Plus Reportage

Minister Bijleveld: ‘Ik wil die discussie over een Europees leger niet’

De Fransen willen een Europees leger, Nederland ziet dat niet zitten. Europees samenwerken wil het kabinet wél. Defensieminister Bijleveld liet haar Franse collega een voorbeeld van samenwerking zien in Eindhoven.

Defensieminister Ank Bijleveld (r) ontvangt haar Franse collega Florence Parly. Beeld Koen Verheijden

Mission control op Vliegbasis Eindhoven ziet er anders uit dan het befaamde mission control van Nasa in Houston. Daar zitten tientallen mensen in nette rijen achter computerschermen, hier tuurt een handjevol militairen uit Italië, Spanje, België en Frankrijk op hun beeldschermen naar de lopende missies van militaire toestellen van zeven landen, waaronder Nederland. Hier wordt nauw samengewerkt om vluchten, zestig tot tachtig per dag, zo efficiënt mogelijk te laten verlopen.

Niger

Daarom wilde minister Ank Bijleveld van Defensie dat haar Franse ambtsgenoot Florence Parly juist hier zou komen kijken. De Duitse kolonel die de baas is over de luchtverkeersleiding noemt een voorbeeld. Vorige maand vloog de Duitse luchtmacht naar Niamey, in Niger, om troepen te wisselen. Maar toen het toestel weer wilde vertrekken, bleek het stuk. Toen kwam het European Air Transport Control (EATC) in Eindhoven in actie. Verderop, in het Nigeriaanse Abuja, stond een Franse kist die nog ruimte over had. Het toestel zette koers naar Niamey, pikte de Duitse troepen op en vloog terug naar Parijs.

Vraag aan Parly of dit een opmaat is naar een Europees leger en ze begint te lachen, terwijl ze steun zoekt bij de arm van de ook grinnikende Bijleveld. De Franse president Emmanuel Macron zei november 2018 voorstander te zijn van een Europees leger. Het kabinet keerde zich daartegen, hoewel regeringspartij D66 er wél pleitbezorger van is. Die ambitie, twitterde Bijleveld toen, gaat veel te ver.

Belastingbetaler

Parly kiest, eenmaal uitgelachen, haar woorden zorgvuldig. “Dit is een heel goede stap naar een beter gebruik van de Europese defensie­middelen,” zegt ze. “Wij moeten allemaal laten zien dat we het geld van de belastingbetaler zo goed mogelijk besteden. Dit is een goed voorbeeld van hoe we samen heel efficiënt kunnen werken.”

Daar is Bijleveld ook voorstander van. Geërgerd: “Ik wil die discussie over een Europees leger niet. Dit is een voorbeeld van goede samenwerking. Samen kun je gewoon meer doen. Ik ben er erg voor dat samenwerking ook echt wat oplevert.”

Nederland heeft zelf zeven transportvliegtuigen. Dankzij het EATC kan ons land gebruik maken van een pool met zo’n 160 toestellen. Daar profiteerde ons land van nadat orkaan Irma verwoestingen had aangericht op Sint Maarten. Diezelfde dag kon er al een vliegtuig met hulpgoederen naar het Caribische deel van ons koninkrijk. Dat was geen Nederlands toestel, maar een Frans. Dat was vrij. Bijleveld tegen Parly: “Ik moet je daar nog steeds voor bedanken.”

Maar er valt nog een wereld te winnen. Nu loopt het internationale team in Eindhoven, met als voertaal ‘Allo Allo-Engels’, nog tegen praktische problemen aan. Zo moet er per land toestemming worden gevraagd als een toestel door het luchtruim wil vliegen. De zeven landen die meedoen met EATC – Nederland, Frankrijk, Duitsland, België, Luxemburg, Italië en Spanje – hebben dat onderling geregeld, maar bij de rest van de wereld kan dat soms weken duren.

Boekwerk

Ook heeft de luchtmacht van ieder land eigen regels en standaarden. De hele vierde verdieping van het EATC-gebouw is bezig van al die aparte voorschriften een uniform pakket regels te maken, waardoor samenwerking nog makkelijker wordt. Parly krijgt een dik boekwerk van al gestroomlijnde regels mee. Een officier grapt dat het heel nuttig is voor slapeloze nachten.

Als Parly, inclusief regelhandboek, weer onderweg is naar Parijs, vertelt Bijleveld dat ze aan haar Franse collega heeft gevraagd ook mee te doen met een Nederlands initiatief waardoor landen uren kunnen inkopen om tanker- en strategische vliegtuigen te gebruiken. Ze heeft goede hoop. “Net in de auto zei Parly dat vaak in grote dingen wordt gedacht als het over Europa gaat, maar dat ze het goed vond om het meer over deze kleinere dingen te hebben. Juist nu, met de Dodenherdenking en Bevrijdingsdag en straks de 75ste herdenking van D-Day in Frankrijk, is duidelijk dat we het niet alleen kunnen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.