Plus
Nederlandse legerdrones gluren straks naar de Russen: ‘We zitten met onze neus op de frontlinie’
Drie Nederlandse superdrones gaan vanaf begin volgende maand de Russen in de gaten houden aan de oostgrens van de Navo. Het is voor het eerst dat de onbemande vliegtuigen van de luchtmacht in het buitenland worden ingezet. ‘We zitten straks met onze neus op de frontlinie.’
De krijgsmacht kocht al in 2021 de vier zogenoemde MQ-9 Reapers, maar sinds de aanschaf verbleven ze vooral in het Caribisch gebied. Het was dé ideale plek om de drones uitgebreid te testen. De weersomstandigheden zijn daar gunstig en er is een stuk minder vliegverkeer in de buurt om rekening mee te houden vergeleken met de thuisbasis in Leeuwarden.
In de tropische zon tuurden toestellen liefst 2800 uur vanuit de lucht naar de grond en verzamelden ze dankzij een supercamera in de neus zo waardevolle inlichtingen. Vooral tijdens de jacht op drugsbendes, bleken de drones volgens de marine een enorme meerwaarde te hebben. “We gebruiken hiervoor ook helikopters, maar de MQ-9 kan veel langere tijd in de lucht blijven hangen om iets te zien,” zegt luitenant-kolonel Patrick van Rooij van de marine vanaf Curaçao.
Een operator die de beelden live uitkeek, kon zo precies zien waar de drugsdealers met hun supersnelle bootjes naartoe gingen. Hun positie werd doorgegeven aan schepen op zee die er snel op af gingen. Met kleinere bootjes en een helikopter werden de drugsdealers vervolgens gedwongen tot stoppen. De drones hielpen zo ruim 16.000 kilo drugs te onderscheppen.
Niet alleen in de strijd tegen drugshandel bleken de drones uitermate effectief. Ook bij operaties van de politie op Curaçao waren ze een uitkomst. Agenten die boeven op het spoor waren, konden met speciale toestemming zo ongezien precies een pand van criminelen in kaart brengen om hen later in de boeien te slaan.
Ook in het grensgebied met de buurlanden, en dan vooral bij het onrustige Venezuela, kon de Reaper de krijgsmacht van waardevolle inlichtingen voorzien. “Alles wat in de wereld gebeurt, gebeurt in het Caribisch gebied in het klein. Daarom was het zo’n mooie plek om te kunnen oefenen,” zegt commandant Jan Ruedisueli van het 306 Squadron.
Na een verblijf van bijna twee jaar is de luchtmacht nu klaar om aan het ‘echte werk’ te beginnen. Dat is inlichtingen verzamelen op de plek waar de dreiging voor Europa op dit moment het grootst is: de oostgrens van het Navo-gebied.
Komende weken verhuizen de Reapers van Curaçao naar een vliegbasis in Roemenië. Daar stijgen ze op en landen ze weer. Zo’n veertig militairen ter plaatse zorgen dat de toestellen kunnen blijven vliegen. Op de vliegbasis in Leeuwarden worden toestellen bestuurd en de beelden geanalyseerd. Belangrijke informatie wordt gedeeld met de bondgenoten.
Een spannende operatie, vindt commandant Ruedisueli. Er wordt weliswaar gevlogen in gebieden waar dat mag, maar dankzij de supersensoren van de Reaper kunnen de Russen zo toch heel goed in de gaten worden gehouden. Alleen al met de camera kan er kilometers ver over de grenzen van de Navo worden gegluurd. “Iedereen realiseert zich wat er in die regio aan de hand is. We zitten met onze neus op de frontlinie.”
Ook hier gaat de luchtmacht op zoek naar informatie over de intenties van de Russen ‘om mogelijke misverstanden en escalatie te voorkomen’ schreef defensieminister Ollongren aan de Tweede Kamer. Te denken valt aan het inventariseren welke militaire eenheden in het land worden verplaatst of hoe getraind de militairen zijn. Ook speuren de drones naar mogelijk nieuwe wapensystemen.
Dat zo’n eerste missie niet zonder risico is, bleek afgelopen maart nog toen een Amerikaanse Reaper tegen een Russisch gevechtsvliegtuig botste boven de Zwarte Zee. De Russen zagen de aanwezigheid van de drone als een provocatie, de Amerikanen noemden het onprofessioneel gedrag van de Russen.
In Leeuwarden zijn ze er beducht op dat ook hen dit kan overkomen. “Een ongeluk kan altijd gebeuren. Wij zijn niet uit op escalatie. Als we ons aan internationale regels houden, is de kans heel klein dat er iets voorvalt.”
De inzet is in eerste instantie voor zes maanden en kan indien nodig worden verlengd met nog een halfjaar. De kosten bedragen 14 miljoen euro.