Plus Achtergrond

Murrumu Walubara stichtte een eigen Aboriginalstaat

Aboriginal-afstammeling Murrumu Walubara zegde zijn Australische nationaliteit op en riep zijn eigen staat uit in het noorden. ‘Dit is wel ons land.’

Murrumu Walubara in zijn huis in Cairns. Beeld Brook Mitchell / The New York Times Syndication / Hollandse Hoogte

Murrumu Walubara en zijn zoon Thoyo peddelden in het heldere water van het Great Barrier Reef over felpaars en donkeroranje koraal, trompetvissen, zeekomkommers en reuzenmosselen. Ze waren zo’n 50 kilometer van de kust van Australië, of, zoals Walubara liever zegt, ‘wat de meeste mensen onder Australië verstaan’.

Want voor hem en zijn aanhangers is dit gebied een onderdeel van het land Yidinji, een alleen in hun verbeelding bestaande natie van meer dan 9000 vierkante kilometer in het noordoostelijk deel van het continent. Walubara riep zijn ‘staat’ uit in 2014 en ijvert sindsdien voor erkenning door de Australische regering.

Walubara stamt als Aboriginal af van de oorspronkelijke bevolking van Australië. Vijf jaar geleden besefte hij dat de Australische grondwet zijn identiteit niet erkent. Hij gaf de brui aan zijn baan als journalist en zag af van zowel zijn Australische staatsburgerschap als zijn vroegere naam, Jeremy Geia. Zijn paspoort, rijbewijs en andere officiële documenten stuurde hij terug. Ook, zegt hij, vernietigde hij zijn Australische bankpassen.

Politiek gewicht

‘Ik had aangenomen dat ik waarlijk deel uitmaakte van het Gemenebest Australië,’ schreef de nu 45-jarige Walubara in brieven bij de teruggestuurde documenten. ‘Maar ik maakte een fout: ik kom niet langer in aanmerking voor de verworvenheden van uw maatschappij. Hierbij stuur ik uw instrumenten terug.’

Volgens experts heeft Walubara nog een lange weg te gaan voordat Australië zijn aanspraken op soevereiniteit erkent. Toch krijgt zijn activisme veel aandacht van zowel ‘gewone’ Australiërs als de landelijke media. 

Zijn argumenten zijn niet zonder politiek gewicht in een land dat nog moet overgaan tot de erkenning van de inheemse Australiërs in de grondwet, of tot het sluiten van een verdrag met deze deels in de maatschappelijke marge levende bevolkingsgroep.

Zelfbenoemd minister

Voor Walubara is dit een goed moment voor nieuwe druk op de politieke leiders om een verdrag te sluiten met de ‘soevereine Yidinji­regering’, zoals hij zegt. Onlangs werd een conservatieve Australische regering herkozen, die een referendum beloofde over grondwettelijke erkenning van de afstammelingen van de eerste bewoners. 

Walubara heeft zichzelf benoemd tot minister van Buitenlandse Zaken en Handel van het bestuur over Yidinji, dat bestaat uit tien ministers. Het gebied zelf telt tot nu toe een honderdtal burgers, van wie de meesten zowel de Australische als de Yidinji-nationaliteit bezitten.

Beeld Laura van der Bijl

Walubara zal geen genoegen nemen met erkenning door uitsluitend het Gemenebest Australië, de officiële aanduiding van het land. Hij wil als toekomstig leider ook verdragen sluiten met soevereine regeringen van andere inheemse volken op het Australische grondgebied. 

Dat is volgens hem de enig passende manier om recht te doen aan de pijn en de uitsluiting die inheemse volkeren generatie op generatie moesten verduren. Zij woonden waarschijnlijk al minstens 65.000 jaar in Australië voordat de vervolging en in sommige gevallen massamoorden begonnen met de komst van de Britten aan het einde van de 18de eeuw.

Walubara: “Wij gaan niet weg, en het Gemenebest Australië hoeft ook niet weg te gaan. Maar dit is wel ons land.” Zijn regering dringt niet aan op compensatie, maar eist in eerste plaats van Australië officiële erkenning: “Zo moeilijk is dat niet, een kwestie van wat papierwerk regelen. Dat is de perfecte oplossing.”

Walubara werd in 1974 geboren in Cairns, een stad in het noorden van Australië. Zijn moeder was een Aboriginal, zijn vader een Joodse immigrant uit Kroatië. Hij voelde zich nooit echt op zijn plaats in Australië en zocht op zijn vele reizen over de wereld antwoorden op zijn vragen over een zekere ontworteldheid. 

Hij was ook in Cuba, waar hij zich onderdompelde in het communisme. Uiteindelijk belandde hij in de journalistiek, een baan waarin hij de machtigen kon dwingen verantwoording af te leggen, dacht hij.

Julian Assange

Twintig jaar werkte hij als verslaggever. In 2012 was hij een van de eersten die mede-Australiër Julian Assange interviewden in de ambassade van Ecuador in Londen. Uiteindelijk werd hij politiek verslaggever in Canberra, waar hij zich steeds meer begon te ergeren aan de artikelen over de hoge criminaliteit- en zelfmoordcijfers onder Aboriginals. De politici in het parlement gedroegen zich volgens hem ‘kinderlijk’. 

“Ik vond dat de mensen beter verdienden, en dat de inheemse bevolking niet moest denken dat met zulke politici ooit iets zou veranderen.”

Rond die tijd drong pas goed tot hem door dat hij van de grondwet was buitengesloten, en begon hij onderzoek te doen naar de mogelijkheid van een verdrag tussen Australië en de inheemse volken, de ‘Aboriginal and Torres Strait Islander peoples’, zoals Walubara het op documenten omschrijft. “Ik besefte dat er van hun kant niets te verwachten viel, dus moest ik zelf aan de slag.”

Vrienden en collega’s waren verrast toen Walubara de journalistiek vaarwel zei, maar de meesten respecteerden zijn besluit. Oud-collega Mark Davis: “Hij is een man van sterke principes. Veel mensen nemen hem ten onrechte niet serieus. Het is heel goed mogelijk dat de geschiedenis hem gelijk gaat geven.”

Nu leeft Walubara voornamelijk van giften van zijn aanhangers. Hij woont in Cairns op de begane grond van een woning van een vriend met zijn 11-jarige zoon en zijn echtgenote, eveneens een activiste voor een eigen staat. Hij staat niet onder zijn huidige naam ingeschreven bij Australische overheidsdiensten. 

Dat zorgde voor problemen en ergernis toen hij zich onlangs medisch moest laten onderzoeken en hij weigerde bij de ziekenhuisadministratie zijn ‘oude’ Australische naam op te geven.

In 2015 werd hij gearresteerd toen hij zijn auto had voorzien van Yidinji-kentekenplaten. Hij heeft ze verwijderd omdat hij een slechte verhouding met de overheid wil vermijden. Maar bij elke gelegenheid valt hij uit naar de onterechte, volgens hem, opvatting dat Australië het recht heeft om het land waar hij woont te besturen. “Het is gewoon een waarheid die u niet onder ogen wilt zien,” zegt hij tegen critici.

Begin augustus had hij zijn zoon Thoyo op zijn verjaardag meegenomen op een boottocht naar het rif. Hij sprak aan boord met toeristen uit India, Oostenrijk en Catalonië. De Indiërs en de Oostenrijkers begrepen niets van zijn ideaal. “Maar de Catalanen wisten precies waar ik het over had,” zegt hij stralend.

In de toekomst mag Australië van hem wel politietaken uitvoeren in zijn land, en er ook de belangen van behartigen bij de Verenigde Naties. Yidinji-ministers houden echter het laatste woord op milieu- en onderwijsgebied. Op dat laatste punt weet een eigen regering volgens Walubara beter wat nodig is om jonge Aborigi­nals vooruit te helpen.

Australië staat echter op het standpunt dat het al heeft ingestemd met zelfbestuur voor de inheemse bevolking, en met compensatie. Dat gebeurde door de ondertekening van de VN-­Verklaring over de Rechten van Inheemse Volken uit 2007.

Gevaarlijke weg

Sommige experts denken dat op basis van die verklaring Walubara’s voorstel uitvoerbaar is, maar achten het onwaarschijnlijk dat de Australische regering daarover in de nabije toekomst wil onderhandelen. 

Anne Twomey, hoogleraar constitutioneel recht aan de Universiteit van Sydney, benadrukt dat Walubara politieke soevereiniteit opeist, geen legale. Afzonderlijke Australische staten hebben stappen gezet naar zulke verdragen, maar daarvan is er nog geen enkele geratificeerd. 

Experts als Twomey verwijzen naar het ‘Uluru Statement from the Heart’ uit 2017, een stappenplan voor erkenning van de rechten van inheemse volken. Het bevat een pleidooi voor de vorm van soevereiniteit die Walubara voor ogen staat.

Ook in eigen kring is niet iedereen het met hem eens. Sommigen vinden hem vooral een aandachttrekker die weinig heeft bereikt sinds hij afzag van zijn Australische staatsburgerschap. Voor anderen echter is hij een moedige leider van toekomstige generaties.

Walubara weet dat hem een lange, mogelijk gevaarlijke, weg wacht. Maar hij blijft ervan overtuigd dat hij de ondertekening van een verdrag met Australië zal meemaken. Hij kent de geschiedenis van de strijd van andere volken, en beseft dat er geen korte weg is naar genezing van de wonden uit het verleden. “De vreedzame weg is de beste weg,” zegt hij, “maar ook de langste.”

© The New York Times
Vertaling René ter Steege

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden