PlusExclusief

Na de bosbranden keren Spaanse dorpelingen terug op verschroeide aarde

Tijdens de hittegolf woedden in Spanje en Portugal aanzienlijk meer bosbranden dan normaal in de zomer. Op veel plekken keren geëvacueerde bewoners inmiddels terug, zich afvragend hoe lang hun regio nog leefbaar blijft.

Jurriaan van Eerten
De schade van een natuurbrand in de buurt van Barcelona. In Spanje ging de afgelopen weken 200.000 hectare in vlammen op: twee keer de Veluwe.  Beeld SOPA Images/LightRocket via Gett
De schade van een natuurbrand in de buurt van Barcelona. In Spanje ging de afgelopen weken 200.000 hectare in vlammen op: twee keer de Veluwe.Beeld SOPA Images/LightRocket via Gett

Al vanaf de snelweg A2 tussen Madrid en Zaragoza is de enorme impact van de brand duidelijk zichtbaar. Kilometers zwartgeblakerd landschap, met de verkoolde geraamtes van bomen. Zelfs de randen van het asfalt zijn zwart en de geur van houtvuur prikkelt in de neus. Zo gaat het door vanaf de afslag bij Ateca noordwaarts, langs een weggesmolten loods en zwartgeblakerde wegwijzerborden tot aan Moros: een plaatsje dat normaal gesproken idyllisch ligt tussen de heuvels van Aragón. Nu ligt het in een maanlandschap.

Hier woedde vorige week één van de vele branden die het Iberisch schiereiland van Catalonië tot in de Algarve in het zuiden van Portugal teisteren. Alleen in Spanje ging al 200.000 hectare in vlammen op: twee keer de Veluwe. Zoveel gebied verbrandde de afgelopen decennia niet eens in een heel jaar. En dan moet de notoir hete maand augustus nog komen.

Het driehonderd inwoners tellende Moros werd geëvacueerd door de brandweer, maar nu is het weer druk in de straatjes. Een groep vrijwilligers zet pakken drinken neer op een schoolpleintje, waarvandaan opruimwerkzaamheden worden georganiseerd. Twee vrouwen lopen met bezems en zakken vol schoonmaakmiddelen. Ze zijn nog maar net terug en het enige waarover ze kunnen praten is de brand.

“Het vuur was hier opeens in vijf minuten, door veranderde wind,” vertelt de zestigjarige Asención Cisneros, wijzend naar de zwarte heuvels. “Ik ben naar buiten gerend op mijn sandalen, de vlammen waren vlakbij. De brandweer haalde ons, ik mocht mijn deur nog niet eens sluiten. Daarna ben ik weggerend, tussen de vlammen door.”

Een wonder dat iedereen overleefde

Cisneros’ vriendin Rosa García, 55 jaar en eveneens geboren en getogen in Moros, knikt heftig mee. Zij was op vakantie tijdens de brand, maar via berichtjes heeft ze de ontwikkeling nauwlettend gevolgd. Op haar telefoon toont ze de foto’s en videos, haar ogen rood van de tranen. “Kijk die vlammen overal, de heuvel op tot aan het dorp. Dit lijkt toch een film,” zegt García.

Haar vriendin: “Iedereen moest rennen. De bejaarden, iedereen. Wat een horror.” Het is een wonder, zo stellen de vrouwen, dat iedereen de brand overleefde en het dorp grotendeels is gered, op een aantal huizen aan de buitenrand na.

Lopend door het dorpje stappen bewoners naar buiten om met de vrouwen een praatje te maken op straat, op z’n Zuid-Europees. Een dame in nachtjapon vraagt vanuit haar deuropening hoe het met García’s vader is, een bejaarde man met wandelstok en kunstgebit mompelt vrijwel onverstaanbaar dat hij tijdens de vuurzee in het dorp bleef om de brandweer te helpen. De eensgezindheid is sterk: de laatste dagen maakt iedereen samen de publieke ruimte schoon van de as.

Maar nu de geëvacueerde inwoners zijn teruggekeerd, beginnen ze pas goed te beseffen wat de brand in hun levens veroorzaakt heeft. Net als veel inwoners verdiende Cisneros de kost met haar fruitteelt – kersen, appels, druivenranken. Aangezien het jaren duurt voordat nieuwe bomen fruit geven, ziet de zestigjarige het somber in. “Zodra die vruchten hebben, ga ik al met pensioen. Van de verzekering weet ik nog niet wat ik moet verwachten. En ook niet van dat Nederlandse bedrijf.”

De vonk in de hitte

Dat Nederlandse bedrijf? Inderdaad. De vonk die deze brand deed ontstaan, kwam van zware machines van een bedrijf dat was ingehuurd door het Nederlandse Land Life. Een bedrijf dat zich ironisch genoeg bezighoudt met herbebossing om CO2 af te vangen uit de atmosfeer. Dat het bedrijf regionale toestemming had om te werken tijdens een ongekende hittegolf, verbaast de bewoners van Moros. “Iedereen hier weet dat je in de zomer voorzichtig moet zijn met machines,” zegt Cisneros woedend. “Dus waarom zou je precies dan aan de slag gaan met waterputten slaan voor nieuwe bomenplant?” Wat precies is misgegaan, zal onderzocht worden.

Zodra Cisneros naar huis is, loopt García nog even door naar een uitzichtpunt net buiten het dorp, in het zwartgeblakerd gebied. Vanaf daar is goed te zien hoe de heuvels rondom afgebrand zijn, tot aan de eerste huizen van het dorpje aan toe. Uit een verbrande stal iets van het dorp vandaan stijgt nog een kringeltje rook op.

“In mijn leven heb ik vaker branden gezien, maar zo heftig en zo veel nog nooit. Je vraagt je af wat we moeten als de temperaturen blijven stijgen. Ik ben gewoon verbaasd over de domheid van de mens in het algemeen. We hebben de kraan wijd open gezet en nu lukt het niet meer hem dicht te draaien.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden