PlusReportage

Op de vlucht met David (6): ‘Is Odessa al gebombardeerd, vraagt hij elke dag’

Oekraïense vluchtelingen in de rij voor een trein naar Boedapest op station Boekarest-Noord. Beeld REUTERS
Oekraïense vluchtelingen in de rij voor een trein naar Boedapest op station Boekarest-Noord.Beeld REUTERS

Europa ontvangt de Oekraïense vluchtelingen met open armen, maar zonder hobbels verloopt hun reis bepaald niet. Een verslag vanuit de nachttrein naar Boedapest, met alle ontberingen en soms gekmakende bureaucratie. En David, een vrolijke kleuter die geen idee heeft wat oorlog is.

Sander van Mersbergen

Of ze een beetje geslapen heeft? Nee, antwoordt Ruslana (31), terwijl de trein door de vlakke Hongaarse velden boemelt. Met een geamuseerde blik knikt ze naar het bovenste bed aan de overkant. “Die jongen daar lag bij me in bed. Hij was nogal beweeglijk.”

‘Die jongen’, dat is David (6). Net vocht hij in het gangpad een vurige kung fu-tweekamp uit met zijn nieuwe vriend, een jongetje uit de coupé hiernaast. Nu speelt hij spelletjes op zijn iPad. Samen met moeder Ruslana, vader Daniel (30), oom Michael (25) en tante Ana (24) is David gevlucht voor het oorlogsgeweld in Oekraïne.

Avontuur

“David ziet deze reis als een groot avontuur,” zegt Ruslana. “Hij is te jong om te snappen wat er aan de hand is, al krijgt hij wel woorden mee. Oorlog, tanks, bommen, daar hoort hij ons over praten. Nu vraagt hij elke ochtend of Odessa al gebombardeerd is. Als het antwoord nee is, is hij tevreden, en gaat hij weer vrolijk spelen.”

De nachttrein, om 17.45 uur vertrokken vanaf station Boekarest-Noord, is tot de laatste plaats bezet. Bijna alle passagiers komen uit Oekraïne. De meesten hebben één koffer. Het wemelt van de kinderen. Ze dragen dikke jassen, wanten en mutsen. Het is koud, ook al is het al half maart geweest.

In Roemenië tref je vooral vluchtelingen uit het zuiden van Oekraïne, veelal uit havenstad Odessa. “Voor mijn dochtertje,” zegt een vrouw die bij de trein-wc een sigaretje rookt. “Ze is tien, en was doodsbang. Iedere nacht sliepen we in de kelder, al weken lang. Ik trok die spanning gewoon niet meer.”

Grote geweren

Voor vertrek, in de rij bij de kaartjesbalie, staat Tatiana. Zij komt uit Mykolajiv, een stad waar veel gevochten wordt. “Elke dag waren er bombardementen. Het vliegveld is kapot en een deel van de haven. Een nachtmerrie? Het is veel erger dan dat. Veel groter.”

Met haar dochter is ze gevlucht, twee dagen geleden vertrokken ze met de bus. Haar man is achtergebleven, hij is vrijwilliger bij het Rode Kruis. Zoon Eduard, voorheen brandweerman, zit nu in het leger. Tatiana laat foto’s zien, waarop hij en zijn kameraden stoer poseren met grote geweren. Ze is trots, zegt ze, maar ook bang.

Via Moldavië kwam ze in Boekarest terecht, en nu staat ze hier al twee uur in de rij. Het tot op het bot bureaucratische Roemeense staatsspoorbedrijf is duidelijk niet berekend op de massale toeloop. Tatiana wipt van het ene been op het andere, om te voorkomen dat haar voeten bevriezen.

Bij elke balie staan drie beambten: twee medewerkers van de spoorwegen en één vrijwilliger. Desondanks duurt het per familie minstens een kwartier voor de juiste kaartjes gevonden, geprint en gestempeld zijn. Soms nemen de medewerkers pauze, en ligt het werk stil. Een deel van de loketten is zelfs helemaal dicht.

Dik pak sneeuw

Wie een kaartje wil kopen, staat drie uur in de rij. Kajsa, een Oekraïense die in Boekarest woont, wordt er gek van. Ze is vrijwilliger op het station. “Iedereen is van goede wil, maar het is zo’n chaos. Mensen doen maar wat. Als ik voor een vluchteling onderdak wil regelen, moet ik bellen naar iemand van de plaatselijke overheid. Zij spreken soms geen Engels. En dan sta ik hier met die mensen. Ik heb geen idee wat ik ze moet vertellen.”

David (6) uit Odessa in de nachttrein naar Boedapest Beeld Sander van Mersbergen
David (6) uit Odessa in de nachttrein naar BoedapestBeeld Sander van Mersbergen

De situatie op het station staat niet op zich. Neem de grensovergang in het Isaccea in Zuidoost-Roemenië, aan de Donau, waar vluchtelingen met een veerpont overvaren. Aan de oever worden ze door een leger hulpverleners ontvangen. Eten, kleren, knuffels, hondenvoer: alles is gratis, het is hartverwarmend.

De Roemeense autoriteiten slagen er echter niet in het officiële gedeelte efficiënt te organiseren. Het duurt uren voor mensen langs de douane zijn. Terwijl minstens een handvol douaniers werkloos toekijkt, vindt slechts in twee rijen daadwerkelijk toegangscontrole plaats. Asia (33), een vluchtelinge die dinsdagmiddag rond 15.30 uur al in de rij staat, appt vier uur later dat ze nog steeds niet weg is.

Terug in de slaapcoupé maken Michael en Ana sandwiches met kipfilet en kruidenkaas. “Je hebt geluk,” zegt Michael. “Treindiners zijn een Oekraïense specialiteit. Mensen nemen soms complete maaltijden mee, tot gebraden kippen aan toe.”

De trein rijdt door Sinaia, een bergdorp waar vroeger de Roemeense koning resideerde. De duisternis is ingevallen, er ligt een dik pak sneeuw. Eigenlijk zouden de broers Michael en Daniel nu moeten vechten tegen het Russische leger. Toen de dienstplicht werd ingevoerd, waren ze op vakantie in de Roemeense Karpaten. “We hebben het wel overwogen, maar uiteindelijk besloten het niet te doen. Het is... tja. Het is moeilijk.”

Toeval

Het vijftal is onderweg naar Ljubljana. Ze kennen daar mensen, vandaar. De meeste vluchtelingen kiezen hun bestemming redelijk toevallig. Tatiana gaat naar Brno, daar vond ze een vakantiehuisje. Asia gaat naar Istanboel, daar woont een vriend van haar. Anderen hebben geen idee waarheen ze onderweg zijn.

Hoe vluchtelingen op hun bestemming komen, is vaak ook van toeval afhankelijk. Op iedere nieuwe halte van hun reis moeten ze opnieuw keuzes maken. Meteen doorreizen of eerst slapen, en waar dan? Waar kan ik mijn telefoon opladen, hoe kom ik hier aan internet? Ze zijn erg afhankelijk van de informatie die hen op de stations geboden wordt. Daar lopen veel goedwillende vrijwilligers rond, maar ook sjacheraars. Mensensmokkel ligt op de loer.

Met de trein kunnen vluchtelingen in veel EU-landen gratis reizen. In Nederland bijvoorbeeld kan een Oekraïens paspoort als treinkaartje gebruikt worden. Ook in Roemenië zou het gratis moeten zijn, maar dat pakt in de praktijk anders uit. Tatiana is met haar vijf reisgenoten 150 Roemeense lei kwijt, omgerekend 30 euro. In Oekraïne, waar een gemiddeld maandloon krap 300 euro bedraagt, is dat een serieus bedrag. Ook een ander gezelschap moest betalen.

Vrijwilligster Kajsa bevestigt die praktijk. Ook dit lijkt een gevolg van de gebrekkige organisatie. “Er is geen contact met de Hongaarse en Bulgaarse autoriteiten, we weten niet of ze daar ook gratis kunnen reizen. En we willen niet dat ze voorbij de grens in de problemen komen.”

Tatiana, die ook naar Boedapest moet, heeft meer hoofdbrekens. “Er reizen ook twee peuters met ons mee. Die zijn zo moe. Ik hoop echt dat we nog kaartjes kunnen krijgen voor de directe trein.” De volgende ochtend appt ze dat het helaas niet gelukt is. Om 5.30 uur moest het gezelschap in het Roemeense Oradea de trein uit, in de vrieskou. De volgende trein naar Boedapest vertrekt uren later.

Cadeautjes

Je zou wensen dat het beter geregeld was, in het Europa van 2022. Toch lijkt het eerder onkunde dan onwil. Ook in Roemenië is het medeleven massaal. Dat blijkt bijvoorbeeld als de trein halt houdt op het station van Fagaras. Vrijwilligers tillen kratten vol eten, cadeautjes en kindertekeningen de trein in. In de grensplaats Arad, waar het op dat moment 5.00 uur ‘s nachts is, herhaalt het tafereel zich.

Vier uur later rijdt de trein de buitenwijken van Boedapest binnen. David staat met zijn vriendjes (het zijn er inmiddels drie) in het gangpad. Ze kijken vol verwachting uit het raam, druk roepend en gebarend. Laat maar komen, dat nieuwe avontuur.

Of ze thuis mist, is de vraag aan Ruslana, zijn moeder. “Ons huis mis ik niet zozeer, daar was ik wel bang voor. Het was echt onze droom, er zit ook veel werk in. Maar het is oké. Wat ik mis, is mijn familie. Onze ouders en grootouders zijn nog daar. We zagen elkaar heel vaak, soms zomaar even voor een kopje koffie. Dat kan niet meer. En ik weet niet of het ooit nog terug komt.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden