Plus Achtergrond

Na negentig jaar omarmt MoMA multiculturalisme

Het MoMA in New York was sinds de opening in 1929 vooral wit, mannelijk en nationalistisch. Het vernieuwde museum dat maandag weer de deuren opent voor publiek belooft zich nu permanent te ontwikkelen.

Links Les Demoiselles d’Avignon van Pablo Picasso in contrast met American People Series #20: Die van Faith Ringgold. Beeld Jeenah Moon/The New York Times

Als het Museum of Modern Art maandag na vier maanden van verbouwing weer opengaat, zal het zich eindelijk, zij het nog voorzichtig, aan de wereld presenteren als een levend, ademend instituut uit de 21ste eeuw. Voorbij is dan de tijd dat het MoMA vooral gold als een monument van een verouderde geschiedenis – wit, mannelijk en nationalistisch.

Decennialang heeft het in 1929 geopende ­MoMA getracht het multiculturalisme buiten de deur te houden. Inmiddels weet het die ontwikkeling op waarde te schatten, ook door erin te investeren. Dat gebeurde vooral door het anders presenteren van de permanente collectie met veel recent aangekochte kunst uit Afrika, Azië, Zuid-Amerika en Afrikaans Amerika. Ook is veel werk te zien van vrouwen. 

Nieuw en anders aan het MoMA is vooral de geïntegreerde aanwezigheid van ‘verschillen’, waarmee het museum eigenlijk terugkeert naar zijn experimentele beginperiode.

Dankzij de uitbreiding van het gebouw uit 2004, ontworpen door Yoshio Taniguchi, is de oppervlakte met een derde toegenomen (meer dan 15.000 vierkante meter extra). Was zo’n drastische uitbreiding, die 407 miljoen euro heeft gekost, echt nodig? Nee. Zoals te zien is op elke kunstbeurs, is meer kunst niet per se beter. 

Nodig zijn vooral een behendig ontwerp en een alerte blik. Dat merkt de bezoeker bij de ingetogen gepresenteerde openingsattracties van onder andere de Afrikaans-Amerikaanse kunstenaars Betye Saar en William Pope. L, de uit India afkomstige Sheela Gowda en Dayanita Singh, een keur aan werk uit Latijns-Amerika en een permanente galerij voor hedendaagse kunst uit China.

De ziel van het museum

Zoals in elk museum met een actief aanschaf­beleid zijn ook hier de permanente collecties het hart, het brein, de ziel van het museum, zijn geschiedenis en zijn herinnering. Speciale kortdurende tentoonstellingen halen mensen over tot een bezoek. Maar uiteindelijk gaan ze ergens anders heen. Wie de ziel van een museum wil aanvoelen, moet zich richten op de permanente collectie en hoe die over het gebouw wordt verdeeld.

Beoordeeld naar die maatstaf is het MoMA duidelijk op zoek naar een nieuw imago, zonder het oude helemaal te verloochenen. Lang dankte het zijn faam aan in beton gegoten opvattingen over moderne kunst, met alle ‘ismen’ (kubisme, surrealisme enzovoorts) overzichtelijk bij elkaar. 

Die indeling is gehandhaafd op de drie voor de vaste collecties gereserveerde verdiepingen. Maar de hoofdroute stelt de bezoeker nu ook in staat onverwachte zijpaden in te slaan naar zeer recente kunst.

Verder zijn de muren tussen de verschillende disciplines afgebroken. De herindeling van de vaste collecties, wat veel coördinatie vereiste tussen de vijf hoofdcuratoren, blijft een project dat altijd in beweging moet blijven. De overheersende stijl is als een mengeling van beeldhouwkunst, schilderijen, design, architectuur en film. Het zal orthodoxe modernisten schokken, maar wees gerust: elke discipline kreeg zijn eigen ruimte.

Zo’n mengelmoes kan bij de eerste kennismaking verwarrend werken, net als hier en daar de nieuwe indeling. Eerst kwamen bezoekers binnen in de grote hal aan West 53rd Street, om vervolgens naar de beeldentuin te lopen op weg naar de galerijen. Nu kan men kiezen tussen de ‘oude’ route of linksaf slaan naar de nieuwe Geffenvleugel met onder meer de gratis toegankelijke galerijen op straatniveau.

Sterrennacht

Boven is het gemakkelijker je weg te vinden. Net als voorheen beginnen de vaste collecties chronologisch in het gebouw van Taniguchi om van daaruit de Geffenvleugel te bereiken. En op de vierde verdieping beland je midden in het modernisme met werken van Brancusi net buiten de galerijen zelf.

De Brancusicollectie hoort nog bij het ‘klassieke’ MoMA: witte muren, veel lucht, weinig woorden. Het idee daarachter is dat kunst geen commentaar nodig heeft. Je kunt daar veel tegenin brengen, maar zo zag het MoMA het nu eenmaal. In de galerijen is die ‘oude’ benadering weliswaar in ere gehouden, maar hier en daar krijgt men nu ook een beknopte uitleg van het thema.

De eerste galerij, nu met de naam ‘Vernieuwers van de 19de eeuw’, heeft wel iets van een hitparade van de schilderkunst met onder meer zijn Cezannes, Rousseaus en Van Goghs. Maar het museum heeft in die overbekende Europese wereld een Amerikaanse ‘indringer’ binnengeleid, werk van de pottenbakker George Ohr (1857-1918), die zich de ‘Mad Potter of Biloxi’ noemde. 

Hij werkte in de zuidelijke staten van de VS terwijl Van Gogh in een Frans asiel De Sterrennacht schilderde en Brancusi zijn beste werken maakte. In het ‘oude’ MoMA zou dit drietal elkaar nooit zijn tegengekomen, nu lijken ze diep in gesprek.

De aan Picasso gewijde ruimte heeft iets van een heiligdom, met in het midden Les Demoiselles d’Avignon uit 1907. Maar vlakbij staat ook een werk uit een heel andere tijd; een schilderij uit 1967 van de Afrikaans-Amerikaanse kunstenaar Faith Ringgold: een ‘interraciale schietpartij’ in een stad in de VS. 

Het doek is ongeveer even groot als Les Demoiselles, maar ook het visuele geweld komt overeen. MoMA-traditionalisten vinden die fysieke nabijheid misschien een vorm van heiligschennis, maar het kan ook worden gezien als een meesterzet van de curator.

Ook het nieuwe MoMA biedt voor elk wat wils. Verdeeld over drie verdiepingen hangen de ‘grote hits’ van Jackson Pollock en Frida Kahlo, megadoses pop en surrealisme, soepblikken, waterlelies en foto’s van Cindy Sherman. Zaken die veel mensen, met de selfiestick in de aanslag, graag zien.

Er is ook ruimte voor specialistische exposities, een soort kleine seminars, onder andere over boeken gemaakt door kunstenaars in het pre-revolutionaire Rusland (de meesten van hen waren vrouwen), over architectuur en beeldhouwkunst en de Latijns-Amerikaanse Mail Art uit de tijd dat het continent vooral werd bestuurd door militaire dictators.

Een nieuw, jonger publiek

Het nieuwe MoMA belooft zich permanent te ontwikkelen en de collecties veel te laten circuleren en te verversen. Om het half jaar krijgt een derde van de galerijen op de vierde, derde en eerste verdieping een nieuwe indeling. Na anderhalf jaar is alles opnieuw overdacht. Les Demoiselles d’Avignon en De Sterrennacht behouden hun prominente posities, maar hun omgeving verandert, en zij dus ook.

Een dergelijke flexibiliteit biedt geweldige kansen voor nieuwe denkbeelden, vooral nu de curatoren sinds enkele jaren de nagestreefde diversiteit belichamen. Die flexibiliteit biedt ook de kans om een stap terug te doen als het ‘nieuwe MoMA’ voor velen iets te nieuw blijkt, wat ze bij de kassa’s zullen merken.

Het MoMA in de zich steeds verbeterende 21ste eeuwse versie zal aanslaan, al was het maar uit lijfsbehoud. Multicultureel is nu verkoopbaar. Wie dat negeert, loopt winst mis en verliest aan kritische geloofwaardigheid. En het nieuwe MoMA is duidelijk toegesneden op een nieuw en jonger publiek dat geen nostalgie kent naar het pre-Taniguchimodel, dat nog voornamelijk voortleeft in de herinnering van een uitstervend deel van de bevolking. Ouderen die op hun beurt het originele, progressieve museum uit de jaren dertig niet hebben gekend. 

Een revolutie zal dit museum waarschijnlijk nooit meemaken. Maar het nieuwe museum loopt over van stimulerende ideeën en onverwachte talenten op elke hoek.

© The New York Times
Vertaling René ter Steege

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden