Leonel Martins Pereira kijkt vanaf een heuvel neer op zijn rondgrazende geiten.

Plus Achtergrond

Portugal heeft een opmerkelijke troef in de strijd tegen bosbranden: de geit

Leonel Martins Pereira kijkt vanaf een heuvel neer op zijn rondgrazende geiten. Beeld José Sarmento Matos

Het beroep geitenhoeder was al bijna uitgestorven in Portugal. Het probleem van bosbranden echter niet. De regering kijkt nu of het oude ambacht ingezet kan worden tegen het vuur.

Portugal zet alles op alles om te voorkomen dat nog meer natuurbranden stukken land in de as leggen, zoals dat de laatste jaren vaak gebeurde. De regering deed proeven met de modernste drones, satellieten en blusvliegtuigen. Experts in landbeheer kregen de opdracht oplossingen bedenken voor de langere termijn.

En toen kwam de geit in beeld.

Een deel van Portugals probleem, net als dat van andere Zuid-Europese landen, is de leegloop van dorpen in het binnenland. Het vertrek van herders, geitenhoeders en boeren leidde tot verwaarlozing van bos- en natuurgebieden, waardoor schadelijke begroeiing vrij spel kreeg. Onkruid, dode bladeren, dorre varens en kreupelhout zorgen ervoor dat branden zich sneller verspreiden en het vuur in intensiteit toeneemt. Met een tractor zijn steile heuvels niet te bereiken. Het is bovendien erg kostbaar om mensen daar het werk te laten doen, zeker voor de steeds ouder wordende streekbewoners.

Geiten zijn niet kieskeurig

Een eenvoudige, voordelige oplossing ligt mogelijk bij de nederige geit. De dieren voeden zich graag met de snel ontvlambare vegetatie van de Portugese heuvels. Wel is het de vraag of er nog genoeg herders en schapenhoeders zijn te vinden om aan brandpreventieprojecten mee te werken. Het gaat immers om mensen met een levensstijl die aan het verdwijnen is.

Leonel Martins Pereira (49) is de laatste herder in zijn dorp en staat in de strijd tegen natuurbranden in de frontlinie. Hij doet mee aan een proefproject van de Portugese regering dat herders helpt bij hun zware en eenzame baan, die van essentieel belang kan zijn bij de aanpassing aan de klimaatverandering.

Martins Pereira’s dorp Vermelhos ligt op een heuveltop in de zuidelijke regio Algarve en wordt omringd door stroken dor land, alsof er een krachtige grasmaaier aan het werk is geweest. Maar dat is te danken aan zijn 150 Algarvegeiten, een Portugees ras met donkere vlekken op een wit vel, die zich tegoed hebben gedaan aan onkruid en andere zaken die een beginnende brand kunnen aanwakkeren tot een zich snel verspreidende vuurzee.

De geiten zijn niet kieskeurig en eten alle planten in de streek. Zoals bijvoorbeeld de aardbeiboom, een ongeveer 1,5 meter hoge struik waarvan streekbewoners sterke drank brouwen, aguardente de medronhos. De kleverige laag op de twijgen vat gemakkelijk vlam. Voor de geiten is dat nu juist een lekkernij waarvoor ze graag de berghellingen opklimmen.

Vatbaar land

Een bosbouwinstituut van de regering begon vorig jaar met het geitenproject, en maakte er toen slechts een paar duizend euro voor vrij. Tot nu toe zijn in heel Portugal 40 tot 50 herders en geitenhoeders betrokken bij het project. Ze houden toezicht op 10.800 geiten die samen een gebied van ongeveer 27 vierkante kilometer afgrazen waar vooral in de zomer branden altijd op de loer liggen.

“Als mensen wegtrekken van het platteland laten ze vaak ook land achter dat extreem vatbaar is voor brand,” zegt João Cassinello, een plaatselijk functionaris van het ministerie van Landbouw. “We zijn de manier van leven waarin het bos gold als zeer waardevol gold kwijtgeraakt.”

Er kan geen twijfel over bestaan dat gebrekkig landbeheer de branden in Portugal steeds erger heeft gemaakt. De inzet van herders en hun kudden past in het streven om niet in de oude fouten te vervallen. Volgens natuurbeschermer Nuno Sequeira is geld geen probleem, maar kan het nog een hele toer worden om genoeg herders te vinden die willen meewerken en in zulke gebieden willen wonen. Sequiera leidt het regeringsinstituut voor bos- en natuurbescherming dat het project bedacht.

Nooit echt vrij

In Vermelhos wonen nog maar zo’n 25 mensen, tegen de meer dan honderd toen schaapherder Martins Pereira opgroeide. Toen hij begon als geitenhoeder, net als zijn overgrootvader voor hem, telde zijn dorp nog een tiental herders.

De 93-jarige Antonio Barbara somt op wat sinds zijn jeugd is veranderd: minder regen, meer wegen en nog veel meer natuurbranden. “We hadden hier eigenlijk nooit zoveel branden,” zegt hij op een bankje in het dorp, onder de schaduw van een aantal bomen.

De wegen mogen dan veel beter zijn dan toen Barbara herder was, het duurt nog wel een uur om de kleine vijftig kilometer af te leggen op de bochtige weg tussen Vermelhos en Faro. Maar veruit de meeste toeristen blijven aan de kusten en zeer weinigen bezoeken als Vermelhos in het binnenland, waar in de zomer de warme wind uit de heuvels aanvoelt als een föhn.

Herders als Martins Pereira benadrukken dat wat zij doen meer is dan gewoon een baan. Zoals veel andere mensen uit de streek verliet hij in zijn jonge jaren Portugal om in Frankrijk te gaan werken. Maar uiteindelijk miste hij het leventje in zijn dorp en keerde terug. Om de hitte voor te zijn, vertrekt Martins Pereira nu bij zonsopgang naar de heuvels om pas laat in de avond terug te keren.

In de zomer, als het gevaar op branden het grootste is. kan de temperatuur oplopen tot boven de 43 graden. “Leven en werken met dieren betekent dat je nooit echt vrij hebt,” aldus Martins Pereira.

Een roeping

Zijn medewerking aan het herdersplan levert hem per dag 3 euro extra op, naast zijn inkomsten door de verkoop van zijn dieren en hun producten. Het kost 30 euro per uur om iemand met een tractor het land te laten rooien.

Hij vindt die drie euro extra niet genoeg en denkt niet dat hij nog aan het project zal meedoen als zijn overeenkomst afloopt. Martins Pereira kan nog van mening veranderen als zijn dagvergoeding stijgt en hij meer vrijheid krijgt om te bepalen waar hij zijn geiten laat grazen.

Want, zegt hij, de inspecteurs van de dienst bosbeheer willen dat hij de kudde vooral inzet langs wegen die beschermd moeten worden tegen branden. maar daar vinden geotem lang niet altijd hun favoriete voedsel.

Martins Pereira: “Herder zijn is een roeping, maar ik geloof niet dat het al het extra werk en gedoe waard is.”

Steeds vaker brand

De warmere Europese zomers en steeds frequentere hittegolven hebben overal op het continent geleid tot een toename van het aantal natuurbranden, waarbij vorig jaar een gebied ter grootte van het eiland Cyprus verloren ging. Bijna geen land werd zo zwaar getroffen als Portugal, dat volgens de Europese Commissie sinds het begin van het decennium meer bossen door brand verloor dan enig ander Zuid-Europees land.

In juli raakten 30 mensen gewond toen branden grote stuken bos verwoestten. Vorige maand bestreden ongeveer 500 brandweerlieden een grote brand bij de stad Tomar in het midden van het land. Twee zomers geleden kwamen bij bosbranden meer dan 100 mensen om. De meeste slachtoffers vielen buiten de plaats Pedrogão Grande in het midden van het land, waar 66 mensen stierven. De vlammen sneden een weg af, waardoor vluchtende mensen in hun auto door het vuur werden ingesloten. Vooral die tragedie leidde tot een nieuwe en kritische blik op het gebrek aan initiatief, politieke desinteresse, slordig landbeheer en de voorrang aan brandbestrijding boven preventie. Bijna de helft van de uitgaven aan de brandweer op het platteland betreft dit jaar maatregelen om het uitbreken van brand te voorkomen, vergeleken met slechts 20 procent in 2017.

“Ik denk dat we eindelijk hebben begrepen dat we hard moeten werken in de bossen in de maanden voordat de zomerhitte toeslaat,” aldus Paulo Dias, een bosbouwexpert die betrokken is bij het geitenproject.

In Vermelhos bestreden Martins Pereira en andere dorpsbewoners in 2004 een brand die een week aanhield en veel kurkbomen verwoestte, een belangrijk Portugees exportproduct. Hij weet nog dat brandweerlieden pas een dag na het uitbreken van de brand ter plaatse waren, en dat de adviezen van de autoriteiten nogal eens tegenstrijdig waren. Hij is blij dat hij toen niet de raad opvolgde om zijn geiten naar de heuvels te laten rennen. Hij hield ze liever in zijn stal, waardoor ze het overleefden.

© The New York Times
Vertaling René ter Steege 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden