PlusInterview

Journalist Massoud Hossaini wist net op tijd van Afghanistan naar Nederland te vluchten: ‘Ik stond op een dodenlijst’

De Afghaanse prijswinnende oorlogsfotograaf Massoud Hossaini kwam vlak voor de val van Kabul met een van de laatste lijnvluchten naar Nederland. Hij hoopt dat Nederland ruimhartig is in het toelaten van landgenoten. ‘Mensen die het land hebben helpen opbouwen zitten nu in grote nood.’

Salima Mazari, een van de drie vrouwelijke gouverneurs die Afghanistan had, eind juni. Time berichtte deze week dat zij naar de VS is gevlucht. Beeld Massoud Hossaini
Salima Mazari, een van de drie vrouwelijke gouverneurs die Afghanistan had, eind juni. Time berichtte deze week dat zij naar de VS is gevlucht.Beeld Massoud Hossaini

Op tafel staat een klein flesje met wat aarde, afkomstig uit de tuin van zijn vader, in de hoek van de kamer een grote, stoffige koffer met daarin een berg kleren en schoenen. “Die heb ik in alle haast gepakt,” zegt de Afghaanse oorlogsfotograaf Massoud Hossaini. “Mijn fototoestellen, laptop, harddisks met al mijn werk en die koffer, dat is alles wat ik nog heb. Geld kan ik niet meer opnemen, want mijn Afghaanse bankrekening is niet meer toegankelijk. Geen idee of ik er ooit nog bij kan komen,” zegt hij berustend.

Hossaini is sinds 16 augustus in Nederland. De locatie waar hij verblijft wil hij om veiligheidsredenen geheim houden.

Hossaini zit dag en nacht aan de telefoon. Hij belt met collega’s, vrienden en dierbaren. Hij mag dan net op tijd zijn weggekomen uit Kabul, veel mensen die hij kent zitten in doodsnood ondergedoken en vrezen voor de klop op de deur door de Taliban. Over de nabije toekomst van zijn vaderland is Hossaini somber. “Ik weet niet of ik mijn land ooit nog terugzie,” zegt hij. “De Taliban hebben de beschikking over een enorm wapenarsenaal, ze zijn de machtigste terreurgroep ter wereld.”

Hij pleit voor een ruimhartig toelatingsbeleid van Afghanen door het Westen en ook door de Nederlandse regering. Het is momenteel onderwerp van hevige discussie in politiek Den Haag, met het vertrek van Sigrid Kaag als demissionair minister van Buitenlandse Zaken afgelopen donderdag tot gevolg en Ank Bijleveld (Defensie) vrijdag. “Tienduizenden burgers hebben zich de afgelopen ­jaren met hart en ziel ingezet voor de ontwikkeling van Afghanistan,” zegt hij. “Ze stonden pal voor vrouwenrechten, voor onderwijs en gezondheidszorg. Vaak werkten ze samen met westerse landen, ook met Nederland. Ik ken talloze mensen die vastzitten in Kabul, die moeten vrezen voor hun leven. Die kun je niet in de steek laten.”

Pulitzer Prize

Hossaini deed de afgelopen twintig jaar verslag van de oorlog in Afghanistan. In 2012 won hij de Pulitzer Prize met een nieuwsfoto van een met bloed overdekt meisje dat in shock tussen doden en gewonden staat na een aanslag. In de laatste twee maanden voor de val van Kabul was hij een van de weinige journalisten die naar de frontlinie durfde af te reizen waar hij de opmars van de Taliban vastlegde.

Hossaini heeft geluk gehad. Op 14 augustus slaagde hij erin met een van de laatste lijnvluchten vanaf het vliegveld van Kabul via Istanboel naar Nederland te komen. Op diezelfde dag viel de Afghaanse hoofdstad in handen van de Taliban, een dag later gingen de beelden de wereld over van duizenden mensen die de landingsbanen bestormden in de hoop weg te komen. “Als ik nu nog in Kabul was geweest, had ik groot gevaar gelopen,” zegt hij. “Van medewerkers van de nu niet meer bestaande geheime dienst hoorde ik al een paar maanden geleden dat ik op een dodenlijst stond. In veel interviews heb ik me de afgelopen jaren fel tegen de Taliban uitgesproken.”

Voor de buitenwereld leek het erop alsof het er in Afghanistan de afgelopen twee jaar vrij rustig aan toe ging. Sinds oud-president Donald Trump had aangekondigd dat de Amerikaanse troepen het land zouden verlaten, onderhandelden de Amerikanen en Taliban met elkaar, en vonden er weinig gevechten plaats. Maar in de loop van 2020 vonden er – zonder dat er internationaal veel ruchtbaarheid over ontstond – in de steden die onder controle van de regering stonden targeted killings plaats op journalisten en mensenrechtenactivisten.

Op 7 november 2020 kwam collega-journalist en goede vriend Yama Siawash om het leven bij een bomaanslag toen hij in Kabul voor zijn huis een luchtje stond te scheppen. ‘Nieuwe fase in de oorlog,’ schreef Hossaini toen op Twitter. ‘Deze aanslag is het bewijs voor de voortdurende onveiligheid voor journalisten en activisten. We bevinden ons in de frontlinie van de strijd tegen de terreur.’

Een andere wind

Na de aanslag op zijn collega was het Hossaini duidelijk: er waaide een andere wind in Afghanistan – hij was zijn leven niet zeker meer. Ook hij kreeg regelmatig bedreigingen, waaruit bleek dat ze wisten waar hij woonde. Na de moord op zijn collega besloot hij ondergronds te gaan. De huur van zijn appartement zegde hij op en ging niet langer meer de straat op. Hossaini: “Ik durfde niet meer naar buiten, ik verplaatste me in Kabul per auto van de ene locatie naar de andere, ik was onzichtbaar geworden.”

Met vooruitziende blik diende Hossaini deze zomer een aanvraag in voor een werkvergunning in de Verenigde Staten. Daarnaast vroeg hij om een tijdelijk visum bij de Nederlandse ambassade die op dat moment nog open was. Bij de ambassade was hij als prijswinnende fotograaf geen onbekende. Daarbij kwam dat Hossaini in 2019 al zes maanden in Nederland was geweest om te herstellen van de gevolgen van een bomaanslag. “Ze wisten dat ik gevaar liep.”

Die aanslag door IS vond plaats op 30 april 2018 in Kabul en door de drukgolf die de bom veroorzaakte werd Hossaini omvergeblazen, waarbij hij zijn rug beschadigde. Als door een wonder werd hij niet geraakt door bomscherven. Hij kreeg nachtmerries en had last van herbelevingen. Hij kwam in contact met de organisatie Defenders in Dordrecht die hem de mogelijkheid bood een half jaar in Nederland te verblijven voor herstel.

Milities in Herat op 2 augustus, toen ze de Taliban nog af wisten te houden. Herat viel na twee weken strijd op 13 augustus in handen van de Taliban. Beeld Massoud Hossaini
Milities in Herat op 2 augustus, toen ze de Taliban nog af wisten te houden. Herat viel na twee weken strijd op 13 augustus in handen van de Taliban.Beeld Massoud Hossaini

Deze zomer maakte Hossaini drie reizen naar de frontlinie samen met de Australische Afghanistan-veteraan Lynne O’Donnell. Het waren gevaarlijke reizen, het tweetal behoorde tot de weinigen die het nog aandurfden op pad te gaan. “We verplaatsten ons per auto om niet gezien te worden, liepen nooit op straat, interviewde mensen in huizen of kantoren en gingen dan snel weer verder,” zegt Hossaini.

Hun reportages, die verschenen in het Amerikaanse Foreign Policy, hadden grote voorspellende waarde, én leverde ze een vloed aan bedreigingen op van Talibanaanhangers. Ze beschreven in juli hoe in verafgelegen gebieden dorpsmilities zonder enige hulp van de overheid probeerden stand te houden tegen de Taliban. Later die maand waren ze in een dorp in de provincie Bamyan waar Talibanstrijders via de moskee de bewoners opriep om jonge ongehuwde meisjes aan te melden, die als seksslaven moesten dienen. Talibanstrijders gingen van huis tot huis om te controleren wat voor meisjeskleren er in de kledingkasten hingen. Hossaini: “Ik wil er niet eens aan denken hoe de situatie daar nu is. De komende tijd zullen vrouwen worden misbruikt, zal er worden gemoord, gemarteld en veel bloed worden vergoten.”

Op 2 augustus gingen O’Donnell en Hossaini naar de West-Afghaanse stad Herat, waar de Taliban op dat moment al in de buitenwijken stonden. De weg tussen het vliegveld en de stad was op sommige plekken in bezit van de Taliban en op andere plekken in handen van wat Hossaini de ‘opstandelingen’ noemt – lokale milities. Het leger was nergens te bekennen. De journalisten slaagden erin naar de stad te komen, gingen naar de frontlinie, en zagen daar hoe de stad verdedigd werd door vaak piepjonge strijders zonder enige oorlogservaring. In de nachten vonden hevige bombardementen plaats, het vliegveld ging tijdelijk dicht na een raketaanval.

Zo snel mogelijk weg

Voor Hossaini en O’Donnell bestond er geen twijfel meer: de Taliban was niet te stoppen. Herat zou snel in hun handen vallen en Kabul zou rap volgen, ook al zeiden analisten van de CIA dat het nog wel drie maanden zou duren. “Wat ze zeiden klopte gewoonweg niet. Wij zaten in het veld, zij ergens op een kantoor in de VS.” Het tweetal slaagde erin per vliegtuig weer naar Kabul te komen voordat de stad viel. In de Afghaanse hoofdstad leek op dat moment – op 5 augustus – de oorlog ver weg. Maar Hossaini aarzelde niet: hij moest zo snel mogelijk weg zien te komen en kocht een enkele reis Amsterdam voor zondag 15 augustus.

Op zijn voorlaatste avond in Afghanistan organiseerde hij een samenzijn met zijn vrienden, zoals die er zo vaak waren geweest. Ze troffen elkaar in een huis van een van hen, aten, dronken, en spraken over de situatie in het land. Hossaini zat er met een dubbel gevoel. Hij wist dat hij zijn vrienden lange tijd en misschien wel nooit meer zou zien, toch vertelde hij niemand dat hij de dag erop zou vertrekken. Hij wilde koste wat kost voorkomen dat de Taliban hem op het laatste moment te grazen zou nemen.

In de nacht van zaterdag 14 op zondag 15 augustus werd Hossaini om één uur in de nacht wakker van het geluid van zijn telefoon. Het ene bericht na het andere kwam binnen. De opmars was nog sneller gegaan dan hij dacht: de Taliban stonden voor de poorten van de stad. Rond vijf uur in de ochtend gooide de fotograaf gehaast kleren in zijn koffer, haalde zijn collega O’Donnell op en samen haastten ze naar het vliegveld. Onderweg waren de straten verlaten, controleposten onbemand, politie was nergens te zien.

Het vliegveld functioneerde op dat moment nog min of meer, al was het er vol met angstige mensen die weg wilden komen. Bij de gates trof Hossaini een mensenrechtenactiviste. “Is dit het einde van Afghanistan zoals we dat de afgelopen twintig jaar hebben opgebouwd?” vroeg ze. “Ik vrees het wel,” antwoordde Hossaini. Om kwart voor tien in de ochtend steeg het vliegtuig op. Toen de twee een paar uur later in Istanboel landden, zagen ze via nieuwssites dat Kabul volledig in handen van de Taliban was gevallen.

Twee keer gevlucht

De Afghaanse Massoud Hossaini (1981) is opgegroeid als vluchteling in Iran, waar zijn ouders naar toe waren gegaan om te ontkomen aan de bloedige burgeroorlog in eigen land. Pas in 2001, nadat de Taliban waren verslagen, keerde hij met zijn familie terug. Hij was toen een twintiger en rolde al snel in de fotojournalistiek. In 2007 begon hij bij het persbureau Agence France Press, en tussen 2007 en 2014 stapte hij over naar Associated Press. Dat fotopersbureau weigerde hem na de aanslag in 2019 financieel te ondersteunen (‘Toen ik ze om hulp vroeg, hebben ze me gedumpt, ze waren bang dat ik ze geld zou gaan kosten’), waarna hij als freelancer verder ging.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden