PlusAchtergrond

Onderwijscrisis in Venezuela: op een lege maag kun je niet leren

Het onderwijs in het ooit rijke Venezuela is uitgehold door de economische crisis. Leraren blijven weg, scholen sluiten de deuren. De leerlingen die wél komen, zijn zo ondervoed dat lesgeven nauwelijks zin heeft.

Scholieren in de sloppenwijk Petare in Caracas.Beeld AFP

Honderden kinderen stonden laatst op het schoolplein om te luisteren naar de bisschop. Hij zou met hen bidden voor beter onderwijs.

“We bidden ook voor de jongeren die op straat rondhangen en niet naar school kunnen komen,” aldus bisschop Jorge Quintero op een broeierig warme ochtend in de kustplaats Boca de Uchire. “Dat zijn er heel wat.”

Tegen het eind van de plechtigheid, die ongeveer een kwartier duurde, waren vijf leerlingen flauwgevallen; twee van hen waren er zo slecht aan toe dat er een ambulance aan te pas moest komen.

Op de Augusto D’Aubeterre-school zijn ze eraan gewend. Veel leerlingen beginnen de lessen hier zonder een ontbijt of een maaltijd de avond tevoren. “Het is geen doen om graat­magere en hongerige leerlingen les te geven,” verzucht Maira Marín, lerares op de basisschool.

Venezuela is de afgelopen jaren getroffen door een verwoestende economische crisis, die het onderwijsstelsel heeft uitgehold. Tientallen jaren was het op onderwijsgebied veel verder dan andere landen in de regio. In het verleden kregen ook kinderen in de verste uithoeken er een goede scholing. Die tijd is voorbij.

Massaal spijbelen

Honger is maar een van Venezuela’s vele problemen. Volgens schattingen van de Verenigde Naties hebben sinds 2015 zo’n 4,5 miljoen Venezolanen het land verlaten. Die uittocht laat ook zijn sporen na in het onderwijs, bij zowel leerkrachten als leerlingen. Veel leraren hebben lang getracht het vol te houden, maar nu gooien ze steeds vaker het bijltje erbij neer. Door de jarenlange onstuitbare inflatie – die dit jaar zal uitkomen op 200.000 procent – zijn de lonen bijna niets meer waard.

De instorting van het Venezolaanse onderwijsstelsel veroordeelt niet alleen een hele generatie tot armoede, maar dreigt ook ’s lands economische ontwikkeling een achterstand van tientallen jaren te bezorgen. “Een hele generatie wordt in de steek gelaten.” volgens Luis Bravo, onderwijsexpert aan de Universidad Central de Venezuela.

Sinds 2014 maakt de regering geen onderwijsstatistieken meer openbaar. Maar uit bezoeken van The New York Times aan meer dan een tiental scholen in vijf deelstaten en gesprekken met tientallen leraren en ouders blijkt dat het aantal leerlingen dit jaar is gekelderd.

In dit ooit rijke land sluiten steeds meer scholen hun deuren. Leerkrachten die bijna niets verdienen, proberen vaak op straat genoeg geld bij elkaar te scharrelen om aan eten te komen, of vluchten naar het buitenland.

Voor het zich socialistisch noemende regime van president Nicolás Maduro is dat uiterst gênant. Venezolaanse leiders beschouwen Cuba en Rusland als rolmodellen, maar daar wisten de regeringen het basisonderwijs te beschermen tegen de diepe economische neergang in de jaren negentig.

Venezolaanse scholieren begonnen massaal te spijbelen kort nadat Maduro in 2013 was aangetreden als opvolger van de dat jaar overleden president Hugo Chavez. Onder Maduro daalde de prijs van olie, traditioneel Venezuela’s belangrijkste bron van inkomsten. Tegelijkertijd stortten strenge prijs- en valutacontroles de economie in een recessie waarvan het einde nog niet in zicht is.

Sommige Venezolaanse kinderen blijven thuis omdat ze op school niets meer te eten krijgen, of omdat hun ouders de schooluniformen, schoolmaterialen of de buskaartjes niet meer kunnen betalen. Andere kinderen zijn met hun ouders naar het buitenland gegaan.

Illegale goudmijnen

Bij de opening van het schooljaar in september kwamen duizenden van de 550.000 leerkrachten niet opdagen, volgens de landelijke lerarenvakbond. Ze willen niet meer werken voor omgerekend 7,50 euro per maand en proberen in het buitenland een nieuw bestaan op te bouwen, of zoeken werk in de bloeiende maar illegale goudmijnen in het land.

In de deelstaat Zulia, met als centrum de in verval geraakte oliestad Maracaibo, is 60 procent van de ongeveer 65.000 leerkrachten vertrokken, volgens een schatting van Alexander Castro, hoofd van de plaatselijke vakbond van leerkrachten.

Castro: “Vrouwelijke leerkrachten zeggen dat ze liever in de Verenigde Staten in nagelstudio’s voor een paar dollar per dag werken, dan dat ze hier blijven en het minimumloon verdienen.”

Een leeg klaslokaal in de hoofdstad.Beeld AFP

Om de scholen open te houden geven de overgebleven leraren vaak les in alle vakken, of zetten kinderen van hoge en lage klassen bij elkaar. In bijna alle door ons bezochte scholen is het aantal lesuren drastisch verminderd; sommige zijn slechts een of twee dagen per week open.

In het dorp Parmana, gelegen in de uitgestrekte vlakten in het centrale gedeelte van Venezuela, gingen in oktober slechts vier van de 150 geregistreerde leerlingen naar school. Dat viertal, met uiteenlopende leeftijden, zat laatst in hetzelfde vervallen klaslokaal. Ze kregen verschillende lessen, van het alfabet tot algebra. De enig overgebleven leerkracht probeerde met een droevige glimlach de moed erin te houden. De andere kinderen uit het dorp hielpen hun ouders op akkers en in vissersboten om wat te eten te hebben.

‘Kom alsjeblieft naar school’

In Maracaibo, na Caracas de grootste stad, hing onlangs een bord met de oproep: ‘Kom alsjeblieft terug naar school, ook zonder uniform.’ Voor de school, waar de elektriciteit is uitgevallen, stonden een paar kinderen die van onderwijzers wilden weten of er binnen iets te eten was. Zo niet, dan bleven ze buiten. In de grootste school van Maracaibo werken de toiletten niet meer. Ooit had de school 3000 leerlingen, nu komen er zo’n honderd opdagen.

In Santa Barbara, een voorstad van Caracas, keerde de helft van de leerkrachten niet terug na de zomervakantie. De directeur vroeg ouders om als vrijwilligers voor de klas te gaan staan.

Aan de andere kant van de hoofdstad, in de plaats Rio Chico, zijn de meeste ramen van een school dichtgetimmerd. Er zijn nauwelijks nog leraren of leerlingen. Als de resterende kinderen zich ’s ochtends melden, vragen ze meteen naar de kok.

Voor Hugo Chavez, Maduro’s mentor, vormden uitbreiding en verbetering van het openbaar onderwijs een van de pilaren van zijn ‘socialisme van de 21ste eeuw’. In de tien jaar voor 2013 steeg het aantal leerlingen; de staat investeerde veel in het onderwijs en zorgde voor gratis eten in de kantines, gratis leermiddelen en finan­ciële hulp voor ouders met schoolgaande kinderen. Onder Chavez’ regime (1999-2013) werden honderden scholen gebouwd. Deze populist gaf voorrang aan verhoging van het aantal leerlingen boven verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Het steeds leger raken van de schatkist maakte alle vooruitgang ongedaan.

Maduro bezwoer dat hij niet zou bezuinigen op onderwijs, ondanks de ‘niets ontziende economische oorlog’ van de Verenigde Staten tegen zijn regime. “In Venezuela is geen enkele school, zelfs geen klas, gesloten en dat gaat ook niet gebeuren,” zei hij in april tijdens een toespraak. Om het lerarentekort te verhelpen, beloofde Maduro later dat hij duizenden leden van de jeugdbeweging van de regeringspartij PSUV als leerkrachten zou inzetten. Onderwijsexperts verwachten daar niets van.

Echte leraren worden steeds zeldzamer. Aan de belangrijkste lerarenopleiding daalde het aantal studenten van 2014 tot 2018 met 70 procent.

Busrit te duur

De economische krach zorgde voor de feitelijke dollarisering van de Venezolaanse economie, want de bolívar, de ooit sterke nationale munt, is niets meer waard. Maar de armen buiten de steden kunnen nauwelijks aan dollars komen om leraren als extraatje toe te stoppen, voor ambtenaren een steeds vaker voorkomende extra bron van inkomsten.

In Boca de Uchire stuurt de familie Caruto de negen kinderen niet meer naar de school in de buurt als daar de kantine dicht blijft. “Ik kan ze niet met een lege maag naar school sturen,” zegt José Luis Caruto, de 36-jarige werkloze vader van twee kinderen. Zijn 17-jarige zus Yuxi was de laatste van de familieleden die de school voor gezien hield. Ze vond de busrit te duur. Yuxi probeerde haar scholing weer op te pakken in een wijkcentrum, maar daar kwamen de leraren al na twee weken niet meer opdagen.

Ze wijdt zich nu volledig aan haar 1-jarige zoon. Yuxi: “Ik wil leren rekenen en snel lezen en schrijven. Ik ben bang dat als mijn zoon opgroeit en vragen begint te stellen, ik niet weet wat ik moet antwoorden. Maar nu hebben we zelfs niet genoeg te eten.”

© The New York TimesVertaling: René ter Steege

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden