PlusAchtergrond

Inwoners Lesbos niet boos op vluchtelingen, wel op regering

Bewoners van Lesbos zijn klaar met het vluchtelingenkamp op hun eiland. ‘Je kunt moeilijk blijven geven als je morgen misschien zelf niet genoeg zult hebben.’

Beeld EPA

In Panagiouda is het lekker stil. Het geroep van vluchtelingen die protesteren tegen de komst van nieuwe kampen dringt hier niet door, net zomin als het geschreeuw van mensen die door traangas zijn verblind. Zaterdag zette de politie dat in bij ongeregeldheden in het kamp Kara ­Tepe, waar de meeste vluchtelingen op Lesbos na de brand die kamp Moria in de as legde, zijn ondergebracht.

In dit voormalige vissersdorpje, een paar kilometer van Kara Tepe, gaat het leven door. Een oudere man maakt zich klaar voor vertrek met zijn sloepje. Groepjes Grieken nippen aan hun espresso freddo in het café, waarvan het terras tot aan de zee reikt. In de stroom van gesprekken duiken af en toe de woorden ‘Moria’ en ‘politie’ op. Maar als je ernaar vraagt, wordt het weer stil.

Een win-win

Vaso Christou, een jonge medewerkster van café Skiniko, legt het kort uit en verdwijnt daarna snel: “Het is een bizarre situatie die al jaren in stand wordt gehouden. Vluchtelingen willen weg en wij zijn moe. Laat hen gewoon vertrekken. Het zal een win-win zijn.”

Ook Chrisanthi Zeibeki, die een straatje verderop bakkerij Epiousios bestiert, zou het liefst hebben dat er een einde komt aan de humanitaire ramp: “Mensen jarenlang vasthouden zonder voorzieningen is geen oplossing. Ik heb de indruk dat iemand wil dat ze hier blijven!” Wie dan? “De Griekse regering, wie anders! Ze krijgen hier toch geld voor. Maar wat gebeurt er?” Ze neemt een van haar gebakjes van filodeeg en wijst naar een derde ervan: “Dit gaat naar de opvang van de vluchtelingen.” De rest belandt volgens de vrouw in de zakken van politici.

Alleen maar bedelaars

Zeibeki runt haar bakkerij nu 27 jaar. De zaken gaan slecht. De weg naar Mytilini, de hoofdstad van Lesbos, is deze week door de politie afgezet om te voorkomen dat dakloze vluchtelingen overal rondlopen. Er passeren minder mensen die anders koffie en ontbijtgebak zouden kopen. Ze geeft alles wat aan het einde van de dag overblijft nu mee aan de medewerkers van ngo’s die in de nabije gasthuizen wonen. Zij delen het op hun beurt weer uit aan de vluchtelingen. “Maar op de lange termijn werkt dat toch niet. Je moet mensen werk geven. Geen afdankertjes. Zo creëer je alleen maar bedelaars.”

Gisteren is Zeibeki even naar het nieuwe kamp gereden dat in de buurt in allerijl is opgezet, om koffie aan de politie te brengen. “Maar dat wordt straks een nieuw Moria. Hebben ze eigenlijk gezegd hoelang ze daar mensen zullen houden? In Griekenland duren tijdelijke dingen een eeuwigheid.”

Na de brand hebben de Griekse autoriteiten om redenen van volksgezondheid een noodtoestand voor de duur van vier maanden afgekondigd. In die periode zal sowieso geen vluchteling het eiland verlaten. Daarna ook niet – het Griekse ministerie van migratie en asiel was er vrij duidelijk over: er komt geen massale herplaatsing. Ondertussen blijven via zee nieuwe mensen op Lesbos arriveren.

Zeibeki haalt haar schouders op. “Kom maar terug over twee maanden. Je zult zien dat het bij het oude blijft.” Het nieuwe kamp is ingericht voor drieduizend bewoners, net zoals kamp Moria ooit ook maar drieduizend mensen zou huisvesten. Dat werden er dertienduizend. De regering is van plan om twee nieuwe faciliteiten te bouwen, waarvan één op dezelfde plek als het afgebrande kamp. Eilandbewoners zullen dat waarschijnlijk koste wat kost proberen tegen te houden. Dat gebeurde al eens in maart, toen de regering plannen voor de bouw van extra asielzoekerscentra aankondigde.

Blokkades

Donderdag doken blokkades op aan de weg naar het afgebrande kamp Moria. De bouwers daarvan worden gesteund door het gemeentebestuur van Mytilini. Burgemeester Stratis Kytelis ‘omarmt’ de verontwaardiging van de burgers, stelde hij in een officiële verklaring, waarin hij aandringt op permanente sluiting. ‘Er zouden geen voorzieningen voor asielzoekers op Lesbos moeten zijn,’ schrijft hij.

“Niet omdat we tegen vluchtelingen zijn,” benadrukt bakker Zeibeki. “Mensen hebben doorgaans begrip voor hun uitzichtloze situatie en lijden nu met iedereen mee. Maar er is hier gewoon geen werk, geen industrie. De financiële crisis laat zich bovendien nog steeds voelen. Je kunt moeilijk blijven geven als je morgen misschien zelf niet genoeg zult hebben.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden