null

PlusAchtergrond

Parijzenaars zijn klaar met het rommelige straatbeeld

Beeld Steven Wassenaar

Parijs wordt wereldwijd bemind om zijn schoonheid. Maar volgens veel bewoners bedreigen betonblokken, grof straatmeubilair en zwerfvuil de elegante trekken van de lichtstad.

Ze zijn tijdens de eerste lockdown in ijltempo aangelegd: de coronafietspaden. De fiets moest de metro en de forensentreinen ontlasten zodat het virus zich minder snel zou verspreiden. De paden, afgescheiden van het autoverkeer met enorme betonblokken met gele strepen en kunststof paaltjes in dezelfde kleur, geven de fietser een veilig gevoel.

De markering is tijdelijk, heeft het stadsbestuur laten weten. “Maar tijdelijk betekent in dit geval vele jaren,” zegt Parijzenaar Quentin Divernois (32). “En dan heb je het dus eigenlijk over een permanente situatie.” Divernois, softwareontwikkelaar, begon in februari een actie op sociale media tegen wat hij de ‘oprukkende lelijkheid’ noemt in de stad waar hij al zijn hele leven woont.

De actie had succes. De hashtag die hij bedacht, #saccagedeparis (de verwoesting van Parijs, een knipoog naar oorlogen in vroeger eeuwen met brandschattende woestelingen), werd een groot succes. In drie maanden publiceerden 50.000 Parijzenaars een miljoen posts die voorzien waren van deze kreet.

Het gaat Divernois en zijn medestanders niet alleen om de fietspaden die het aanzien ontsieren van gewone straten, maar ook dat van monumenten en trekpleisters zoals de Arc de Triomphe of de Opéra. Maar ook om het feit dat Parijs op veel plaatsen vies is – een kwestie van te weinig middelen bij de gemeentereiniging en een gebrek aan discipline bij bewoners en bezoekers.

Het graffitibeleid van de socialistische burgemeester Anne Hidalgo en haar staf is hem ook een doorn in het oog. “Het uitgangspunt is dat streetart tof is en bijdraagt aan de levendigheid van een stad. Nu kan het mooi zijn, maar het is nu eenmaal zo dat niet iedereen die een spuitbus pakt een Banksy is. Door de positieve grondhouding tegenover graffiti krijgen ook allerlei waardeloze krabbelaars ruim baan, waar niets tegen wordt gedaan.”

Versleten pallets

Hoog op de lijst met ergernissen staan ook de ‘tijdelijke terrassen’ die café- en restauranthouders mogen bouwen. Ook hier is het resultaat wisselend. Sommige horecaondernemers zetten hun terras af met een geïmproviseerde schutting van rechtopstaande versleten pallets en stromatten.

Divernois vecht ook de voorkeur aan van Hidalgo voor modern straatmeubilair. Die vloekt volgens hem met de tijdloze chic van de negentiende eeuw waarvan groene banken van smeedijzer met houten zittingen het embleem zijn. Vorige maand kocht Divernois op een veiling met 250 donateurs voor 5000 euro zo’n wereldberoemde bank (ontworpen door de architect Gabriel Davioud) om die daarna aan de burgemeester aan te bieden.

De actie was bedoeld als protest tegen de eigentijdse zitgelegenheden van onder andere de kunstenaar Franklin Azzi, die de Mikado ontwierp. De Mikado is gemaakt van spoorbielzen die aan het uiteinde rode of blauwe strepen hebben (zoals bij het spelletje Mikado). Ze liggen bijvoorbeeld op de Place de la République, een plein dat bekend is om zijn vele massabijeenkomsten.

“Het geval van Mikado is interessant,” vindt Divernois. “Eerst werd het gepresenteerd als een interessante innovatie. Toen er kritiek kwam op de lompheid van de bielzen werd er gezegd: ja, maar eigenlijk zijn deze banken ook bedoeld als barrière tegen eventuele terreuraanslagen. Want je kan nu niet zomaar met een auto het plein oprijden.”

En dan is nog iets. De gemeente werkt aan vergroening van de openbare ruimte. Burgers krijgen een rol bij de verzorging van bomen en planten: een ‘duurzame en participatieve’ aanpak heet dat in beleidsjargon.

Maar de werkelijkheid oogt meestal weinig aantrekkelijk. Een wandeling door het 14e, 13e en 5e arrondissement leert dat het ‘groene netwerk dat de bodemdoorlaatbaarheid en biodiversiteit’ moet stimuleren, vooral bestaat uit soms kniehoog ongemaaid gras of onkruid en slordige stoeptuintjes. Die zijn vaak geplant rond bomen die eerder werden omsloten door karakteristieke ijzeren roosters. De roosters zijn een paar jaar geleden weggehaald omdat ze als wapen tegen de politie werden gebruikt tijdens demonstraties.

Tekst loopt door onder de foto

null Beeld Steven Wassenaar
Beeld Steven Wassenaar

Planten gestolen

Een fraaie uitzondering is het tuintje van Ouk Le. Voor zijn levensmiddelenzaak op de Boulevard Arago heeft Le rond een jonge kastanjeboom irissen en kersenboompjes geplant. Hij wijst trots op de salie die het inderdaad ook uitstekend doet. “Iedereen zegt dat dit het mooiste tuintje van de buurt is.”

Le heeft vanuit zijn winkel zicht op het tuintje en verwijdert alles wat er in wordt gegooid: blikjes, zakjes en bekertjes. Er zijn zelfs al planten gestolen. Anderen hebben dat voordeel om erbovenop te zitten niet, beaamt hij. “Maar ik denk eigenlijk dat ze het gewoon niet op kunnen brengen om goed te zorgen voor hun planten.”

Aan de andere kant van de boulevard, vlak voor de entree van de schitterende zeventiende-eeuwse sterrenwacht, zijn ook verzorgde bakken met planten en bloemen te bewonderen. “Het is echt prachtig,” zegt Élisabeth Rondenay, die er tegenover woont. “Mijn overbuurvrouw is er heel intensief mee bezig, dat scheelt natuurlijk.”

Veel minder is Rondenay te spreken over het coronafietspad bij haar om de hoek. “Het is in één nacht aangelegd, toen we wakker werden stonden opeens al die betonblokken er, echt een idioot gezicht.”

De groene wethouder Christophe Najdovski (Transport en Openbare Ruimte) ontkent niet dat er problemen zijn. Maar men overdrijft, verdedigde hij zich onlangs in de krant Le Parisien. Van de 200.000 bomen in Parijs zou maar 1 procent (2000) onder een zogenoemde ‘participatievergunning’ vallen. En van die 2000 zijn er ‘enkele honderden’ verwaarloosd.

Wat de terrassen betreft, vindt ook de gemeente het tijd om in te grijpen. Ze mogen er elk jaar zijn van 1 april tot 31 oktober, zo werd onlangs bekend. Maar pallets, zeildoeken, overkappingen en partytenten zijn voortaan verboden.

Burgemeester Hidalgo reageerde aanvankelijk geïrriteerd op de saccage-ophef. Zij beweerde dat de actie uit extreemrechtse hoek afkomstig is, omdat Marine Le Pen zich solidair verklaarde met Divernois en de zijnen. ‘De afbraak van onze prachtige hoofdstad door Hidalgo & Co is een nationale schande die niemand onberoerd mag laten,’ twitterde de presidentskandidate.

Presidentsambities

Divernois kan niets met de beschuldiging. Hij heeft Hidalgo gestemd bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen vorig jaar. “Wij zijn geen politieke beweging. Hoe het politiek zit met iedereen die de hashtag gebruikt, weet ik natuurlijk niet, het gaat om duizenden mensen. Wel zeker is dat extreemrechts in Parijs marginaal is. Marine Le Pen kreeg hier bij de presidentsverkiezingen van 2017 maar 5 procent van de stemmen.”

Natuurlijk zal de kritiek voor Hidalgo, die volgend jaar wil proberen om de eerste vrouwelijke president van de Franse republiek te worden, hinderlijk zijn. “Men zal haar zeggen: als je een stad niet op orde hebt, hoe kan je dan een land leiden? Alleen kunnen wij dat niet helpen, dan moet ze er maar voor zorgen dat de stad niet verder verloedert.”

De zaken waarover Divernois zich beklaagt hebben weinig met elkaar te maken, zo lijkt het. Toch zit er volgens sommige critici een idee achter de verrommeling. Het zou juist goed zijn dat Parijs minder op Parijs gaat lijken, luidt die filosofie. De inrichters van de nu autovrije ruimte rond het Panthéon – waar de Franse republiek de stoffelijke resten van haar grote zonen en dochters bewaart – zeggen dit letterlijk.

Tekst loopt door onder de foto

null Beeld Steven Wassenaar
Beeld Steven Wassenaar

Tijd voor een metamorfose

Voor het collectief Les Monumentales, dat onder meer bestaat uit een landschapsarchitecte en het consultancybureau Genre et Ville (gender en stad), moet de openbare ruimte bijdragen aan sociale verandering. ‘Parijs moet een metamorfose ondergaan, om bij te kunnen dragen aan de strijd tegen uitsluiting,’ schrijft het collectief op de site van Genre et Ville.

‘We moeten een weg zien te vinden om de ruimtelijke ongelijkheid in de stad, de ongelijkheid tussen arm en rijk, te verkleinen,’ gaat het verder. ‘Waar de ruimte bijdraagt aan de materiële productie en reproductie van ongelijkheid en onderdrukking van de seksen is de constructie en toe-eigening van de ruimte de oplossing.’ Dat toe-eigenen moet onder meer gebeuren met enorme banken. “Het resultaat houdt het midden tussen een schoolplein en een stopplaats aan de snelweg,” sneerde de kunsthistoricus Didier Rykner. De banken werden in 2018 in gebruik genomen en zijn nu verweerd.

Julien Lacaze, voorzitter van de vereniging voor bescherming van erfgoed SPPEF (Société pour la Protection des Paysages et de l’Esthétique de France), moet erg lachen om de omschrijving van Rykner. Tegelijk is de ‘politisering van de planologie’ een serieuze zaak, benadrukt hij.

Dat het stadhuis een offensief tegen ‘de onderdrukkende, patriarchale stad’ faciliteert is omdat men werkelijk gelooft dat de fysieke omgeving individuen kan emanciperen, denkt Lacaze, die als advocaat gespecialiseerd is in erfgoed. “Je merkt het ook aan een app – Paris j’écoute – waar Parijzenaars terechtkunnen met klachten. Dan stuur je foto’s van een bekladde muur, en krijg je als antwoord dat eerst moet worden gekeken of het niet gaat om een fresco, een kunstwerk.”

Boulevards van Haussmann

Het is eigenlijk een verzet tegen het Parijs dat zijn huidige gezicht kreeg in de jaren vijftig en zestig van de negentiende eeuw, denkt Lacaze. De stad werd toen volledig op de schop genomen door Georges Eugène Haussmann, die carte blanche had gekregen van Napoleon III, keizer van 1852 tot 1870. Complete wijken met middeleeuwse, bochtige straten gingen tegen de vlakte. Ervoor in de plaats kwamen kaarsrechte boulevards en strenge regels voor gevels, parken, groenvoorziening, riolering en waterhuishouding.

“Het project van Hausmann was onmiskenbaar autoritair en normatief. Daar stelt men nu een libertair alternatief tegenover,” analyseert Lacaze. “Het punt is alleen dat deze stad een ensemble is dat bruuske vernieuwing slecht verdraagt. Bovendien leven we niet meer in de tijd van Hausmann. Het is vreemd om zijn erfenis nu nog steeds als onderdrukkend te zien, het is nu van ons allemaal.”

Amsterdam verklaart de oorlog aan het vuil

Rondslingerend afval behoorde toch al tot de grootste ergernissen van de Amsterdammer, maar sinds de corona-uitbraak is het alleen maar erger geworden. Eindeloos uitgestelde klusjes – die grondige verbouwing of zolderschoonmaak – werden tijdens de lockdown eindelijk opgepakt, spullen moesten online worden besteld.

Het resultaat was zichtbaar op straat: afgedankte meubels, stapels vuilniszakken en karton, heel veel karton. Vanuit de Stopera werd een afvaloffensief gelanceerd, waarbij ook nadrukkelijk werd gekeken naar de bewoners. Met effect: handhavers schreven in minder dan een jaar tijd ruim 20.000 afvalboetes uit. Maar vanuit de stad klonk ook gemor. Legde de gemeente niet te veel verantwoordelijkheid bij de burger?

De inmiddels opgestapte wethouder Ivens vond van niet. “De wethouder kan dit niet allemaal oplossen en de vuilnisman ook niet.” Alleen door samenwerking zou de stad schoon worden.

Sam de Graaff

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden