PlusTen Slotte

John Lewis (1940-2020): pionier en icoon in de strijd tegen racisme

Met het overlijden van John Lewis is de laatste van zes legendarische zwarte burgerrechtenactivisten uit de jaren 60 niet meer. Lewis riskeerde zijn leven in de strijd tegen racisme. Op de lange weg naar gelijke rechten voor zwarte Amerikanen groeide hij uit tot een icoon van geweldloos verzet.

John Lewis.Beeld Hollandse Hoogte / AFP

De toespraak van John Robert Lewis (1940) na de beroemde Mars naar Washington, op 28 augustus 1963, was in essentie krachtig. Hij bekritiseerde onder anderen president John F. Kennedy, die in Lewis’ ogen te weinig deed om racisme, discriminatie en geweld tegen vreedzame demonstranten te stoppen.

“Door de krachten van onze eisen, onze vastberadenheid en onze aantallen, zullen we het gesegregeerde zuiden in duizend stukken splitsen en ze samenvoegen in een beeld van God en democratie,” zei Lewis.

Zijn toespraak werd slechts een voetnoot in de geschiedenisboeken. Omdat na hem Martin Luther King een toespraak hield met de onsterfelijke woorden ‘I have a dream’.

Toch is Lewis een icoon in de zwarte burgerrechtenbeweging. Hij stond daar voor zo’n 250.000 mensen in de National Mall, het gebied tussen het Capitool en het monument voor George Washington, de eerste Amerikaanse president.

Met zijn 23 jaar was hij de jongste spreker op die gedenkwaardige dag. Hij behoorde in de jaren 60 tot de ‘Grote Zes’, een groep zwarte burgerrechtenactivisten, onder wie ook King.

Bibliotheekpasje

Lewis groeide op in Troy, op het platteland van Alabama, een van de meest conservatieve en racistische zuidelijke staten in die periode. Lewis wist niet beter dan dat wit en zwart gescheiden leefden. Toen hij zes was, had hij in zijn hele leven slechts twee witte mensen gezien. Een bibliotheekpasje werd hem geweigerd vanwege zijn kleur.

Pas nadat hij voor familiebezoek vaker in het noorden van de Verenigde Staten kwam, werd Lewis zich steeds meer bewust van de onmenselijkheid van segregatie, racisme en discriminatie, die in de zuidelijke staten waren verankerd in de wet.

Een van de laatste publieke foto's van Lewis, een maand geleden. Hij overziet een straat in Washington die omgedoopt is in Black Lives Matter Plaza.Beeld AP

Voor Lewis was dominee Martin Luther King een inspirator. Op zijn vijftiende luisterde hij naar een gospelprogramma van King op de radio. De vreedzame protestacties van zwarte Amerikanen raakten hem. In het bijzonder de busboycot in Montgomery (1955), die volgde op de weigering van Rosa Parks om haar zitplaats in de bus aan een witte passagier af te staan.

Als student ging Lewis aanvankelijk de straat niet op. Zijn ouders vreesden dat hij slachtoffer zou worden van geweld. Lewis zei daarover: “Toen we vragen stelden naar segregatie en rassendiscriminatie zeiden mijn moeder, vader, grootouders en overgrootouders: ‘Kom niet in de problemen. Sta niet in de weg.’

Zitacties

Lewis predikte de lessen van geweldloos verzet en werd actief in de studentenbeweging SNCC. Hij deed mee aan zitacties in horecagelegenheden in Nashville, als protest tegen aparte zitplaatsen voor witte en zwarte klanten. Vanaf dat moment betaalde Lewis de tol voor zijn activisme. Hij werd tientallen keren opgepakt en geslagen.

Lewis in een interview: “Mijn moeder schreef me een brief: ‘Beste Robert, ik dacht dat je naar school ging om een opleiding te volgen; je moet uit die puinhoop komen. Je gaat gewond raken.’ Ik schreef haar een brief terug: ‘Beste moeder, ik heb gehandeld volgens de voorschriften van mijn geweten.’’’

Lewis werd tientallen keren opgepakt en geslagen. Een jongen draagt een T-shirt met daarop een ‘police mugshot’ van John Lewis.Beeld Hollandse Hoogte / EPA

Lewis initieerde de ‘freedom rides’, acties van witte en zwarte activisten die gezamenlijk met de bus door het zuiden reisden als protest tegen segregatie in het openbaar vervoer en op stations, waar zwart en wit door borden gescheiden werden.

“Vier jaar lang had ik met de bus gereisd van het platteland van Alabama naar Montgomery, Montgomery naar Birmingham, Birmingham naar Nashville en ik zag de segregatie, de rassendiscriminatie,” zei Lewis later in een interview. “Ik zag die borden en ik wilde er iets aan doen. En de Freedom Rides waren mijn kans om er iets aan te doen.’’

Brandbom

Dat kostte hem bijna zijn leven. Tijdens een van de ritten werd de bus met Lewis in Anniston (14 mei 1961) aangevallen door een woedende witte menigte van 200 mensen. Ze prikten de banden lek, hielden de deuren dicht en gooiden een brandbom naar binnen. Toen de passagiers toch de bus uit kwamen, werden ze bijna gelyncht.

Op 7 maart 1965 nam Lewis deel aan de mars van Selma naar Montgomery. Bij de Edmund Pettusbrug werden de vreedzame demonstranten tegengehouden door gewapende politieagenten die hen met de wapenstok en traangas te lijf gingen. Lewis liep een schedelbasisfractuur op.

De veldslag op de brug gaat de boeken in als Bloody Sunday. ‘Het Amerikaanse publiek had al zoveel van dit soort dingen gezien, talloze beelden van mishandeling’, schreef Lewis in zijn mémoires. ‘Maar iets aan die dag in Selma raakte een zenuw dieper dan alles wat er eerder was geweest.’

‘Het gaf me een sterk gevoel van optimisme dat iets in het zuiden zou gaan veranderen. Ik weet niet waar we als volk nu zouden staan als die geweldloze actie in Montgomery niet had plaatsgevonden.’

Later ging Lewis de politiek in. Hij werd een prominent lid van de Democraten en trad in 1986 toe tot het Huis van Afgevaardigden. Daarmee keerde hij terug op de plek waar hij als activist zo vaak naar toe was gegaan als activist: Washington.

Auburn Avenue in Atlanta, Georgia.Beeld Hollandse Hoogte / EPA

Zee van wanhoop

Als politicus zette hij zich in voor de burgerrechten van minderheden.  In 1994 zei hij tegen Afrikaanse leiders in Ghana: “Geef niet op, geef niet af en lever niet in. We moeten volhouden en niet verloren gaan in een zee van wanhoop.”

In 2011 kreeg Lewis uit handen van president Barack Obama de hoogste Amerikaanse onderscheiding die een burger kan krijgen, de Presidential Medal of Freedom.

Obama nam onlangs nog met Lewis deel aan een internetbijeenkomst van jonge activisten van de Black Lives Matter-beweging. Obama: “Lewis hield zo veel van dit land dat hij zijn leven en zijn bloed op het spel heeft gezet om het te verbeteren.”

Diep ongelukkig was Lewis toen Donald Trump president van de Verenigde Staten werd. Hij zag zijn nalatenschap in rook opgaan. Hij weigerde de inauguratie bij te wonen, beschouwde Trump niet als een ‘legitieme’ president en noemde hem een ‘racist’.

Immigrantenfamilies

Op 78-jarige leeftijd vertelde Lewis bij een demonstratie dat hij immigrantenfamilies die gescheiden werden door de regering-Trump zou blijven helpen met hereniging. “Er kan geen vrede in Amerika zijn totdat deze jonge kinderen zijn teruggekeerd naar hun ouders en al onze mensen zijn bevrijd. Als we het niet doen, zal de geschiedenis niet vriendelijk voor ons zijn.’’

Lewis vertelde eind december 2019 dat hij alvleesklierkanker had. “Ik heb nog nooit zo’n gevecht meegemaakt als nu.”

Vriend en vijand roemt Lewis. Mitch McConnell, leider van de Republikeinse meerderheid in de Senaat, noemt hem een pionier op het gebied van mensenrechten, die zijn leven op het spel zette om tegen racisme te vechten’.

Oud-president Jimmy Carter vindt dat Lewis ‘een onuitwisbaar stempel op de geschiedenis gedrukt heeft door zijn inspanningen om de natie rechtvaardiger te maken’. “Alles wat hij deed, deed hij uit liefde.”

Zelf bleef Lewis altijd bescheiden over zijn prestaties. “Ik heb niet alles bereikt wat ik wilde. Voordat ik dit kleine stukje onroerend goed verlaat, zou ik graag wat meer willen doen voor de vrede. Om het geweld in eigen land en geweld in het buitenland te beëindigen. We besteden zoveel van onze middelen aan het doden van elkaar.”

Lewis krijgt van president Barrack Obama de hoogste Amerikaanse onderscheiding.Beeld AFP
John Robert Lewis, icoon van de zwarte burgerrechtenbeweging.Beeld Videostill
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden