Plus Achtergrond

Ongelijkheid in Japan: zelfs de universiteit is een mannenbolwerk

Japanse vrouwen hebben tegenwoordig vaker werk, maar bijna nooit in topfuncties. Die ongelijkheid begint al op de gerenommeerde universiteiten. Slechts een kwart is er vrouw.

Vrouwen tijdens het spitsuur onderweg naar hun werk in de overvolle metro van Tokio. Beeld Andrea Dicenzo/NYT/HH

Op school was Satomi Hayashi altijd al een uitblinker geweest. Het leek logisch dat ze net als haar vader zou gaan studeren aan de universiteit van Tokio. Maar toen ze hoorde dat ze daar was toegelaten, werd ze door vriendinnen gewaarschuwd in plaats van gefeliciteerd. Haar huwelijkskansen zouden eronder lijden; mannen konden zich immers geïntimideerd voelen door een partner die aan de beste universiteit van Japan was afgestudeerd.

Satomi (21) schrok en zocht op Google naar een antwoord op de vraag: ‘Kunnen Todai-vrouwen trouwen?’ (Todai is de in Japan veelgebruikte naam voor de universiteit van Tokio.) Het bleek een tot op de draad versleten cliché. Satomi liet zich er niet door afschrikken, maar vroeg zich af of andere vrouwen misschien wel waren gezwicht voor dat vooroordeel. Toen ze drie jaar geleden aan haar studie begon, was minder dan een op de vijf studenten aan Todai vrouw.

Die schaarste is mede een gevolg van de diepgewortelde ongelijkheid tussen de seksen in Japan, waar vrouwen nog steeds niet worden geacht hetzelfde te bereiken als mannen en soms met opzet de academische opleiding mijden die bij hen past.

Premier Shinzo Abe mag graag zeggen dat hij meer dan zijn voorgangers heeft gedaan om de achterstand van vrouwen op de arbeidsmarkt op te heffen, en dat in Japan naar verhouding zelfs meer vrouwen werken dan in de Verenigde Staten, toch brengen nog altijd weinig Japanse vrouwen het tot de top in het bedrijfsleven of bij de overheid.

Die ongelijkheid begint al in het onderwijs. Bijna de helft van de studenten aan universiteiten is vrouw, maar die verhouding zie je niet terug bij de oudste en meest gerenommeerde onderwijsinstellingen als Todai.

De afgelopen twintig jaar schommelde het aantal vrouwelijke studenten daar rond de 20 procent, net als bij veel andere topuniversiteiten die door de staat worden gefinancierd. Bij zeven daarvan is slechts iets meer dan een kwart van de studenten vrouw. Bij de particuliere en hoog aangeschreven universiteiten Keio en Waseda is dat iets meer dan een derde.

Elders in Azië doen ze het beter. Aan de universiteit van Peking is bijna de helft van de studenten vrouw, tegen 40 procent aan de universiteit van Zuid-Korea en 51 procent bij die van Singapore.

Sleutel tot succes

In een statusbewust land als Japan is een diploma van Todai het ultieme bewijs van academisch succes. Voor de bezitter opent het de deuren tot topfuncties in de politiek, het zakenleven, de wetenschap en het rechtsstelsel. Meer premiers zijn afgestudeerd aan Todai dan aan alle andere universiteiten bij elkaar. Meer dan de helft van de leden van het Hooggerechtshof zijn alumni. Todai is de universiteit met de meeste afgestudeerden die in het parlement werden gekozen of Nobelprijzen wonnen.

Volgens Chizuko Ueno, gepensioneerd hoogleraar genderstudies, is de achterstelling van vrouwelijke studenten een symptoom van de ongelijkheid in de Japanse maatschappij. “Verborgen seksisme is in dit land overal,” zei ze onlangs tot de eerstejaars van Todai, “dus ook aan deze universiteit.”

Ueno raakte daarmee een gevoelige snaar. Op Twitter lieten mannelijke studenten weten het beu te zijn steeds de les te worden gelezen, anderen klaagden over ‘feministische propaganda’.

In haar toespraak verwees Ueno naar een schandaal bij een artsenopleiding, waar leidinggevenden moesten toegeven dat ze jarenlang studentes bij de toelatingsexamens te lage cijfers hadden gegeven. Dit omdat het bestuur niet meer dan 30 procent vrouwelijke studenten wilde toelaten, met als argument dat vrouwelijke artsen geneigd zijn met werken te stoppen na hun huwelijk of nadat ze moeder zijn geworden. Een jaar nadat het schandaal was onthuld, bleek dat vrouwen bij de toelatingsexamens betere cijfers haalden dan mannen.

Uitblinken is onvrouwelijk

Akiko Kumada is een van de weinige vrouwelijke hoogleraren bouwkunde aan Todai, en lid van het comité voor gelijke rechten. Kumada: “We zijn als winkels met te weinig vrouwelijke klanten.” Volgens haar theorie komt dat doordat meisjes herhaaldelijk te horen krijgen dat uitblinken op academisch niveau onvrouwelijk is. Ze citeert de tekst van een lied van de Japanse meidengroep AKB48: ‘Zolang ik nog op school zit, is het oké om dom te zijn.’ Kumada denkt ook dat sommige vrouwen bang zijn om af te studeren aan Todai. Er wacht daarna weliswaar een mooie carrière, maar niet iedereen is bestand tegen de keiharde bedrijfs- en werkcultuur in Japan. Een net afgestudeerde jonge vrouw pleegde zelfmoord, nadat ze vrienden had verteld dat ze op haar werk bij een advertentiebureau werd gepest. Ook voelde ze zich gesloopt door de vele uren die ze dagelijks op kantoor moest doorbrengen.

Todai houdt vast aan oude tradities en jaar na jaar komen de meeste studenten van dezelfde middelbare scholen. Meer dan een kwart van de dit jaar ingeschreven studenten kwam van slechts tien scholen, waarvan zeven alleen voor jongens.

Bewust of niet, ouders hebben de neiging eerder hun zonen dan hun dochters aan te moedigen naar een gerenommeerde universiteit te gaan. Hiroshi Ono, directeur van de school die dit jaar 45 leerlingen naar Todai stuurde, onder wie 11 meisjes: “Ouders verwachten echt veel van hun zonen en moedigen ze aan om de beste resultaten te bereiken, maar ze voelen zich schuldig als ze dat ook van hun dochters eisen. Die kunnen, vinden ze, maar beter trouwen en huisvrouw worden.”

Zelfs op de Oin-meisjesschool, die meer vrouwen naar Todai stuurt dan andere scholen, vragen leerlingen zich misschien af of ze verder moeten leren. Directeur Yukiko Saito: “Het leven van vrouwen is veel gecompliceerder. Ze moeten besluiten of ze willen trouwen, met wie, en of ze kinderen willen.”

Voor de overgrote meerderheid van de leerlingen hangt toelating tot Todai uitsluitend af van een examen, waarop ze zich jarenlang voorbereiden. De behaalde cijfers en schoolactiviteiten buiten het lesrooster tellen niet mee.

Drie jaar geleden nodigde Todai scholen uit een jongen en een meisje aan te wijzen voor toelating zonder examen te hoeven doen. Wel moest daar een goed verhaal of een andere intellectuele prestatie tegenover staan. Minder dan 70 leerlingen per jaar kwamen zo bij Todai binnen, op meer dan 3000 eerstejaars.

Subtiele discriminatie

Drie jaar geleden kwam Aine Adachi (20) dankzij dit systeem naar Todai. Zij denkt dat deze optie voor vrouwen aantrekkelijk is. Adachi studeert rechten en voelt zich op de campus lid van een minderheid. Discriminatie naar geslacht is er eerder subtiel dan direct, ondervond ze. Zo was ze in een café bij de universiteit in gesprek met een mannelijke medestudent, toen een studiegenoot voorbijliep en meeluisterde. “Jullie lijken wel een directeur en zijn secretaresse!,” zei hij bij wijze van grap. Aine werd kwaad en beet hem toe: “Waarom neem je aan dat ik de secretaresse ben? Waarom niet de baas?”

Vrouwen verkeren hier vaak in een isolement. Toen Kiri Sugimoto (24) laatst moest opdraven voor een groepsfoto van afgestudeerden, was zij de enige vrouw. Kiri: “Ik ergerde me toen mannen zeiden dat het zonder mij zou lijken op de klassenfoto van een jongensschool. Alsof ik alleen een soort versiersel was.”

Sommige mannelijke studenten aan Todai mijden sociaal contact met studentes van dezelfde opleiding. Liever gaan ze om met meisjes van andere universiteiten, die bij feesten op Todai vaak in de meerderheid zijn. De mannen vinden de ‘Todai-vrouwen’ vaak te serieus, of geven toe dat ze een beetje bang voor ze zijn. Studente Erica Nakayama: “Een jongen zei dat echt tegen me. Eerst lachte ik het weg, maar later merkte ik dat hij me toch had gekwetst.”

Sport- en andere clubs weren vrouwen van Todai, maar zo dat ze niet van discriminatie kunnen worden beticht. Er wordt nauwelijks iets tegen zulke praktijken gedaan. Een studentenblad stipte ze slechts aan, zonder de verenigingen te noemen die zich er schuldig aan maken.

Vrouwen zijn bang om hun stem hiertegen te verheffen. Nakayama vreest dat ze dan het etiket ‘feministe’ krijgt opgeplakt: “Dat kan vervelende gevolgen krijgen. Mensen vinden me dan misschien te mannelijk of te bazig.”

© The New York Times
Vertaling René ter Steege

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden