Migranten willen naar Kroatië omdat de situatie in Bosnië vaker niet beter is dan thuis.

PlusAchtergrond

Migranten aan de Kroatische grens: ‘Als ze je pakken, ben je alles kwijt’

Migranten willen naar Kroatië omdat de situatie in Bosnië vaker niet beter is dan thuis.Beeld AFP

De Bosnisch-Kroatische grens is een van de laatste poorten die migranten een vrije doorgang naar de Europese Unie biedt. De politie van Kroatië probeert die poort dicht te houden, vaak op brute wijze. 

Sinds het einde van de oorlog, een kwart eeuw geleden, zijn de heuvels in het Bosnisch-Kroatische grensgebied geen slagveld meer. Maar voor Bosnische boeren in de buurt van de grens voelt het soms alsof de oorlog voortduurt.

’s Nachts horen ze mensen schreeuwen en overdag zien ze hoe de Kroatische politie illegale immigranten terug naar Bosnië ranselt. Soms horen ze zelfs schoten. Het komt voor dat een paar minuten later migranten dan bij hen aankloppen. Met gebroken of gekneusde ledematen of bedelend om voedsel en kleren.

“Dan moet ik weer aan de oorlog denken,” zegt boerin Merima Cutoric, die een paar meter van de grens woont. “Vooral als ik ‘s nachts geschreeuw hoor.”

Deze lap grond in het westen van de Balkan verwerkt de laatste resten van de grote migratiegolf uit 2015, toen meer dan een miljoen mensen in Europa aankwamen. Destijds staken de meesten de zee over tussen Turkije en Griekenland waarna ze doorreisden tot Hongarije, de belangrijkste etappe voordat de reis verder ging naar ‘rijke’ landen als Duitsland.

Turkije, Griekenland en Hongarije hebben zo’n reis sindsdien veel moeilijker gemaakt, met als gevolg dat de illegale migratie met meer dan 90 procent afnam. Zij die het er nu op wagen, kiezen meestal voor een route door Bosnië-Herzegovina, een land waaraan de crisis van 2015 bijna geheel voorbijging.

Tegenwoordig is de grensbewaking er minder streng dan elders en illegaal oversteken is dus per definitie minder gevaarlijk.

Twee jaar geleden trokken niet meer dan 750 migranten door Bosnië. Vorig jaar waren het er al ongeveer 29.000. De meesten zijn oorlogen of armoede in landen als Afghanistan, Irak, Marokko en Pakistan ontvlucht.

Heuvels bedekt met sneeuw en mijnen

“Het is tegenwoordig nog de enige vrij doorgang voor wie vanuit Griekenland andere EU-lidstaten wil bereiken.” zegt Peter Van der Auweraert. De Belg staat aan het hoofd van de missie van de Internationale Organisatie voor Migratie, IOM, een VN-instelling.

Maar het hangt ervan af wat je onder ‘open’ verstaat.

Om Bosnië uit te komen, moeten migranten de met ijs en sneeuw bedekte heuvels en bergen oversteken aan de noordgrens met Kroatië. Hier werd vroeger zwaar gevochten, en nog steeds liggen er landmijnen uit die tijd.

Wanneer migranten de tocht door de sneeuw hebben volbracht, wacht hen in de regel een ruw welkomstcomité aan de Kroatische zijde. Voor Noord-Europa is de crisis uit 2015 voorbij en de Kroaten zijn vastbesloten dat zo te houden.

Al meer dan een jaar houdt de Kroatische politie systematisch migranten uit Bosnië tegen. Ze worden meteen teruggestuurd, zonder de kans te krijgen asiel aan te vragen.

Beeld Laura van der Bijl

Dit zijn de ervaringen van tientallen mensen met wie we recentelijk in Bosnië spraken: migranten, streekbewoners, artsen en hulpverleners. De illegalen worden vaak mishandeld en beroofd voordat agenten ze dumpen in afgelegen gebieden als hier in Glinica.

“Als de Kroaten je pakken, ben je alles kwijt,” zegt de 24-jarige Sajid Khan. Hij ontvluchtte in 2015 de Afghaanse stad Kunduz toen de Taliban daar binnentrokken. “Ze stelen je jack, schoenen, sokken. Alleen je T-shirt en je broek mag je houden.”

De rommel in de bossen bij Glinica lijkt zijn relaas en dat van andere migranten te bevestigen. Door het bos stroomt een beek die als grenst dient. Een voetgangersbruggetje scheidt Bosnië en Kroatië. De Bosnische oever ligt bezaaid met jacks, jassen, broeken, sweatshirts en schoenen. Hier en daar liggen kapot getrapte telefoons, een tandenborstel, simkaarten, sardineblikjes en een pot olijven.

Volgens streekbewoners en herders is dit een van de plekken waar de Kroatische politie soms kortstondig Bosnisch grondgebied betreedt om de migranten te lozen die ze aan de grens hebben opgepakt of beroofd. Ook schieten agenten hier nogal eens met hun pistolen om migranten angst aan te jagen. Dat gebeurde bijvoorbeeld in oktober 2018. Ze raakten toen bijna de zoon van Merima Cuturic.

‘Gewone afranselingen’

François Giddey is in de grensregio actief voor Artsen zonder Grenzen. “We behandelen een flink aantal mensen die met geweld te maken hebben gehad,” zegt hij. Sommige patiënten meldden zich met brandwonden; bewerkt met aanstekers. Anderen werden in de ijskoude rivier onder water geduwd. Maar volgens Giddey komen ‘gewone’ afranselingen met stokken het meest voor. “Vooral op de benen en de voeten, zodat ze niet verder kunnen lopen.”

Twee Afghaanse mannen tonen ons hun onlangs gebroken polsen. Het werk van de Kroatische politie, zeggen zij. De agenten zijn zo gebrand op het uitzetten van illegalen, dat ze ook minstens drie Nigerianen hebben uitgewezen die Kroatië volstrekt legaal waren binnengekomen. Twee van hen zouden daar in november meedoen aan een tafeltennistoernooi, de derde had een geldig visum. Geen van hen had ooit eerder Bosnië bezocht. Allemaal werden ze gearresteerd in de Kroatische hoofdstad Zagreb, ver van de Bosnische grens.

In een e-mail doet het Kroatische ministerie van Binnenlandse Zaken de beschuldigingen over geweld af als ‘verzinsels’. Het zegt niets te maken te hebben met de uitwijzing van de Nigerianen en ontkent dat Kroatische agenten Bosnisch gebied binnengaan om er migranten te dumpen. ‘Het zijn valse beschuldigingen van mensen die illegaal Kroatië zijn binnenkomen en verder willen reizen naar andere landen,’ aldus Zagreb.

Migranten kiezen ook voor Kroatië omdat de omstandigheden in Bosnië vaak niet veel beter zijn dan in hun landen van herkomst. Tot begin december werden honderden migranten gehuisvest in een afgelegen kamp dat was ingericht op een voormalige vuilstortplaats, op een besneeuwde berg. Rond het kamp lag een mijnenveld dat na de oorlog nooit behoorlijk was geruimd. ’s Nachts snuffelden wilde zwijnen rond de tenten, op zoek naar etensresten. In de tenten was de grond vaak doorweekt met regenwater.

Een ironische wending

Drinkwater werd alleen verstrekt in de ochtend. De toiletten werkten niet en dus deden migranten hun behoeften deden in de modder aan de rand van het kamp.

“Dit is mensonterend,” zei de eerder genoemde Afghaan Sajid Khan op de dag voordat het kamp werd gesloten. Gedreven door honger, dorst en wanhoop stroopten migranten nogal eens een nabij dorp af op zoek naar voedsel en water. Sommigen maakten zich schuldig aan inbraak en joegen de weinige inwoners de stuipen op het lijf.

In zekere zin is het een ironische wending van de geschiedenis omdat die bewoners vaak zelf hun woningen ontvluchtten toen Bosnische, Servische en Kroatische troepen om de berg vochten. Sommigen ontfermen zich nu over de migranten en geven ze fruit en brood. Anderen zijn bang en doen hun deuren zoveel mogelijk op slot, voor de eerste maal in hun leven.

De 79-jarige Kata Majstorovic: “Ook wij hebben het moeilijk gehad, daarom geven we die mensen te eten. Maar het zijn er wel erg veel…”

Tijdens de Balkanoorlogen in de jaren negentig werden ook 250.000 Kroaten van huis en haard verdreven. Velen vluchtten naar andere delen van het land. Bovendien bood Kroatië onderdak aan ongeveer 750.000 mensen uit andere delen van de Balkan.

Geld is geen probleem

Dat de huidige hulp aan migranten in Bosnië zo beperkt is, heeft veel – zo niet alles – te maken met de nasleep van de oorlog. Het land is nog steeds langs etnische lijnen verdeeld. Om in Bosnië de vrede te bewaren, laat de zwakke federale overheid het nemen van moeilijke besluiten liever over aan regionale autoriteiten.

Dat maakt een nationale aanpak van het migratievraagstuk extra moeilijk, zeker omdat Bosnië het afgelopen jaar überhaupt geen nationale regering had. Politieke partijen konden het maar niet eens worden over de vorming van een coalitie.

Ongeveer 7500 migranten proberen nu een legaal verblijf in Bosnië te regelen, maar honderden van hen slapen in kraakpanden of bij gebrek aan voldoende officiële kampen op straat. Toch heeft de Europese Unie zo’n 36 miljoen euro vrijgemaakt om ze een beter bestaan te bezorgen. Geld is geen probleem, maar de Bosnische regering talmt om plaatsen aan te wijzen voor nieuwe kampen. Peter Van der Auweraert, de leidende functionaris van de internationale organisatie die de kampen bestuurt: “Als de politieke besluitvorming niet zo traag verliep, zouden we over genoeg kampen beschikken.”

Hoe slecht het leven in Bosnië ook is, Sajid Khan is toch blij dat hij Afghanistan ontvluchtte: “Want hier leef ik in elk geval nog.”

© The New York Times
Vertaling René ter Steege

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden