Plus Reportage

Op reportage in Noord-Syrië: 'Hoe zijn we in deze nachtmerrie beland?'

Het is dag twee van de Turkse invasie van Koerdisch gebied in Noord-Syrië als een krakend busje langzaam over een groene pontonbrug over de rivier de Tigris rijdt. De ene kant van de brug is Noord-Irak, de andere kant Noord-Syrië. 

Beeld EPA

“Geen foto's maken,” zegt de bestuurder van het busje. “We willen niet dat de Turken weten hoe het er hier uitziet.”

De Tigris is na de zoveelste warme Midden-Oostenzomer in oktober niet meer zo breed. Dus binnen een minuut of twee rijd je in het busje Noord-Syrië binnen. Daarna heb je een paar uur nodig om allerlei papieren, toestemmingen en briefjes in te vullen. Noord-Syrië mag dan in brand staan vanwege de Turkse invasie, het betekent niet dat de bureaucratie aan de grens nu is verdwenen.

“We doen net alsof het een normale dag is,” zegt een Koerdische mevrouw die bij de grens werkt, terwijl ze wijst op een vrachtwagen gevuld met mekkerende schapen die voorbij rijdt. “De handel in schapen gaat gewoon nog door,” vervolgt ze. “Turkije noemt ons terroristen, maar Rojava - de Koerdische benaming van Noord-Syrië - is al jaren het meest rustige en meest veilige gebied van Syrië. Vrouwen zijn hier gelijk aan mannen, we kunnen onze eigen taal spreken. Het enige probleem is dat Turkije en IS ons niet met rust willen laten."

Klaar om te vluchten

Eenmaal over de pontonbrug, is het zaak om een taxi te zoeken om dieper Noord-Syrië in te gaan. Maar vanwege de Turkse invasie is de plek leeg waar normaliter de taxichauffeurs staan. “Iedereen is bezig met koffers pakken zodat je snel kunt vluchten wanneer de Turken verder oprukken,” aldus een Koerdische grensbeambte.

Pas na drie kwartier lukt het om iemand te vinden die ons naar de Noordoost-Syrische stad Derik wil brengen. “We moeten wel een stukje omrijden,” zegt de chauffeur, die Ajman heet. “De kortste weg leidt te dicht langs de Turkse grens, dat is nu te gevaarlijk.”

Terwijl Ajman hard rijdt over een stoffige alternatieve route, valt het vooral op dat het hier bijna uitgestorven is. Weinig verkeer, weinig mensen in de dorpen. “Iedereen zit gespannen thuis te wachten op wat er komen gaat,” zegt Ajman. De scholen zijn dicht, Koerdische strijders bevinden zich in de hoogste staat van paraatheid. Twee gewapende mannen op een brommer rijden voor ons. In de berm kun je zien hoe andere mannen bezig zijn met het aanleggen van loopgraven en tunnels. “Wij Koerden laten ons niet zomaar naar de slachtbank leiden,” meent Ajman. “We zullen vechten.”

Rustig

Ondanks zware Turkse beschietingen van Syrische steden als Kobani, Qamishli, Ras al Ayn en Tell Abyad is het hier in het uiterste oosten van Noord-Syrië nog relatief rustig. Onderweg zien we geen vluchtelingen. Alle huizen staan ook nog overeind. Een gebouw is gebombardeerd, maar dat is het gevolg van een eerdere Turkse luchtaanval.

Aangekomen in het stadje Derik valt ook hier op hoe uitgestorven alles is. Sommige winkels zijn open, maar de meeste luiken zijn naar beneden. Ook hier zijn mensen bang en onzeker. Iedereen is teleurgesteld over Trumps besluit om Turkije het groene licht te geven voor de invasie.

Derik ligt slechts zeven kilometer van de grens met Turkije. “Afgelopen nacht nam het Turkse leger de dorpen nabij Derik onder vuur,” vertelt een winkelier. “Je kon luide explosies horen. Ik heb bijna de hele nacht op m'n dak gezeten. Ik kon gewoon niet geloven dat we in deze nachtmerrie zijn beland.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden