PlusExclusief

‘Nooit meer oorlog’ blijkt een illusie, zegt Geert Mak: ‘Poetin rent als een ontembare stier rond’

Blijdschap na de val van de Muur, in 1989. Generaties groeiden sindsdien op met het idee van 'nooit meer oorlog'.  Beeld Photothek via Getty Images
Blijdschap na de val van de Muur, in 1989. Generaties groeiden sindsdien op met het idee van 'nooit meer oorlog'.Beeld Photothek via Getty Images

Na 1945 groeiden generaties op met het ideaal dat in Europa ‘nooit meer oorlog’ zou komen. Nu woedt er een oorlog in onze achtertuin en rammelt de vijand aan de poort van onze vrijheid. ‘Oekraïne plaatst ons leven in een ander daglicht,’ zegt historicus Geert Mak.

Tonny van der Mee

Kirkenes is, in de woorden van Geert Mak, een speldenknop op de kaart maar een geopolitiek kookpunt. Het plaatsje in het noordoostelijke puntje van Noorwegen ligt op een half uur rijden van Rusland. Mak bezocht daar in oktober 2018 de grens. Enkele paaltjes en een hek tegen rendieren scheiden de Navo fysiek van Rusland. Een klein bataljon Noorse militairen reed er in voertuigen uit de jaren zeventig, soms luisterend naar een sonate van Bach.

Die vriendelijke Noren keken enkele goed bewapende Russische divisies aan de andere kant van de grens in de ogen. “Die wanverhouding tussen Oost en West voelde niet goed,” zegt Mak. “Ik kreeg het gevoel dat het met onze defensie scheefzat.”

Het gaat te ver om te zeggen dat Mak de voortekenen zag van de huidige oorlog in Oekraïne. Poetins gewelddadige invasie op 24 februari had geen Ruslandexpert voorzien. Maar het Westen is de afgelopen vijftien jaar vaak genoeg gewaarschuwd. Nu woedt in Europa een oorlog, die dreigend en dichtbij is.

“Dit is anders dan de Koude Oorlog,” zegt Mak. “Die was ook beangstigend, maar het was een ingewikkeld ballet met vaste danspassen en spelregels. Uiteindelijk zaten aan beide kanten rationele mensen. Deze oorlog is gevaarlijker en zorgelijker. Poetin rent als een ontembare stier rond en heeft aspiraties waarover je geen deal kunt sluiten.”

Nooit meer oorlog

Voor jonge generaties is deze angst nieuw. Onder het motto ‘nooit meer oorlog’ werkten Europese landen na de Tweede Wereldoorlog succesvol samen voor vrede en stabiliteit. Sindsdien zijn er in West-Europa geen grote conflicten geweest.

Voor Oost-Europeanen was dat anders. Die zuchtten sinds 1945 onder een communistisch regime. “Daar zeggen ze: ‘Jullie waren in 1945 bevrijd, maar wij kregen er een andere bezetter voor terug.’ Hun bevrijding kwam pas in 1989 met de val van de Berlijnse Muur,” zegt historicus en politiek analist Ivo van de Wijdeven, die onder meer De rafelranden van Europa schreef.

Daarna omhelsde het Westen het Oosten. Het behang van vrede en veiligheid werd verder uitgerold en aan de rafelranden van Europa over de scheuren in de muur geplakt. De scheuren zijn nooit gedicht, de vochtplekken worden nu zichtbaar. “Al lange tijd is er een ring van instabiliteit rond Europa,” zegt Van de Wijdeven. “Aan de randen is het nooit rustig geweest.”

Toch zag Geert Mak een ‘zeldzaam optimistisch’ Europa toen hij in 1999 een jaar rondreisde voor zijn boek In Europa. “Het zou allemaal goed komen. Oost-Europa zou met vallen en opstaan in ‘onze’ wereld terechtkomen.”

Westen te optimistisch

Tegelijk onderschatte het Westen de kracht van nationalistische bewegingen, zoals in Polen. Na jaren van dictatuur waren de onervaren democratieën kwetsbaar voor nieuwe tirannen. “We wilden in ons optimisme niets weten van de ontreddering,” zegt Mak. “Er was armoede en onzekerheid toen het kapitalisme werd ingevoerd. Daar hadden we geen oog voor. We hebben onderschat hoeveel mensen in het Oostblok onder die overgang geleden hebben. Die ontreddering is de voedingsbodem geweest voor de populariteit van Poetin, maar ook van Viktor Orbán in Hongarije.”

Bijna twintig jaar later reisde Mak voor zijn boek Grote verwachtingen terug naar plekken die hij in 1999 had bezocht. “Hoewel in steden veel was verbeterd, was er een gevoel van teleurstelling en ontgoocheling, omdat een deel van die Europese droom niet is gerealiseerd,” zegt Mak.

“Revolutionairen hadden het gevoel verloren te hebben. Nationalisten zagen de kans een zelfstandige staat te zijn zonder betutteling van buitenaf. De echo zie je terug in de conflicten van Polen en Hongarije met de Europese Unie. Brussel is de vervanging van Moskou geworden. Daar willen ze niks van hebben.”

Poetin gaf al eerder signalen af

Dat Rusland nu een oorlog voert, verrast Van de Wijdeven niet. Poetin was de drijvende kracht achter de oorlog in Tsjetsjenië. In 2007 fulmineerde hij op een veiligheidsconferentie in München tegen uitbreiding van de Navo, een jaar later viel Rusland Georgië binnen, weer zes jaar later veroverde Poetin de Krim op Oekraïne.

Van de Wijdeven: “Poetin heeft vaak signalen afgegeven. We hadden lange tijd de luxe dat we die vanuit ons comfortabele Nederland konden negeren. Naar zijn wensen is nooit geluisterd. Nu de vijand aan de poort rammelt, is Europa wakker geschud en is er opeens ruimte voor een hoger defensiebudget en meer samenwerking. We bladeren een groot stuk terug in het geschiedenisboek van Europa.”

West-Europa had Poetins waarschuwingen eerder serieus moeten nemen in plaats van halfhartig sancties op te leggen, vindt Van de Wijdeven. Achter de schermen breidde Rusland zijn economische en militaire macht uit. “Het Westen is naïef geweest en heeft zich in slaap laten sussen. We dachten: het komt wel goed, Poetin volgt onze spelregels. Europa was alleen een economisch project. Nu de oorlog op zo’n grote schaal dichtbij komt, moeten ook op militair gebied de tanden bijgeslepen worden.”

Het Westen werd te afhankelijk van Russisch gas en Nederland legde Russische brievenbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas geen strobreed in de weg. “Het Poetinregime is een wijdvertakte en extreem machtige dievenbende,” zegt Mak. “De Zuidas faciliteert dat tot op de dag van vandaag. Nederland wil daar niets van weten. We zijn blind geweest voor de geopolitieke gevolgen van ons handelen. Nu worden we met één harde trap in de 21ste eeuw geschopt.”

Van de ene crisis naar de andere

Na de eeuwwisseling zijn kernverdragen afgebouwd. Het Europese veiligheidssysteem dat was gebaseerd op regels en softpower is in diskrediet geraakt, omdat landen bezuinigden op Defensie, zelfs toen Rusland vanaf 2008 een andere koers ging varen. Mak: “Dat moeten we razendsnel inhalen. Onder de warme zon van de vanzelfsprekende vrede moet je ook sloten op de deur houden. Dat besef is er lang niet geweest.”

Zo rolt Europa, na twee jaar coronapandemie, van de ene crisis in de andere. “De meeste mensen waren er op een naïeve manier van overtuigd dat oorlogen alleen elders en vroeger bestonden,” zegt Paul van Tongeren, filosoof en Denker des Vaderlands, die onlangs zijn boek ‘Het Europese nihilisme publiceerde. “Deze oorlog grijpt dieper in op ons zelfbeeld dan de coronacrisis, die nu gemakkelijk voorbij lijkt te gaan.”

De oorlog in Oekraïne confronteert ons met een gemeenschappelijke vijand, met angst en wraakgevoelens naar Poetin en Russen. Het is een angst waarmee Van Tongeren opgroeide tijdens de Koude Oorlog. Hij werd eraan herinnerd toen hij zag hoe in die tijd langs de Waal bunkers zijn gebouwd om de Russen tegen de houden.

Oekraïense of Syrische vluchtelingen

Tegelijk werd het nooit écht oorlog tussen Oost en West, hoewel tijdens de Cubacrisis (1962) Nederland aan de radio gekluisterd zat toen de Verenigde Staten en Sovjet-Unie op de drempel van een kernoorlog stonden. Daarna deed het ‘afschrikkingsevenwicht’ – dreigen met kernwapens zonder die te gebruiken – zijn werk.

“Dat gaf een gevoel van veiligheid,” zegt Van Tongeren. “De angst voor een totale oorlog was sinds de tweede helft van de jaren zestig grotendeels voorbij, zeker na de val van de Muur. We leefden in relatieve ontspanning en onbezorgdheid.”

Een crisis dwingt ons na te denken. Waarom hebben we meer sympathie voor Oekraïense vluchtelingen dan voor Syrische of Afrikaanse? “Dat moeten we onszelf niet verwijten,” vindt de Denker des Vaderlands. “De mens is eerder een particularist dan een universalist. Een ouder geeft ook meer om zijn eigen kind dan dat van een ander. Dat geldt ook voor mensen uit onze eigen omgeving, zoals Oekraïense vluchtelingen. Dat moeten we erkennen. Een crisis is een belangrijk moment om te leren wie we zijn en wat we willen.’’

Niemand weet hóe deze oorlog gaat eindigen noch wanneer. Van de Wijdeven is somber over de komende decennia. “Als je naar de geschiedenis kijkt, zijn de afgelopen zeventig jaar in Europa een uitzondering geweest. We hadden generaties die niet wisten wat oorlog was. Nu zien we dat vrijheid en welvaart een prijs hebben en dat we waakzaam en bereid moeten zijn die te verdedigen, zoals de Oekraïners doen.”

Nederigheid naar Rusland

Enige nederigheid naar Rusland is op zijn plaats, vindt Geert Mak. Door eerder triomfantelijk Georgië en Oekraïne het Navo-lidmaatschap aan de bieden, joeg het Westen nodeloos de kat in de gordijnen. “Verneder je buurman niet, ook al heb je gewonnen. Dat botst. Wij moeten leven met Rusland. Daar moet je altijd rekening mee houden.”

Mak ziet wel ‘een fundamentele omslag’ in Europa, dat opeens razendsnel als een ‘wonderbaarlijke eenheid’ kan opereren. “Poetin heeft in een paar weken bereikt wat politici en diplomaten in geen twintig jaar lukte: een hecht en verenigd Europa,” zegt Mak.

“De Navo weet weer waar ze voor staat, het Atlantisch bondgenootschap is weer tot leven gekomen, iedereen is alert. Mensen beginnen na te denken over wat onze vrijheid en democratie waard zijn en hoeveel pijn zij daarvoor willen lijden. De Oekraïners zijn bereid hun leven ervoor te geven. Dat plaatst ons leven in een ander daglicht. Dat is zeldzaam leerzaam.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden