PlusUitleg

Klimaattop in Glasgow: deze 5 hobbels moeten overwonnen worden

Leden van milieu-actiegroep Ocean Rebellion demonstreerden gisteren in Glasgow voor het terugdringen van het gebruik van fossiele energie. Beeld EPA
Leden van milieu-actiegroep Ocean Rebellion demonstreerden gisteren in Glasgow voor het terugdringen van het gebruik van fossiele energie.Beeld EPA

Zondag begint de VN-Klimaattop in Glasgow. De onderhandelaars hebben deze vijf hobbels te overwinnen om tot harde afspraken te komen.

Bart van Zoelen

1. Gierende haast

Hobbel nummer één is de gierende haast die gemoeid is met de bestrijding van klimaatverandering. Voor kleine eilandstaten in de Stille Zuidzee is het om mismoedig van te worden. Omdat deze eilanden letterlijk alles te verliezen hebben bij een stijgende zeespiegel kwam op hun aandringen in het Parijse Klimaatakkoord van 2015 de extra ambitie om de opwarming als het ook maar enigszins kan onder de 1,5 graden Celsius te houden, bovenop het door 195 landen omarmde besef dat een 2 graden warmere wereld moet worden voorkomen.

Maar inmiddels is het al 1,1 graden warmer dan tijdens de industriële revolutie, bleek deze zomer uit een alarmerend rapport van het VN-klimaatpanel IPCC. Er is nog maar zo’n tien jaar tijd om te voorkomen dat de opwarming boven de anderhalve graad komt. Dat rapport vestigde eens te meer de aandacht op de klimaattop in Glasgow als misschien wel de laatste kans om klimaatverandering binnen de perken te houden – en niet alleen voor de kleine eilandstaten.

2. Juristerij over de rapportage van klimaatdoelen

In Parijs heeft de wereldgemeenschap dus een ferm doel gesteld om de opwarming van de aarde onder de 2 graden te houden, maar daar bleef het bij. Wat dit doel betekent voor individuele landen werd bewust niet vastgelegd, ook al omdat bij eerdere klimaattoppen zoals die van 2009 in Kopenhagen was gebleken dat regeringsleiders bij bindende afspraken niet bereid zijn het allesoverkoepelende doel te omarmen. De vraag welke opgave individuele landen voor hun rekening nemen, is de hete aardappel die naar Glasgow is doorgeschoven.

Landen en de EU als geheel hebben daarvoor zogeheten Nationally Determined Contributions (NDC’s) ingediend. De moeilijkheid daarbij is dat deze ambities niet kunnen worden afgedwongen door de internationale gemeenschap. Wat volgt, is een oeverloze discussie vol juristerij over de manier waarop deze beloftes worden ingelost, vastgelegd en verantwoord, zodat de rest van de wereld ervan op aan kan. Dat de ambities op uiteenlopende manieren zijn geformuleerd, met bijvoorbeeld een ander jaar als vertrekpunt, maakt het er allemaal niet overzichtelijker op. Afspraken over de manier van rapporteren zijn dan weer cruciaal voor een handelssysteem in emissierechten.

3. Tekortschietende ambities

In Parijs werd afgesproken dat landen elke vijf jaar nieuwe NDC’s indienen, maar meteen blijkt nu dat die actieplannen ruimschoots tekortschieten. Maar een deel van de landen heeft ze op tijd ingediend. Een VN-orgaan heeft ze deze week grondig tegen het licht gehouden en uitgaande daarvan zou de wereld eind deze eeuw afstevenen op een temperatuurstijging van 2,7 graden.

Het helpt wel dat veel landen een jaartal noemen waarin ze de uitstoot van broeikasgassen netto tot nul willen hebben gereduceerd. Dat kan de opwarming met nog een halve graad beperken, waardoor die op 2,2 graden uitkomt. Maar ook daarmee mogen we onszelf niet rijk rekenen. Veel landen hebben die langetermijndoelen niet wettelijk vastgelegd en het schort aan concrete plannen. Daarbij wekt het geen vertrouwen dat er al een groot gat gaapt tussen de actieplannen uit de NDC’s en de progressie die landen daadwerkelijk hebben geboekt.

4. De kloof tussen arm en rijk

Een klassieker op klimaattoppen, maar ook in Glasgow weer een valkuil, is de kloof tussen arme en rijke landen. De laatste groep heeft bij de opbouw van hun economie flink geprofiteerd van de industriële uitstoot van broeikasgassen. Al lang staat de belofte om vanaf 2020 een fonds van 100 miljard dollar (ruim 86 miljard euro) per jaar te vullen voor klimaatmaatregelen in arme landen, maar daarvan is pas 80 miljard dollar toegezegd. Op hun beurt dringen arme landen aan op schadevergoeding. Ze worstelen bijvoorbeeld nu al met klimaatvluchtelingen als gevolg van broeikasgasuitstoot waar zij part noch deel aan hebben gehad.

Wat het extra ingewikkeld maakt, is dat landen zich snel ontwikkelen. India is inmiddels op China en de VS na de grootste uitstoter van CO2, maar onderstreept graag de historische verantwoordelijkheid van het Westen. India bindt zich daarom liever niet aan langetermijndoelen, terwijl daar gezien de afhankelijkheid van steenkool nog een wereld te winnen valt. Als een van de weinige landen ligt India met zijn NDC mooi op schema, maar andere landen zullen zeggen dat het tijd is om een tandje bij te schakelen.

5. Uiteenlopende belangen

Alle landen hebben hun eigen belangen en die spreken een stevig woordje mee bij de onderhandelingen – bij landen die veel steenkool uit de grond halen bijvoorbeeld, zoals Zuid-Afrika en Australië. Omdat afdwingen niet gaat, moeten landen verleid worden tot een extra inspanning door zelf het goede voorbeeld te geven. Dat is ook de kaart die de Europese Unie trekt met zijn Green Deal. Daarvoor werd eerder dit jaar het streven om in 2050 klimaatneutraal te zijn kracht bijgezet door de doelstelling voor 2030 te verhogen. Niet langer is 40 procent reductie van de uitstoot van broeikasgassen het EU-doel, maar 55 procent.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden