PlusReportage

‘Misdadige’ Roma zijn de kop van Jut in Hongarije

Beeld AFP

Hongarije buigt steeds verder af naar rechts. De nu nog kleine partij Mi Hazánk lijkt met dank aan Orbán te groeien. De Romabevolking moet het ontgelden.  

“Hé, passen jullie wel op jezelf?” roept een oude man naar een stel duidelijk opgefokte tieners op straat. Zowel de man als de tieners zijn Roma: de grootste etnische minderheid in Hongarije en doelwit van racisme in zo’n beetje alle lagen van de bevolking. De tieners worden even verderop tegengehouden door de politie, die het hele gebied rondom het stadhuis van Miskolc afgezet heeft.

Op het centrale plein van de Oost-Hongaarse stad staat een paar honderd man te protesteren. ‘Weg met zigeunermisdaad!’ is te lezen op een grote zwarte banner. Op een podium staat politicus László Toroczkai heftig te gebaren. “Criminele zigeuners zijn niets minder dan terroristen,” zegt hij op scherpe toon tegen zijn publiek, dat daarop instemmend juicht. “Maar wij laten ons niet meer bang maken!”

Deze demonstratie tegen ‘misdadige Roma’ is een initiatief van Mi Hazánk (’ons land’): een nieuwe extreemrechtse partij in Hongarije, waarvan Toroczkai de leider is. Tot 2018 was hij nog vicepresident van Jobbik, de tweede partij van Hongarije.

Ruimte op de staatstelevisie

In de periode dat Jobbik nog openlijk antisemitisch en extreemrechts was, bleef de partij keer op keer op ongeveer 20 procent van de stemmen hangen. Dat kwam premier Viktor Orbán goed uit, want juist de populariteit van Jobbik maakte diens rechts-conservatieve partij Fidesz electoraal onverslaanbaar: in het politieke spectrum zat hij veilig tussen de twee flanken van de oppositie in, met Jobbik aan de rechterkant en de rest van de oppositie aan de linkerkant. Hongaarse oppositiepartijen ­wilden jarenlang niet met elkaar samenwerken – en zeker niet met Jobbik.

Daar kwam rond 2018 verandering in. Net als veel andere Hongaarse oppositiepartijen zag Jobbik in dat ­samenwerken met de rest van de oppositie de enige manier was om Fidesz te ­verslaan. De partij ontdeed zich van haar meest ­extreme standpunten en nam afstand van haar ­antisemitische verleden. Niet iedereen was daar blij mee: László Toroczkai verliet de partij een paar maanden na de verkiezingen in 2018 en begon Mi Hazánk.

De partij heeft vooralsnog maar een kleine achterban, maar dat zou je niet zeggen als je de regeringsmedia in Hongarije volgt. “Toroczkai krijgt op de staatstelevisie meer ruimte om zijn standpunten uit te leggen dan alle andere oppositiepolitici bij elkaar,” zegt Sándor Czinkóczi van de onafhankelijke Hongaarse nieuws­website 444. Volgens Czinkóczi is de reden daarvoor duidelijk: Fidesz kan het zich niet permitteren helemaal aan de rechterkant van het politieke spectrum te zitten, met een verenigde oppositie op links. “Hoe meer voormalige Jobbikstemmers overlopen naar Mi Hazánk, hoe beter dat is voor Orbán.”

Compensatie voor Roma

Zelfs György Budaházy, een bekende nationalistische politicus in Hongarije, sprak zich daar openlijk over uit. “Laten we het onder ogen zien: Fidesz helpt Mi Hazánk op allerlei manieren, onder andere via media-aandacht,” zei hij vorig jaar tijdens een openbare bijeenkomst.

Het is commentatoren in Hongarije daarnaast opgevallen dat Orbán en de rest van zijn regering de laatste tijd vaker uitspraken doen die in lijn zijn met die van extreemrechts: onder ­andere over (anti-)lhbtq-kwesties, links-liberale ‘krachten’ die het land bedreigen, en over de Romaminderheid in Hongarije. In een pers­conferentie liet Orbán zich onlangs negatief uit over de compensatie die zijn regering ­volgens de rechter moet betalen aan een groep Romakinderen die jarenlang gesegregeerd zijn op school: ze kregen les op een andere verdieping.

László Toroczka, leider van de extreemrechtse partij Mi Hazánk, spreekt op een demonstratie tegen ‘misdadige Roma’. Beeld AFP

Orbán zei dat hij het niet eerlijk vindt de Roma geld te geven zonder dat ze ervoor gewerkt hebben: een uitspraak die in lijkt te spelen op het in Hongarije hardnekkige vooroordeel dat Roma niet werken omdat ze lui zijn. De kwestie komt binnenkort zelfs aan bod in een nieuw volks­referendum.

Wat de demonstranten in Miskolc daarin zullen stemmen, is duidelijk. “Hongaren zouden juist compensatie moeten ontvangen voor het feit dat hun kinderen samen met Romakinderen naar school moeten,” vindt demonstrant Krisztina Csereklye. “Ik ben in principe ook niet voor segregatie, maar ik wil wel dat onze kinderen in een veilige omgeving kunnen ­leren.”

Of het nu een bewuste politieke strategie is of niet: het opstoken van anti-Romasentimenten is een gevaarlijk spel. In Miskolc is een enorme hoeveelheid politie uitgerukt om de demonstranten van Mi Hazánk en honderden boze ­Roma uit elkaar te houden.

Denkbeeldige vijand

De wijdverspreide angst voor migratie is de afgelopen jaren een belangrijk ingrediënt van de populariteit van de regering-Orbán geweest, die heel uitgesproken tegen migratie is. Maar waar de ‘migrant-die-uit-is-op-je-baan’ vooral een denkbeeldige vijand is, zijn de Roma echte mensen in het Hongaarse straatbeeld: naar schatting is 5 tot 10 procent van de bevolking van ­Roma-afkomst. Haat jegens Roma heeft in het verleden al eens zes Roma het leven gekost.

Journalist Czinkóczi is bang voor wat er zal gebeuren als de publieke opinie op deze manier steeds verder naar rechts wordt gestuurd. “Het lijkt steeds normaler dat mensen dingen hardop zeggen die ze voorheen misschien alleen dachten,” zegt hij. “Als zelfs de minister-president ze zegt, waarom zou jij je dan nog inhouden?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden