Plus

‘Orange angels’ gaan graven naar overlevenden in Beiroet

Een Nederlands team gaat diep tussen de brokstukken van Beiroet speuren naar overlevenden. Maar waar begin je, als de verwoesting zo groot is?

In de haven van Beiroet zoeken reddingswerkers en burgers naar overlevenden van de enorme explosie die gisteren een deel van de stad verwoestte.Beeld AFP

Het Nederlandse reddingsteam dat woensdagavond naar Beiroet vertrekt, reist niet bepaald licht. Het legertoestel is geladen met 28 ton aan reddingsgereedschap. Materiaal dat bijvoorbeeld ook door dikke lagen beton kan zagen. Want daarin is het Nederlandse Urban Search and Rescue (USAR) gespecialiseerd.

De zestig reddingswerkers van dit ‘heavy team’ werken straks tien dagen lang volledig zelfvoorzienend. Dat betekent dat ze ook hun eigen kamp opzetten in de Libanese hoofdstad, compleet met keukentje en eigen toilet – goede hygiëne is belangrijk in een gebied waar doden zijn gevallen en besmettelijke ziekten op de loer liggen.

Knaloranje pakken

Om die reden dragen de reddingswerkers ‘in het veld’ knaloranje pakken – het leverde USAR in Nepal de bijnaam ‘orange angels’, oranje engelen op. In het kamp zijn alleen schone, blauwe pakken toegestaan. Niet dat ze daar veel tijd zullen doorbrengen, weet Marcel van Vugt van USAR. “De klok tikt.”

In 2015 werden de Nederlandse hulpverleners van reddingsteam Urban Search And Rescue (USAR) ingezet in Nepal, na een verwoestende aardbeving.Beeld ANP/Pooja Pant

Het USAR-team wordt door minister Sigrid Kaag voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking uitgezonden naar Beiroet. De Libanese regering heeft onder andere via de EU buitenlandse hulp gevraagd om onder het puin bedolven slachtoffers van de explosie op te sporen. Zo’n zestig medewerkers vliegen naar Beiroet. Vier reddingsteams van elk tien man – brandweermensen, ambulanceverpleegkundigen, militairen en politiemannen met honden – gaan daar zoeken naar overlevenden.

Spuitbusje verf

Maar hoe begin je aan een zoektocht naar nog levende slachtoffers onder het puin als de verwoesting zo groot is? “Het slechtste wat je kunt doen is het vliegveld afrijden en het eerste ingestorte pand dat je tegenkomt gaan doorzoeken.” Grote kans dat dat al is doorzocht door andere zoek- en reddingsteams, die vanuit alle hoeken van de wereld naar Beiroet reizen. :We hebben allemaal een spuitbusje verf bij ons. De internationale afspraak is dat ieder team daarmee een pand markeert: wie is er geweest, wanneer en wat trof diegene aan.”

Marcel van Vugt zocht met het Nederlandse Urban Search and Rescue (USAR) in 2010 naar overlevenden naar de aardbeving in Haïti. Met een spuitbus verf werden doorzochte locaties gemarkeerd.Beeld Eigen foto Marcel van Vugt

‘Coördinatie redt levens’, is het motto van het Nederlandse team en daarom heeft één van de teamleden voortdurend contact met de lokale overheid. “Wij willen weten waar zij ons nodig hebben, waar de meeste kans is op reddingen.” Daarvoor werken de Nederlanders nauw samen met een Frans team, dat snel kon afreizen en een eerste verkenning heeft kunnen doen. De stad wordt straks als een taart in punten verdeeld. Zo’n taartpunt is een sector en een sector is een zoekgebied. Binnen zo’n gebied beslist het team straks zelf op welke locatie het gaat zoeken.

Bouwkunde

Het team neemt ook een bouwkundig specialist mee. “En dat is geen expert op het gebied van gebouwen die rechtovereind staan,” zegt Van Vugt droogjes. Nee, deze bouwkundige weet na een speciale training in de VS juist alles van gebouwen die ingestort zijn. Als een gebouw opgetrokken is uit baksteen, kan een team uit een ander land ermee aan de slag. Maar is het van dik beton, dan zal het Nederlandse zware team gaan zagen en graven.

“Er kan een plek zijn waar een slachtoffer op twee dagen graven ligt, terwijl je op een andere plek bijvoorbeeld in kortere tijd de kans hebt om een stuk of tien schoolkinderen te redden. Dat heeft dan prioriteit. Ja, dat zijn moeilijke keuzes.”

Sowieso is het werk in niets te vergelijken met het werk dat het team in Nederland doet. Daar worden zij na een dienst van acht of tien uur afgelost door collega’s. Op locatie is het doorbikkelen. Daarom heeft iedereen in het team ook een buddy, iemand die zijn of haar collega juist onder deze moeilijke omstandigheden extra in de gaten houdt. Die checkt of iemand genoeg drinkt bijvoorbeeld, en aan de bel trekt als iemand ineens stiller is dan normaal. “Soms moet je drie dagen graven naar een slachtoffer,” zegt Van Vugt. “Dat is voor ons ongekend.”

Haïti

Zelf reist Van Vugt niet naar Libanon. In het dagelijks leven werkt hij op de afdeling crisisbeheersing van de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en heeft hij het ‘vrij druk’ met de coronapandemie. Eerder werd hij wel uitgezonden naar Marokko (2004), Haïti (2010) en Nepal (2015), landen die allemaal werden getroffen door verwoestende aardbevingen.

Vooral Haïti is Van Vugt bijgebleven. “Daar waren 200.000 doden, het land lag compleet in puin, niets functioneerde meer.” Vijf jaar later hoorde hij dat de situatie in Nepal ‘nog erger’ zou zijn. “Maar de meeste gebouwen in Kathmandu stonden nog overeind. Pas in de bergen zagen we de echt zware ellende en heel veel slachtoffers. Elke situatie is weer anders.”

Marcel van Vugt zocht met USAR in 2010 naar overlevenden naar de aardbeving in Haïti.Beeld Eigen foto Marcel van Vugt
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden