Massale remigratie: van straatarm Albanië naar Griekenland, en weer terug

Redon en Andrea Kalaveri Beeld Thijs Kettenis

Ooit gingen ze naar Griekenland om werk te zoeken. Nu het daar slechter gaat, keren veel Albanezen terug naar hun vaderland. ‘Ik vond het lastig. We waren daar echt thuis.’

Op de keper beschouwd was Redon Kalaveri (20) een Griekse jongen toen hij vijf jaar geleden in Albanië kwam wonen. Hij sprak de taal van zijn vaderland niet eens. Zijn ouders hadden hem in het Grieks opgevoed, thuis in Larisa, de stad in het midden van Griekenland waar hij opgroeide. Daar woonden ook al zijn vrienden; in Tirana kende hij vrijwel niemand.

“Kijk, zie je die loods? Die hebben wij gebouwd,” zegt hij onderweg in zijn glimmende zwarte Mercedes, zoevend over de snelweg van de hoofdstad Tirana naar het bouwbedrijf van zijn vader in de stad Lac. “En dat restaurant, de constructie daarvan is ook van ons.”

Val van het communisme

27 jaar geleden ging vader Andrea (51) juist in omgekeerde richting, van het straatarme Albanië naar Griekenland, om werk te vinden. Volgens schattingen deden zeker 600.000 landgenoten hetzelfde vanaf begin jaren negentig, toen het communistische regime viel en de grenzen opengingen. Net als vele anderen kwam Andrea terecht in de bouw, die toen floreerde in Griekenland. Zijn vrouw kwam na een tijdje over naar Larisa; ze kregen twee zoons.

Maar tijdens de economische crisis kwam de bouw in Griekenland stil te liggen. Andrea zat al snel zonder werk. “Ik kreeg een aanbod om naar Albanië te gaan,” vertelt hij nadat zijn zoon hem begroet heeft in het Grieks – de voertaal binnen de familie. “Ik vond het lastig. We waren echt thuis in Griekenland, vooral de kinderen. Maar er was geen toekomst.” Het gezin hakte de knoop door en verhuisde naar Tirana.

Precieze cijfers ontbreken omdat veel Albanezen illegaal in Griekenland verblijven of werken. Naar schatting zijn de afgelopen tien jaar meer dan 100.000 Albanezen geremigreerd – sommige onderzoekers schatten zelfs meer dan het dubbele – omdat zij in Griekenland het hoofd niet meer boven water konden houden. Velen van hen zaten in de bouw of werkten op het land. Zij probeerden in hun vaderland hetzelfde te gaan doen, tegen aanzienlijk lagere lonen. Anderen zijn hotelletjes begonnen aan de nog relatief ongerepte kust, waar steeds meer buitenlanders komen.

Mentaliteit

De re-integratie verloopt niet altijd makkelijk. “Daar was ik een Albanees, hier ben ik een Griek,” zegt vader Andrea. “Het was echt wennen in het begin,” vult zoon Redon aan. “Gelukkig is het niet moeilijk vrienden te maken in Albanië. In de klas en op voetbal heb ik de taal geleerd. Eerst door te luisteren, daarna begon ik langzaam te spreken. Gelukkig was mijn school in het begin coulant.”

De verhuizing heeft voor hen goed uitgepakt. In Albanië wordt nog steeds flink gebouwd, en het concept van metalen constructies is relatief nieuw. De Kalaveri’s komen om in het werk. “Dat komt ook door de mentaliteit. Hard werken, als het moet dag en nacht, is normaler hier. In Griekenland doen ze het allemaal wat langzamer,” zegt Andrea. Hij ziet zichzelf misschien nog wel eens terugkeren. Voor zijn zoon ligt dat anders. Die mist weliswaar het urenlang koffie drinken met vrienden op warme pleinen in de zomer. Maar hij wil met hard werken een beter bestaan opbouwen. Naast zijn werk doet hij een master bedrijfskunde. “Misschien verhuis ik wel weer, naar een West-Europees land.”

Lang niet voor alle remigranten is de terugkeer een succesverhaal. De economie van Albanië groeit gestaag maar het land behoort nog steeds tot de armste van Europa. Het werk ligt er niet voor het oprapen, en dat veel terugkeerders vergriekst zijn en nauwelijks nog een netwerk hebben, helpt ook niet.

Kapper Artur Metaj (44) belandde toen hij zes jaar geleden terugverhuisde van de regen in de drup. “Albanezen zijn niet bepaald rijk, dus ze kunnen niet zoveel uitgeven aan een kapper. Ook zijn ze conservatiever. Ze vinden het bijvoorbeeld vreemd dat ik zowel mannen als vrouwen knip. Dat schrikt af.” Hij ergert zich aan het botte gedrag van zijn landgenoten en noemt Grieken geciviliseerder.

Toch wel bekrompen

Aan de andere kant was discriminatie een van de redenen waarom het bergafwaarts ging met zijn zaak in Athene. “Toen het economisch slechter ging, vonden klanten het ineens een probleem hun geld bij een Albanees uit te geven. Zelfs de vaste. Grieken zijn toch wel bekrompen.” De eerste klappen ving hij op door personeel te ontslaan, maar uiteindelijk besloot hij met zijn vrouw en dochter zijn biezen te pakken. Hun tweede kind werd in Tirana geboren.

Al kan iedereen aan zijn accent nog steeds horen dat hij jaren in Griekenland heeft gewoond, Metaj voelt zich thuis in Tirana. Maar hij weet niet hoe lang hij nog blijft. “Ik wil een goede toekomst voor mijn vrouw en kinderen. Dat is lastig hier. Aan de andere kant, nog een keer verhuizen naar een nieuw land en opnieuw beginnen is ook niet makkelijk.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden