Jezidi’s: ontsnapt aan IS, en volledig berooid

Bijna vijf jaar na de genocide door IS op de jezidi’s in Irak wonen tienduizenden van hen nog steeds in vluchtelingenkampen. ‘Velen willen niet terug, ze voelen zich nog niet veilig.’

Het door yezidi's bewoonde Khanke vluchtelingenkamp in Noord-Irak. Beeld anp

De eerste man die Naema ‘selecteerde’, kocht en verkrachtte heette Abu Ali. Daarna volgden Abu Omar en Abu Allah. “Zo vertelde Naema nog even door, ik ben na acht namen de tel kwijtgeraakt. Het is een ijzingwekkend verhaal. Deze vrouwen zijn zo getekend, er is snel medische en psychologische hulp nodig,” zegt Tineke Ceelen, directeur van Stichting Vluchteling, telefonisch vanuit Irak.

Ceelen was vorige week in het afgelegen Sinjargebergte, het woongebied van jezidi’s, een religieuze minderheid in Noord-Irak. Het gebied kwam op gruwelijke wijze in het wereldnieuws toen terreurgroep IS er de zomer van 2014 binnentrok. Ze vermoordden 5000 jezidimannen en kidnapten duizenden meisjes en vrouwen, die ze tot (seks)slavinnen maakten.

Zo’n 200.000 andere jezidi’s sloegen op de vlucht, een deel van hen kwam vast te zitten in de bergen en kon er pas weg nadat Koerdische strijders, geholpen door Amerikaanse bombardementen, een corridor vrijmaakten. Ze kwamen in opvangkampen terecht. De VN noemde de aanval op de jezidi’s een genocide.

Hun verhaal

IS is inmiddels verdreven uit de streek, maar de kampen zijn er nog steeds. Ook Naema, nu 21 jaar, en haar gezinsleden die de slachting en deportatie overleefden, wonen er. Na drie jaar kon Naema ontsnappen aan IS en terugkeren naar haar vader. Nog vijf broers en zussen zijn zoek. In een tent vertelden ze Ceelen hun verhaal.

“Het moet voor een vader ondraaglijk zijn om je dochter dit te horen vertellen,” zegt zij. “Hij zei: ‘De wereld wist dat het gebeurde, waarom heeft de internationale gemeenschap niet eerder geholpen?’ Hij zei ook nooit meer terug te willen naar het gebied. ‘Alleen als er een internationale troepenmacht zou komen.’ Ze vinden het er niet meer veilig, zijn bang dat het zo weer kan gebeuren.”

Het is een emotie die in meer nieuwsberichten opduikt. IS mag dan verdreven zijn, de oorlog is er zeker nog niet voorbij. Er zijn nog steeds duizenden jezidi’s zoek. Ze zijn door IS meegenomen naar het kleine stukje kalifaat dat nog over is of ze zijn vermoord en liggen in een anoniem massagraf.

Daar komt grote politieke instabiliteit bij: momenteel is het Iraakse leger de baas, maar er zijn talloze checkpoints van Koerdische en jezidische milities en sjiitische, aan Iran verbonden groepen. Ook de onduidelijke situatie aan de andere kant van de grens, in Syrië, draagt bij aan de onzekerheid.

Ceelen: “Het is die situatie die de mensen in de kampen houdt, maar ze hebben ook niets om naar terug te keren. De plaats Sinjar is voor 70 procent verwoest, mensen hebben geen huis meer. Er zijn geen faciliteiten, geen ziekenhuizen, weinig scholen, want de artsen en leraren zijn ook gevlucht.”

Tineke Ceelen, directeur Stichting Vluchteling. Beeld ANP

Kapot

Stichting Vluchteling verleent er hulp: aan een school in Sinjar, aan een mobiele medische kliniek in het gebied, aan ‘Safe Healing and Learning Spaces’, plekken waar jongeren naartoe kunnen totdat de echte scholen er weer zijn. “Daar kunnen we ook hun psychische toestand in de gaten houden.”

Want daar zit nu een grote uitdaging: hoe moeten al die meisjes en vrouwen die slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld verder met hun leven? Ceelen sprak er vaak over met haar goede vriend Denis Mukwege, de Congolese gynaecoloog die vorig jaar de Nobelprijs voor de Vrede won vanwege zijn jarenlange strijd tegen seksueel geweld tegen vrouwen. Hij won de prijs samen met Nadia Murad, een jezidivrouw die ook slachtoffer werd van IS.

“Veel meisjes die zijn teruggekeerd naar Sinjar zijn kapot. Ze zijn net zoals Naema van de ene naar de andere man geschoven, maar hebben na hun bevrijding nooit goede medische of psychologische hulp gekregen. Wij willen kijken of we daar iets voor kunnen opzetten. Daarbij is geld niet eens het voornaamste probleem, wel het opzetten van een goede structuur.”

De wederopbouw van het gebied zal sowieso nog lang duren. En dan blijft het gevaar altijd op de loer liggen dat het opnieuw misgaat. Want de lokale machthebbers laten de jezidi’s wel terugkeren, maar houden de terugkeer van het eveneens gevluchte soennitische deel van de bevolking tegen. Zij worden als medeplichtig aan de IS-terreur gezien. Ceelen: “Ik begrijp die emotie, maar soennieten verbieden terug te keren kan ook weer een voedingsbodem zijn voor nieuw geweld.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden