PlusReportage

Kiev oefent alvast op het verzorgen van de gewonden ‘Hoe snel kan iemand doorbloeden?’

In Oekraïne is de bereidheid onder burgers om het land te verdedigen groot. Vooral trainingen in ‘eerste hulp’ zijn populair. ‘Als er iets gebeurt, willen we gewonde soldaten kunnen helpen.’

Michiel Driebergen
Veteranen trainen burgers in Kiev.  Beeld REUTERS/Gleb Garanich
Veteranen trainen burgers in Kiev.Beeld REUTERS/Gleb Garanich

In het Sjevtsjenkopark kuieren verliefde stelletjes door de sneeuw en spelen oude mannen hun potje schaak. En in een kelder in een naastgelegen gebouw bereidt een groep mensen zich voor op oorlog. Je komt er alleen door met andere bezoekers mee te glippen: een kunstig vormgegeven hek van metalen traliewerk door, een binnenplaats over en een trap af.

“Als de situatie verslechtert, kom dan hierheen. Dan beslissen we samen wat we gaan doen,” zegt de leider van het stel, Dmitro Kortsjinski, een man met een grote snor. Zijn gehoor bestaat uit een dertigtal mannen en vrouwen.

‘Als er oorlog komt, zullen we vechten’

In tijden van oorlog is Oekraïne afhankelijk van burgers. Dat was in 2014 en 2015 zo, toen het conflict uitbrak in het oosten van het land en het officiële leger ongetraind en ongemotiveerd bleek. Tienduizenden mensen bewapenden zich vrijwillig, vormden bataljons, en trokken ten strijde tegen door Rusland gesteunde milities. Nu een uitbreiding van het conflict mogelijk lijkt, zijn ze er opnieuw klaar voor. “Als er oorlog komt, zullen we vechten,” aldus Dmitro Kortsjinski.

In het zaaltje, dat aan een klein orthodox kerkgenootschap toebehoort, bestaat de voorbereiding vooralsnog uit een training eerste hulp, ofwel ‘tactische geneeskunde’. De situaties die worden nagebootst gaan niet over ongevallen in het verkeer, maar over gevechtssituaties. “Als je een gewonde wilt behandelen, volg altijd het bevel van de commandant,” aldus de ‘paramedik’ in legeruniform die de training verzorgt. “Sluipschutters wachten op mensen die te hulp schieten. Dan slaan ze vaak opnieuw toe.”

Ook het oefenmateriaal – de ‘mannequin’, zoals de leraar hem noemt – belichaamt de echte oorlog. Het gaat om een jonge, grote man met een baard, die tijdens een gevecht in Oost-Oekraïne de onderkant van zijn been verloor. Hij gaat op de mat liggen en schuift zijn prothese eraf, om de deelnemers de gelegenheid te geven te oefenen met het aanleggen van een tourniquet. “Hoe snel kan iemand doodbloeden?” vraagt een van hen. “Binnen drie minuten,” antwoordt de trainer.

De kern van het kerkgenootschap blijkt te bestaan uit een klein vrijwilligersbataljon, dat in 2014 actief was aan het front. Toen de regering in 2016 alle burgerstrijders onder het commando van het leger besloot te brengen, richtte Kortsjinski zich op de groei van de kerkgemeenschap. “De afgelopen jaren zijn we altijd paraat gebleven,” zegt hij. Om vervolgens uit te leggen waarom gewone burgers zo actief zijn in het conflict. “Rusland heeft een sterke staat, Oekraïne heeft die niet. Als de Oekraïense instituties wegvallen, moet de samenleving de oorlog kunnen voortzetten.”

‘Als er iets gebeurt, willen we kunnen helpen’

Of de eerste hulp op het slagveld in de praktijk zal moeten worden gebracht, weten de deelnemers niet. “We horen allerlei berichten, maar misschien gaat het slechts om een informatiecampagne,” aldus Maria Мiskiv, een jonge vrouw met een lange vlecht, die in het dagelijks leven advocaat is. “Zeker, we kunnen oorlog verwachten. Maar in die situatie bevindt Oekraïne zich al acht jaar.” De training is voor haar een manier om zelfvertrouwen te kweken. “Als er iets gebeurt, willen we betrokken zijn. Dan willen we gewonde soldaten kunnen helpen.”

Uit recent onderzoek van het Kievse International Institute of Sociology blijkt dat bijna de helft van de Oekraïners een Russische invasie als een mogelijkheid beschouwt. In dat geval zegt een derde van de Oekraïners bereid te zijn zich gewapend te verzetten, nog eens een vijfde wil zich op een andere manier teweerstellen tegen de Russen.

Velen keerden terug in een kist

Volgens de zus van Maria, Hanna Miskiv, beseffen Oekraïners nu des te meer dat het leger hulp nodig heeft. “Als we niks doen, komt de oorlog sowieso naar ons toe,” gelooft ze. De ‘mannequin’ die gewond raakte op het slagveld is haar verloofde. De zussen komen uit een kleine stad in het westen van het land. Vanuit die regio trokken veel Oekraïners ten strijde – en velen keerden terug in een kist.

Onder de gesneuvelden waren veel vrijwillige soldaten, zegt de trainer, die de naam Jevgeni Pjankov draagt. Als paramedicus werkte hij onder andere met het zogeheten Donbasbataljon, dat veel hoogopgeleide burgers als strijders kende. Die hadden aanvankelijk geen enkele gevechtservaring. “Hun patriottisme was van een hoog niveau, maar dat was hun onervarenheid ook,” vertelt hij. “Ze stierven met tientallen tegelijk.”

De belangstelling voor zijn training eerste hulp is zo groot, dat Jevgeni Pjankov vanaf nu een maand lang drie keer per week een avond aan de slag zal zijn. Zijn cursus is in de eerste plaats bedoeld voor voormalige strijders, veteranen met oorlogservaring, die hun kennis over ‘eerste hulp’ willen opfrissen. “Als er oorlog komt, zullen alle mannen die ooit als vrijwilliger vochten opnieuw naar het front trekken,” weet hij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden