Plus

Ook communisten liggen onder vuur in Venezuela

Om zijn macht verder te verstevigen jaagt de Venezolaanse president Nicolás Maduro nu ook linkse activisten op. Dat waren zijn bondgenoten, maar ook zij zijn de corruptie en vriendjespolitiek inmiddels zat. 

Een inwoner van Caracas staat bij zijn auto in een gigantische rij wachtenden voor benzine.Beeld Hollandse Hoogte / AFP

Als presentator van het populaire radio­programma De strijd van het volk had José ­Carmelo Bislick altijd de lof gezongen van het linkse bewind in Venezuela, ook al had dat miljoenen burgers in armoede gestort. Maar toen in het afgelegen vissersplaatsje Güiria deze zomer opeens geen benzine meer te krijgen was, haalde hij hard uit naar de regeringspartij PSUV. Tijdens een uitzending beschuldigde hij plaatselijke partijleiders van benzinediefstal. Door alle lege pompen moesten bewoners volgens hem dagenlang in de rij staan om benzine te kopen.

Met kogels doorzeefd

Slechts een paar weken later stormden vier gewapende mannen ’s avonds Bislicks huis binnen, omdat hij ‘door rood was gereden’. Ze sloegen hem ten overstaan van zijn gezin in elkaar en sleurden hem naar buiten. Enkele uren daarna werd zijn met kogels doorzeefde stoffelijk overschot gevonden. Hij droeg zijn favoriete T-shirt, met een afbeelding van Che Guevara.

In het stadje van 30.000 inwoners is nog niemand aangehouden. De socialistische burgemeester heeft nooit een woord aan de misdaad gewijd of een bezoek gebracht aan Bislicks familie, volgens wie de moord politiek gemotiveerd was. “Is het aan de kaak stellen van misdaad zo erg dat het iemand zijn leven moet kosten?” vraagt zijn zuster Rosmery. “Een man die alleen maar sociale rechtvaardigheid wilde?”

De dood van haar broer past in een golf van repressie tegen linkse activisten die zich afkeren van president Nicolás Maduro. Die klampt zich echter alleen maar meer vast aan de macht en zet alles op alles om volgende maand de parlementsverkiezingen te winnen. De oppositie beschouwt ze als een schijnvertoning en roept op tot een boycot. Venezuela was lang een van de meest stabiele democratieën van Zuid-Amerika. Na deze verkiezingen zal het feitelijk een eenpartijstaat worden.

Ambtenaren monddood

Maduro had al afgerekend met politieke partijen die walgen van zijn versie van het socialisme. Nu zijn de voormalige bondgenoten aan de beurt om door zijn op Cubaanse leest geschoeide veiligheidsapparaat te worden uitgeschakeld.

“Wie ook maar de geringste kritiek heeft, wordt uitgemaakt voor een rechtse extremist, voor een verrader,” zegt Ares Di Fazio, een voormalige guerrillastrijder en leider van de uiterst linkse partij Tupamaros. Die werd in augustus na kritiek op het regime ontbonden. Aanklachten wegens sabotage moeten ambtenaren monddood maken die het wagen corruptie aan de kaak te stellen.

Verzonnen

Leden van de regeringscoalitie die als zelfstandige kandidaten mee willen doen aan de verkiezingen, worden gediskwalificeerd. Als ze volharden, krijgen ze bezoek van de politie of kunnen ze verzonnen aanklachten verwachten.

De repressie heeft deels te maken met Maduro’s besluit te stoppen met het verdelen van de rijkdom uit de olie-industrie, waarmee zijn voorganger Hugo Chávez (1954–2013) zich geliefd had weten te maken. Inmiddels heerst in het land met de grootste oliereserves ter wereld grote schaarste aan benzine, heeft de welvaart voor de meeste Venezolanen plaatsgemaakt voor armoede en zoekt Maduro zijn toevlucht tot een vorm van kapitalisme waarvan voornamelijk zijn handlangers profiteren.

De president zegt dat de Amerikaanse ‘blokkade’ hem geen andere keus laat. In feite heeft hij de uitdijende zwarte markteconomie gelegaliseerd, met als gevolg dat de toch al alom aanwezige corruptie verder om zich heen grijpt. Gaandeweg is een nieuwe economische orde ontstaan, waarvan vooral militairen en regime-getrouwe zakenmensen profiteren. Het resultaat is een gapende kloof tussen de officiële verklaring voor de instorting van de economie (‘door de sancties is er schaarste’) en de opzichtige levensstijl van de dienaren van het regime, die hun boodschappen doen in supermarkten vol dure geïmporteerde spullen, die ze in luxe auto’s laden.

Opgejut

“Voor sommigen is er de blokkade, voor anderen zijn er boetieks,” zegt de vooraanstaande linkse activist en tv-presentator Oswaldo Rivero. Hij had kijkers jarenlang opgejut tegen de oppositie, maar wordt op sociale media nu uitgemaakt voor ‘verrader’, omdat hij het lef had zich uit te spreken tegen corruptie.

De laatste twee decennia hebben partijen als die van Rivero eerst Chávez en later Maduro geholpen aan de macht te blijven. Die partijen dateren soms nog uit de Koude Oorlog, toen ook in Venezuela pro-Cubaanse guerrillabewegingen actief waren. Ze voerden de laatste jaren trouw campagne voor Maduro’s kandidaten, zorgden voor publiek bij verkiezingsbijeenkomsten en vielen soms aanhangers van de oppositie lastig. Hun boodschap van radicale verandering sloeg aan in de sloppenwijken en op het platteland, waar de mensen de buik vol hadden van diep­gewortelde ongelijkheid.

Bang voor links

Maar die bondgenoten kregen steeds vaker genoeg van Maduro’s autoritaire optreden en corruptie. Dit jaar besloten ze, voor het eerst, met eigen kandidaten mee te doen aan de parlementsverkiezingen. Maduro reageerde snel.

In augustus plaatste de justitietop regime-aanhangers in de leiding van de Tupamaros en drie andere dissidente partijen. De politie arresteerde partijleider José Pinto op grond van een nooit bewezen beschuldiging van moord en maakte de leiders van de Communistische Partij het leven zuur. Een andere linkse leider, de 73-jarige Rafael Uzcátegui, werd aangehouden op beschuldiging van bordeelbezoek. Alle ’verdachten’ noemen het politieke vormen van vervolging.

37 leden aangehouden

Volgens Uzcátegui zijn de laatste tijd 37 leden van zijn partij Patria para Todos (Vaderland voor Allen) aangehouden. Vier van hen hadden op een muur de eis gekalkt voor ‘fatsoenlijke lonen’. Het minimum maandloon in Venezuela bedraagt zo’n twee euro. “De regering is niet bang meer voor rechts, maar voor links,” zegt Uzcátegui. “Ze weten dat wij het volk de waarheid vertellen.”

De communistische activiste Isabel Granado (32) is volgende maand kandidaat. Volgens haar steunt de regering de armen niet meer. Twee jaar geleden bezetten zij en een twintigtal boeren uit haar woonplaats El Vigía, aan de voet van de Andes: een stuk land waar sinds 2010 niets mee werd gedaan. Ze noemden zich De Machtige Hand van God en begonnen er gewassen te verbouwen om hun gezinnen te voeden.

In zwart gehuld

De regering had zulke bezettingen lang gesteund om mensen op het platteland tevreden te stellen en de ongelijkheid te verkleinen, maar nu kwamen in het zwart gehulde leden van de gevreesde politie-eenheid Faes plotseling haar huis binnenstormen. Ze gooiden haar dochtertje van negen op de grond en dreigden Isabel in elkaar te slaan als ze niet meeging naar een politiebureau. Daar werd ze beschuldigd van illegale bezetting van landbouwgrond en veediefstal. Ze kwam de volgende dag vrij wegens gebrek aan bewijs, maar werd twee dagen later weer opgepakt, ditmaal door commando’s van het leger. Ze kreeg handboeien om en werd bedreigd met een aanklacht wegens drugshandel en executie. Ze kwam weer vrij.

Ondanks de beproevingen gaat ze door met haar campagne. “Dat zoveel mensen ons steunen, dat steekt ze nog het meest,” zegt ze over de regering.

Lichaam in het struikgewas

Na een rustige periode door Covid-19 brak de opstand tegen Maduro in september weer los. Vooral in arme deelstaten ver van Caracas en andere steden – waar in het verleden ook aanhangers van het bewind de straat opgingen om Maduro juist te steunen. Maduro pakt hen net zo hard aan als al zijn andere tegenstanders. Volgens het Venezolaanse Observatorium voor Sociaal Conflict, een non-gouvernementele organisatie die de repressie in kaart brengt, arresteerde de politie in september tweehonderd mensen. Eén persoon werd gedood.

Terug in Güiria wacht de familie van de gedode radiopresentator José Carmelo Bislick nog steeds op gerechtigheid. Na zijn ontvoering spoedde zijn gezin zich te voet naar het politiebureau, omdat hun auto zonder benzine stond. De agenten boden geen hulp om de ontvoering te beëindigen, maar namen twee uur de tijd om de verklaringen van alle gezinsleden te noteren. Pas daarna konden die zich naar het plaatselijke kantoor van Maduro’s partij spoedden, waar Bislick twintig jaar had gewerkt. Ze vroegen wanhopig om benzine, om hem in hun eigen auto te zoeken, maar kregen geen druppel. Een buurman vond Bislicks lichaam in het struikgewas.

© The New York Times
Vertaling René ter Steege

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden