PlusInterview

Koen Arts sliep een jaar buiten: ‘Voor natuur hoef je de stad niet uit’

Om de echte verbinding met de natuur te vinden besloot universitair docent Koen Arts een jaar lang buiten te slapen. Zijn belevenissen schreef hij op in Wild jaar, een boek over nattigheid, kou en gebrek aan comfort. ‘Een simpel kampvuur opent een groene wereld.’

Koen Arts steekt de kachel in zijn tent aan. Beeld Otto Kalkhoven
Koen Arts steekt de kachel in zijn tent aan.Beeld Otto Kalkhoven

‘Zo zitten we onder de bomen waartussen de maan kiekeboe zegt, en waarin een gaai beweegt in een grijze sfeer van aan- en afwezigheid, van wel of geen blauwe veer. De kachel tikt van de warmte als een spinnende Europese wilde kat en wij heffen na een werkdag het glas op een koude nacht die komen gaat. We bevinden ons in een tijdruimte waarin het verlangen naar natuur ophoudt, en al die dualismen tussen natuur en cultuur, binnen en buiten, gecontroleerd en wild, sleur en levenskunst, wasmachine en rookgeur in het haar, verstand en hand, schone onderbroek en zwarte lijn onder nagelrand, samenvloeien.”

Dit was een van de 365 nachten die Koen Arts beschrijft in zijn boek Wild jaar dat onlangs is verschenen. Een heel jaar verbleef hij buiten, de eerste periode slapend onder de blote hemel of onder een simpel zeil en later in een tipi.

“Als kind, als student en later in mijn beroep: ik ben mijn hele leven bezig met natuur. Onlangs realiseerde ik me echter dat ik erover praatte en er les over gaf, maar dat ik de echte verbinding met de natuur aan het verliezen was,” zegt Arts. “Dat voelde verkeerd. Het was voor mij de reden om een jaar lang meer tijd buiten dan binnen door te brengen. Dat wil zeggen tenminste twaalf uur per dag.”

U begint Wild jaar met uw moeder die de waaromvraag stelt.

“Het ging mij niet alleen om het herstellen van mijn eigen band met de natuur; ik was ook benieuwd of ik nog wildheid kon vinden in een land zonder wildernis. Waarom ik op zoek was naar die wildheid is een moeilijke vraag. Ik ben gefascineerd door de natuur en wilde graag eens uit mijn comfortzone en de sleur doorbreken om de natuur anders, dat wil zeggen intensiever te ervaren. Daar zat ook vast iets van een romantisch verlangen achter.”

Ik denk eerder aan miserabele omstandigheden dan aan romantiek.

“Buiten word je uitgedaagd. Je wordt nat, koud of mist het comfort, wat het genieten in de weg kan staan. Maar uit onderzoek blijkt dat natuur enorm belangrijk is voor ontspanning, inspiratie, gezondheid. Als ik aan natuur denk, vraag ik me meteen af hoe het zal zijn. Bijvoorbeeld als ik op expeditie ga in de tropen of een wandeling maak ik de bossen in Nederland. Dat is vaak toch anders dan we denken, en op het moment dat je je handen en zintuigen gaat gebruiken en je smerig wordt, krijg je een realistischer beeld van de natuur en voel je de kern van de uitdagende relatie die we met elkaar hebben.”

Wat was de mooiste plek in Nederland waar u geweest bent?

“Als ik een bepaald gebied noem, zeg ik dat je natuur ergens anders moet gaan zoeken. De kern van mijn verhaal is echter dat je ook in een achtertuin of in een stad kunt worden uitgedaagd als het gaat om primaire levensbehoeftes of om verbondenheid met de natuur te voelen via bijvoorbeeld een zingende merel. Maar als ik dan toch iets moet zeggen dan zijn het de bossen in Drenthe, die van het Dwingelderveld en het Drents-Friese Wold. Daar vind je wildernis in de Nederlandse context.”

Tijdens het jaar ging uw werk als universitair docent gewoon door. Dat lijkt me een lastige combinatie.

“De meeste van mijn studenten hebben gelukkig wat met groen, dus er was begrip. Maar af en toe was het behelpen als ik de collegezaal in liep en er op de plek waar ik de nacht had doorgebracht geen wasfaciliteiten waren. Ik stonk dan naar rook en zag er denk ik ook een tikje verwilderd uit. Maar juist die dagen kreeg ik ook enthousiaste vragen van studenten die er meer van wilden weten. Gedurende het jaar hebben ook familie en vrienden rondom het vuur gezeten om te ervaren hoe dat precies is. Bij velen van hen zagen we ook het innerlijk vuur aanwakkeren.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

Koen Arts: 'Op het moment dat je je handen en zintuigen gaat gebruiken en je smerig wordt, krijg je een realistischer beeld van de natuur.' Beeld Otto Kalkhoven
Koen Arts: 'Op het moment dat je je handen en zintuigen gaat gebruiken en je smerig wordt, krijg je een realistischer beeld van de natuur.'Beeld Otto Kalkhoven

Vuur beschrijft u bijna als mythisch fenomeen.

“Vuur brengt je terug bij de evolutionaire wortels van de mens. Je staart in het vuur alsof je naar Netflix kijkt. Het werd voor mij onmisbaar. Zonder vuur word je koud en raak je onderkoeld. Daarnaast heeft vuur een mentale uitwerking; het geeft je een gevoel van veiligheid en geborgenheid. Met een vuur wordt een donkere, koude plek een thuis.”

Was er een moment dat er voor u uitsprong?

“Ik herinner me een ijskoude winterochtend. De avond ervoor had ik veerstokjes gesneden en hout gespleten zodat ik binnen een paar seconden een vuur aan het branden had. Het was een soort hergeboorte en ik realiseerde me dat natuurbeleving niet per se hoeft te draaien om bos of biodiversiteit: een simpel kampvuur opent een groene wereld.”

Wat heeft u het vooral geleerd in het jaar?

“De bevestiging van de hypothese dat je in Nederland een betekenisvolle verbinding met de natuur kunt maken. Ook als je een drukke baan hebt en zelfs als je in Amsterdam woont. Dat is een hoopvolle boodschap voor een sterk geürbaniseerd land dat zich nu ook nog in een lockdown bevindt.”

Aan het einde van het boek zegt u dat u liever naar de Veluwe gaat dan naar het Westerpark.

“Enerzijds is er wildernis als iets biofysisch: het land, de planten, de dieren. Anderzijds is er wildheid als een subjectieve ervaring. Mijn pleidooi is dat je wildheid kunt vinden zonder de biofysische wildernis, maar het blijft een gegeven dat als je je aangetrokken voelt door natuur, je dan vaker de Veluwe wilt bezoeken dan het Westerpark. En dat je liever in de Canadese bossen bent dan op de Veluwe. Dat is de kracht van de biofysische wildernis en haar natuurlijke autonomie.”

U heeft nu twee jonge kinderen. Zou u het ooit weer doen?

“Jazeker, al is onze situatie wel flink veranderd. Onze dochter van twee is dol op natuur en trekt ons vaak naar buiten. En onze baby slaapt heel goed buiten, maar koelt er snel af. Het maakt het experiment wel interessanter.”

Koen Arts

Nijmegen, 15 juni 1982

Koen Arts groeide op op het platteland van Noordoost-Brabant. Hij studeerde bos- en natuurbeheer in Wageningen en filosofie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Arts promoveerde in Schotland op een proefschrift over rewilding en herintroducties van diersoorten. Hij werkte in India en in Brazilië en is als universitair docent en onderzoeker sinds vijf jaar verbonden aan de Wageningen University & Research waar hij zich toelegt op mens-natuur relaties.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden