaken Michèle Alliot-Marie de toegang tot het parlement omdat ze een broek droeg, hetgeen toen al niet meer verboden was. Veertig jaar later floten mannelijke parlementariërs op hun vingers of joelden toen minister van Huisvesting Cécile Duflot op het spreekgestoelte verscheen in een fleurige jurk met een laag decolleté.

In 2015 moest Najat Vallaud-Belkacem het ontgelden, de minister van Onderwijs. Volgens een rechtse columnist had ze een zwart jurkje aangetrokken, waaronder soms een met kant afgezette bh zichtbaar was, om bij vragen in het parlement de aandacht af te leiden van haar onkunde.

Breien, naaien en haken

Oud-president Nicolas Sarkozy gaf vrouwelijke ministers nogal eens ongevraagd kledingadvies, volgens journalisten die het konden horen. Zo zei hij tijdens een bezoek aan Washington tegen zijn staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Rama Yade: “Je bent te mooi voor dit soort froufroujurken.” Minister van Justitie Rachida Dati kreeg van hem de raad haar ‘Dior-elegantie’ te verruilen voor een andere, minder ‘bourgeois’ stijl. En minister van Financiën Christine Lagarde kon ‘haar juwelen maar beter in de kluis laten’.

Ndiaye werd in december 1979 geboren in de vroegere Franse kolonie Senegal. Ze groeide op in een welvarende buurt in de hoofdstad Dakar. Haar Duits-Togolese katholieke moeder was rechter en later voorzitter van het Constitutionele Hof in Senegal. Haar vader, een moslim, was een hoge bestuurder van de Senegalese Democratische Partij van Abdoulaye Wade, de latere president. Haar moeder leerde haar dochter op jonge leeftijd breien, naaien en haken.

Op haar 15de vertrok Sibeth naar Parijs om haar middelbare school af te maken. Als studente sloot ze zich later aan bij de Parti Socialiste. Ze volgde een masteropleiding in de economie van de gezondheidszorg, trouwde, kreeg drie kinderen en werd in juni 2016 Frans staatsburger.

Grote verbazing

Ze ontmoette Emmanuel Macron voor het eerst toen hij adjunct-secretaris-generaal was van het Élysée en werkte op het ministerie van Financiën. Tot grote verbazing van haar linkse vrienden en collega’s trad ze eind 2016 toe tot Macrons campagneteam voor de presidentsverkiezingen, waarin hij in mei 2017 Marine Le Pen versloeg.

Ndiaye merkte in die tijd dat het ‘uniform’ van de elegante Franse vrouw haar niet stond. “Ik probeerde me aan die dresscode te houden,” zei ze, “maar het werd een mislukking. Ik ben mollig en zag eruit als een zak aardappelen.”

De ommekeer kwam toen ze een elegant, handgemaakt babydekentje zag dat ze een vriendin cadeau wilde doen. Ze belandde op onlinesites voor het maken van je eigen kleding, waarbij de tijdens haar jeugd geleerde vaardigheden goed van pas kwamen.

Eerbetoon

“Ik vond het helemaal niet zo moeilijk en besloot ook zelf mijn kleren te maken, met stoffen en kleuren die bij me pasten. Dat viel samen met mijn eerste zwangerschap. Ik wilde kleding dragen die ik zelf leuk vond en me niet aanpassen aan wat anderen vonden.” Ze promootte ontwerpen en producten met het label Made in France, een campagne waarvoor ‘officieel’ Frankrijk zich jarenlang had ingespannen.

President Macron speelt graag tennis, jogt en doet aan bokstraining. Ndiayes echtgenoot Patrice Roques is een triatleet, maar zelf is ze niet bepaald een fan van sportieve activiteiten. “Elke maandag neem ik me voor nu echt te beginnen, maar dinsdag geef ik het al op.”

Ze ontdekte vorig jaar de mode van Make my Lemonade toen dit initiatief van de Franse blogger Lisa Gachet nog slechts online actief was. Nu is er niet alleen een echte ‘bazaar’ van 380 vierkante meter met meer dan alleen kleding, maar ook een afdeling in het Parijse warenhuis Le Bon Marché. Alle spullen zijn ontworpen in Frankrijk en daar of elders in de EU vervaardigd.

Ndiaye: “Het is een eerbetoon aan wat Made in France betekent voor inventiviteit, voor creativiteit à la française. In Frankrijk zijn kleren een manier om de Franse cultuur met de wereld te delen. Met de manier waarop we ons kleden, geven we ook iets van onszelf.”

© The New York Times
Vertaling René ter Steege

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden