Pedro Sanchez, premier en leider van de sociaaldemocratische PSOE gisteren op campagne in Toledo. Zijn partij staat op voorsprong

Plus

Links leeft weer op in Spanje: 'Mijn ouders waren ook links'

Pedro Sanchez, premier en leider van de sociaaldemocratische PSOE gisteren op campagne in Toledo. Zijn partij staat op voorsprong Beeld AP

De Spaanse premier Pedro Sánchez lijkt zondag de verkiezingen te gaan winnen. Socialistische kiezers keren terug op het oude nest.

Enrique Molina zit op een bankje bij de markt van La Florida, een dichtbevolkte wijk in l'Hospitalet, een grote voorstad van Barcelona. Voor hem een verkiezingskraam van ERC, de Catalaanse republikeinen. Aan de andere kant van de straat eentje van Ciudadanos, de rechts-­liberale Burgerpartij. Ze kunnen Molina niet bekoren. "Ik heb mijn hele leven socialistisch gestemd, dat zal ik ook nu doen."

Dat 'hele leven' is relatief. Enrique Molina is 84 jaar. In 1936, het jaar nadat hij was geboren, barstte de Burgeroorlog los, drie jaar later begon de dictatuur van generaal Franco, die tot 1975 zou duren. In 1979, toen hij 44 was, mocht Molina voor het eerst van zijn leven stemmen. "Links dus, tégen dat verleden vooral. En omdat mijn ouders ook altijd links waren."

Volledig rood
Molina is het toonbeeld van de klassieke socialistische stemmer in Spanje. Waren de Spanjaarden kort na de dood van Franco nog een beetje afwachtend en won een centrumpartij, vanaf 1982 kleurde het land volledig rood, met vier oppermachtige verkiezingszeges op rij van de socialistische arbeiderspartij (PSOE) onder leiding van de populaire Felipe González, de eerste drie keer met een absolute meerderheid.

De grote, en de enige tegenstander was de conservatieve Volkspartij (PP). Veel meer keus was er nooit, buiten de in Catalonië en Baskenland sterke regionale partijen. De Spanjaard koos of links of rechts; een duidelijke scheiding - mede erfenis uit die Burgeroorlog en de dictatuur - die tot en met 2011 bestond.

En l'Hospitalet, waar Molina woont, stemde links, zoals de hele 'rode ring' van arbeiders­steden rond Barcelona. Met een paar miljoen waren de immigranten uit de armere regio's van Spanje er in de jaren vijftig en zestig neergestreken.

Met bussen vol
"De meesten van ons zijn altijd vrij trouw aan de socialisten gebleven," zegt Molina. "Wat wil je ook, in wijken als deze. Ik heb een jong stel als buren, met één dochtertje. Ze verdienen ieder 1000 euro per maand, 900 daarvan gaat aan de huur op. Het meisje moet tussen de middag op school blijven eten, want zij werken."

"Trek andere vaste lasten ervan af, en ze houden bijna niets over. De conservatieven gaan hun echt niet helpen, die willen het minimumloon weer ver­lagen, net nadat Sánchez het naar 900 euro heeft verhoogd."

Maar de stad die tot twintig jaar geleden een Andalusisch bastion was, herbergt nu grote gemeenschappen uit vooral Zuid-Amerikaanse landen. Van de 260.000 inwoners komen er 52.000 uit het buitenland. Molina ziet het, net als veel generatiegenoten, met lede ogen aan.

"Toen er vroeger geen werk was, stuurden ze ons weer met bussen vol terug naar onze dorpen in Andalusië. Dat zouden ze nu met deze mensen ook moeten doen, met het vliegtuig terug naar hun land."

Het is echter geen reden voor hem om op de extreemrechtse, xenofobische Vox te stemmen. "Dat zijn fascisten, en we weten wat het fascisme ons heeft gebracht.'' Niettemin leidden de toestroom van immigranten, maar ook het opgeleefde Catalaanse nationalisme én de reactie vanuit conservatief Spanje daarop voor sterke verschuivingen in steden als l'Hospitalet. De socialisten raakten er hun hegemonie kwijt.

De verkiezingen van 2015 zorgden voor een electorale aardverschuiving in het hele land. De PSOE, op links, en de PP, op rechts, kregen concurrentie van nieuwe partijen als Podemos en Ciudadanos. Die blijken echter hun greep naar de macht niet verder te kunnen doorzetten.

Op rechts heeft Vox zich met zijn oerconservatieve ideeën gemeld, om vooral nog meer stemmen van een noodlijdend PP af te snoepen, en op links lijken de kiezers voor een 'nuttige' stem op de PSOE van Sánchez te gaan. Die zou volgens de polls van 85 naar 130 zetels stijgen (in een parlement van 350) en de PP (van 137 naar 75) aflossen als grootste partij.

Volgens de laatste peilingen weet bijna een op de vier kiezers nog niet op wie hij gaat stemmen. Twee televisiedebatten tussen de kandidaten van de vier grootste partijen lijken geen grote verschuivingen te hebben opgeleverd. Vox was door de kiesraad van de debatten uitgesloten omdat het nu nog geen vertegenwoordiging in het parlement heeft.

Molina heeft zich niet door de tv laten leiden. "Ik ben en blijf socialistisch. Vooraf wist je toch al wat ieder van hen in zo'n debat zou zeggen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden