Proces Charlie Hebdo is begonnen: ‘Als ik ademhaal, schieten ze weer’

In Frankrijk staan veertien verdachten terecht voor de aanslagen in januari 2015 in Parijs. Charlie Hebdocartoonisten die de terreuraanslag overleefden, zijn de afgelopen dagen in de rechtbank gehoord.

Redactieleden Corinne ‘Coco’ Rey en Simon Fieschi.Beeld AFP

Politieman Christian Deau staat in de rechtszaal. Op beeldschermen komen foto’s en video’s van onder meer bewakingscamera’s voorbij.

“Lichaam C, dat is mijnheer Wolinski,” vertelt Deau. De mensen in de zaal kijken naar de beelden van cartoonist Georges Wolinski die in een plas bloed ligt op de redactie van satirisch tijdschrift Charlie Hebdo. Op de beelden staat er een C bij zijn lichaam. “Hij werd drie keer geraakt.” Dan komt het lichaam van tekenaar Tignous, pseudoniem voor Bernard Verlhac, in beeld. “Hij is beschoten op minder dan 10 centimeter afstand,” zegt Deau.

Eén voor één worden de slachtoffers benoemd en beschreven. Deau, antiterreurspecialist, vertelde deze week bijna klinisch hoe de redactie van Charlie Hebdo eruitzag nadat de broers Kouachi er op 7 januari 2015 hun kalasjnikovs leegschoten.

Voorgoed anders

Ook de overlevenden kwamen aan het woord. Voor het eerst vertelden ze uitgebreid over die paar minuten, vijf jaar geleden, die hun levens voorgoed zouden veranderen.

“In het trappenhuis liep er één achter me met z’n kalasjnikov,” vertelt cartoonist Corinne Rey, bekend als Coco. “Hij duwde me de redactie op, ik hoorde een schot en ik zag Simon van zijn stoel vallen.”

Simon was de sitebeheerder van Charlie Hebdo, Simon Fieschi. Hij zat vlak bij de ingang.

“Ik zag mannen met bivakmutsen,” vertelt Fieschi aan de rechter. “Ik werd geraakt door twee kogels. De eerste ging er bij mijn hals in en kwam er bij mijn linkerschouderblad weer uit. Onderweg raakte de kogel mijn wervelkolom.”

De terroristen liepen daarna de redactiezaal in en schoten. De huidige hoofdredacteur, Laurent Sourisseau, oftewel ‘Riss’, vertelt: “Ik liet mezelf op de grond vallen, met m’n hoofd onder een tafel, m’n gezicht naar de grond. Ik zag niks meer. Het schieten begon.”

Coco: “Het schieten ging maar door. Ze riepen: ‘Allahoe Akbar! We hebben wraak genomen voor de profeet’!”

Journalist Fabrice Nicolino zit ook in het zaaltje. “Ik liet mezelf naar achteren vallen en trok een tafel over me heen. Daarna werd ik geraakt door drie kogels.”

Journalist Sigolène Vinson verstopte zich. “Maar die moordenaar vond me. Hij zette z’n wapen tegen mijn voorhoofd. Toen zei hij: ‘Ik dood geen vrouwen. Maar je moet wel de Koran lezen’.”

De terroristen vroegen waar ‘Charb’ was, Stéphane Charbonnier, de toenmalige hoofdredacteur.

Riss, die op de grond lag: “Ik hield m’n adem in. Ik dacht: als ze me zien ademen, schieten ze opnieuw. Toen hoorde ik een stem heel dichtbij schreeuwen. ‘Waar is Charb?’ En toen hoorde ik nog eens twee of drie schoten.”

Politieagent Christian Deau vertelt in de rechtszaal dat het hoofd van Charb drie keer en dodelijk werd geraakt. De hoofdredacteur was een van de elf mensen die in het gebouw werden vermoord.

Na de schietpartij werd het op de redactie muisstil, vertellen de overlevenden. Vinson: “De dode lichamen lagen over elkaar heen. Ik belde het alarmnummer en zei: ‘ze zijn allemaal dood’. Toen hoorde ik aan de andere kant van de zaal een stem: ‘Nee, ik ben niet dood’. Dat was Riss.”

Middelvinger

Riss: “Ik lag op mijn rug. Ik wist niet of ik ernstig verwond was.” Hij hoorde de stemmen van een paar collega’s. “Ik dacht: en de anderen? Waarom zeggen die niks? Toen realiseerde ik me dat de anderen dood waren.”

Coco: “Ik had een jaar eerder nog een cursus eerste hulp gedaan. Maar op dat moment wist ik absoluut niet wat ik moest doen.” Ze stapte over de dode collega’s heen. “Toen zag ik Philippe liggen. Ik dacht: hij heeft geen gezicht meer.”

Journalist Philippe Lançon was gruwelijk in zijn gezicht geraakt, maar overleefde het. Hij is niet bij het proces aanwezig.

De hulpverleners kwamen na verloop van tijd binnen. Simon Fieschi: “Ze zaten aan mijn benen en vroegen wat ik voelde. Ik voelde helemaal niets meer.” Hij bleek deels verlamd.

Riss stond op. “Ik probeerde heel hard om níet de redactiezaal in te kijken. Maar naast me lag Charb. Ik móest wel kijken, want ik moest over hem heen stappen.”

In de rechtbank vertellen de overlevenden ook over de tijd ná de aanslag.

Simon Fieschi: “Toen ik het ziekenhuis aankwam, werd ik in coma gebracht. Ik heb daarna acht maanden in het ziekenhuis gelegen. Ik kan mijn handen niet meer goed gebruiken. Typen is heel moeilijk.” En daarna zorgt hij voor de enige keer dat er gelachen wordt in rechtszaal: “Ik kan zelfs geen middelvinger meer naar iemand opsteken.”

Fabrice Nicolino vertelt over zijn werk nú bij Charlie Hebdo. “Als je op de redactie binnenkomt, kom je langs zes metaaldetectoren. We hebben een panic room. Er is een codewoord en als iemand dat roept moeten we daar meteen naar binnen.”

Hoofdredacteur Riss vertelt over de tol die de 24 uursbewaking eist. “Mijn vrouw en ik wilden graag een kind adopteren. Maar er werd ons verteld dat ze nooit een kind zouden toewijzen aan mensen die politiebescherming hebben.”

Het proces rond de aanslagen van januari 2015 ging deze maand van start en duurt tot november.

Er staan veertien verdachten terecht, die onder meer de wapens zouden hebben geleverd. De schutters werden alle drie door de politie gedood, nadat ze hun aanslagen pleegden op Charlie Hebdo, op politiemensen op straat, en op een joodse supermarkt. Bij die terreurdaden vielen in totaal zeventien doden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden