PlusInterview

Jeugdlector: ‘Amsterdamse jongeren zijn van ons allemaal, ook als het rotjochies zijn’

Er wordt wat afgesomberd over de mentale toestand van onze jeugd. Twee Amsterdamse jeugdlectoren schreven een leidraad voor een veerkrachtige jeugd. Een goede opvoeding betekent brede steun, stelt Femke Kaulingfreks. ‘Ook de buurman heeft een rol.’

Peter de Jong
Femke Kaulingfreks is politiek filosoof, antropoloog en pedagoog. Beeld Esther van Vliet
Femke Kaulingfreks is politiek filosoof, antropoloog en pedagoog.Beeld Esther van Vliet

Hoe staat het met de jeugd van tegenwoordig?

“Ze leven in een onzekere tijd. ‘Kan ik later nog wel een huis kopen? Krijg ik nog wel een vaste baan?’ Studeren is duur en de verschillen tussen arm en rijk zijn groter geworden.”

“Jongeren hebben last van prestatiedruk in deze geïndividualiseerde maatschappij. Je bent zelf verantwoordelijk voor je slagen of falen. Als het je niet lukt, heb je dat aan jezelf te danken.”

En de invloed van corona?

“Iedereen is door de lockdowns nog meer in zijn eigen bubbel met gelijkgestemden gaan zitten en bespreekt op social media wat men van de ander vindt. Die is daar vaak raar, afwijkend of gevaarlijk. Het afstandsonderwijs resulteert in isolement en eenzaamheid.”

“Tachtig procent van de studenten voelt zich eenzaam, volgens cijfers van het Trimbos-instituut. Door corona was er ook minder werk, geen typische jongerenbijbaantjes in de horeca, toerisme en evenementensector.”

“De waarde van rituelen voor jongeren wordt enorm onderschat. Mensen lachten erom, wat maakt het nou uit dat je in groep 8 geen musical had, of een diploma-uitreiking van de middelbare school? Met zo’n ritueel sta je bewust stil bij een ontwikkeling die je doormaakt.”

“Je gaat een nieuw levensfase in. Je kan meer en er wordt meer van je verwacht. Die vieringen zijn heel belangrijk. Iedere oudere kan zich die momenten nog goed herinneren.”

Komen de jongeren nog uit de coronacrisis?

“Tuurlijk. Er wordt wel gesproken van een verloren generatie maar daar ben ik het absoluut niet mee eens. Het is juist een heel veerkrachtige generatie. Alleen, ze moeten wel ondersteund worden. Kijk eens naar de ongedocumenteerde jongeren in Amsterdam tijdens de lockdowns. Ze hebben geen recht op opvang, alles was dicht, ze konden nergens heen.”

“Maar wat deden ze? Ze gingen mondkapjes naaien voor hun lotgenoten en deelden ze uit aan Amsterdammers, tegen donatie. Ze kregen plek in een informele huiskamer in Oost en gingen daar elke dag heen. Dat is veerkracht. Die moet wel gevoed worden, je kunt jongeren niet aan hun lot overlaten.”

In jullie boek hebben Stijn Sieckelinck en jij het overIt takes a village to raise a child.

“Dat is een Afrikaans gezegde. Opvoeding is een zaak van de hele gemeenschap. Ook de buurman heeft een rol. Niet wegkijken. Als pubers herrie maken in de buurt, ga erop af. Dat lijkt eng, maar valt heel erg mee. Zelf ben ik ook weleens op mijn buurjongens afgestapt en heb ze verteld dat ik begreep dat ze lol wilden maken, maar dat mijn kind er niet van kon slapen. Ze reageerden positief, ‘Sorry mevrouw, dat wisten we niet’. Jongeren zijn helemaal niet slecht. Wees een beetje betrokken. Praat ook met ze als ze aan het chillen zijn, van Amsterdammer tot Amsterdammer, over Ajax of André Hazes. Dat schept een band. Dan zul je zien dat we eigenlijk heel veel met elkaar delen.”

Wat staan jullie voor met het boek?

“Het is een pleidooi om samen met de jongeren aan een veerkrachtige identiteit te werken in tijden van polarisatie, racisme en ongelijkheid. Veel jeugdprofessionals zijn gefocust op problemen van jongeren. Wij zeggen, kijk verder dan dat: ‘Bij wie voel je je thuis, wat zijn je dromen?’ Heb oog voor hun sociale positie, let op armoede of discriminatie. Werk samen met ze, jongeren zijn allergisch voor afstandelijke instructies. Geef jongeren verantwoordelijkheid. In Zuidoost maakten jongeren een prachtige voorstelling hoe het is om in de Bijlmer te wonen, Bims. Daar sprak enorm veel liefde voor de Bijlmer uit. Die jongeren zijn nu in gesprek met de gemeente hoe het kansrijker en gelijkwaardiger kan worden in de wijk, de komende twintig jaar.”

In het boek schetsen jullie een aantal praktijken, waaronder die tussen jongeren en de politie.

“Dat gaat over oud en nieuw in Den Haag. Ontmoetingen die verder gaan dan het stereotiepe beeld van de hoody’s en de politiepet. Jongeren leren dat een agent er niet alleen op uit is om jou dwars te zitten, maar ook een mens is met zijn onzekerheden, liefde en toekomstdromen, en vice versa. Het is daar nu een stuk veiliger met oud en nieuw. Heel lief was het voorstel van een jongere om met oudjaar na de film vuurwerk te gaan afsteken bij het politiebureau, om de daar hardwerkende agenten een beetje in het feest te betrekken. De agent van de meldkamer bedankte voor de eer, omdat hij anders de vele telefoontjes niet zou verstaan.”

Wat moet er gebeuren in het jongerenwerk van Amsterdam?

“Meer jongerenwerkers en meer tijd om ‘gewoon’ contact te hebben met de jongeren, ook voor professionals in de meer gespecialiseerde jeugdhulp. Kom uit je kantoortje en ga voetballen met jongeren, en ga ondertussen het gesprek aan. Geef ze de tijd. Amsterdamse jongeren zijn van ons allemaal, ook als het rotjochies zijn. In Amsterdam zie ik al een positieve tendens, gemeenteambtenaren gingen tijdens de lockdowns bellen met jongerenwerkers, welke jongeren niet thuis konden blijven. Die kregen alsnog een plek in het buurthuis.”

Amsterdam is inmiddels een superdiverse stad. Loopt het een beetje met de integratie van jongeren van de verschillende bevolkingsgroepen?

“Onze jongeren zijn bij uitstek de integratie-experts. Bij jongeren zit het wel goed met samenleven met verschillende groepen. Maar schrijf ze niet voor dat ze het Wilhelmus moeten zingen, zoals CDA’er Sybrand Buma voorstelde. Dat is enkel nostalgie naar een simpele samenleving die er niet meer is. En wie zijn tegenwoordig de nieuwkomers in Amsterdam? In Noord zijn dat de yuppen, die de sociale huurwoningen opkopen waardoor heel veel jongeren die zijn opgegroeid in Noord, niet meer een eigen huis in hun stadsdeel kunnen krijgen. De yuppen werken hard, komen niet in het buurthuis en bewegen zich in hun eigen koffiebarretjes, misschien mogen zij iets meer integreren met de buurt?”

Femke Kaulingfreks

Amsterdam, 22 juni 1981

2006 Politieke filosofie, UvA
2013 Proefschrift: Politieke betekenis van rellen en openbare ordeverstoringen veroorzaakt door jongeren in achtergestelde wijken in Nederland (Kanaleneiland) en Frankrijk (buitenwijken van Parijs); Universiteit voor Humanistiek
2018-heden Lector Jeugd en Samenleving bij Hogeschool Inholland
2022 Auteur van: Speelruimte voor identiteit, samen met Stijn Sieckelinck, lector bij de HvA

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden